JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

s Mensen onkunde De Vijanden Gods (16)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

s Mensen onkunde De Vijanden Gods (16)

4 minuten leestijd

Onder de vele vijanden Gods — we zagen het reeds in de vorige artikelen — is cle gevallen mens één van de ergste. Hij staat schuldig aan Gods gebod; hij is verdorven van natuur; al wat opborrelt uit zijn ziel is niets dan modder en goddeloosheid; hij is een stank in de neusgaten van de Heilige.

Maar nu komt er bij die droeve toestand des mensen nog iets bij, dat het nog erger maakt. Er zijn drie koorden of touwen der goddeloosheid, waarmede de mens gebonden is aan het stof, en waardoor hij in zijn vijandschap tegen de Allerhoogste volhardt. Deze drie banden heten: onkunde, onmacht en onwi 1.

Als het er op aankomt om bevrijding te verkrijgen uit zijn zondestaat, en om verlost te worden van de knellingen der ongerechtigheid, die zijn ziel vasthouden, och, dan blijkt overduidelijk, dat cle mens er zelf niet aan kan medewerken; dat hij geen stap en geen woord bijbrengt om gered te worden, want hij weet niet; hij kan niet; en hij w i 1 niet. Hij weet niet: ziedaar zijn onkunde; hij kan niet: ziedaar zijn onmacht; hij wil niet: ziedaar zijn onwil. Ja, de onkunde des mensen is groot! Dat zal de wereldse mens, die volop gedronken heeft uit de beker der wetenschap, u niet toegeven. Integendeel: men beroemt zich thans, dat de mens schier tot het toppunt zijner volmaaktheid gekomen is, wat zijn kennen en kunnen betreft. Al wat de aarde, de zee en het luchtruim voor geheimzinnig in de schoot verborgen hielden, is doorvorst en doorzocht. Geheimen van eeuwen zijn blootgelegd en er is bijna geen gebied meer, waar de mens niet tot is doorgedrongen. Zeker, dat weten wij ook. En wij bewonderen cle grootheid (niet des mensen, maar) Gods, die de mens zulk een verstand en onderzoekingslust gegeven heeft om de wonderen, die in Zijn schepping zich alom openbaren, op te merken en uit te stallen. Maar hoever de mens van de twintigste eeuw het gebracht moge hebben in natuurlijke kennis, hij is toch een onkundige op het gebied van zijn eigen zieleleven; en tevens een onkundige, wat betreft de gangen en wegen van Gods verlossingswerk. En let dan maar eens op ons eigen vaderland.

Wat is Nederland nog gezegend boven tientallen andere landen. Wat wordt in ons land elke dag en elke week, alleen reeds door de pers, het Woord Gods in de huizen der mensen gebracht. De drukpersen, die Bijbels en Psalmboeken; teksten en predikaties; traktaten en brochures; kerkbodes en tijdschriften drukken en afleveren bij tienduizenden, staan geen dag stil. Elke dag wordt Nederland als het ware overstroomd door een grote hoeveelheid christelijke lectuur. En bovendien mogen wij hier in ons land nog ongestoord bijeenkomen om Gods Woord in prediking en toespraak te beluisteren; om met elkander het aangezicht des Heeren in gebed te zoeken. Ook mogen wij, ieder in zijn omgeving, nog vrijuit spreken van de Enige Naarn, die gegeven is tot zaligheid, zonder dat wij gevaar lopen er voor in cle gevangenis geworpen, of naar Siberië verbannen te worden.

Naar de mens gesproken moet men dus zeggen: er is eigenlijk niet één persoon in Nederland, of hij moet toch wel geheel of gedeeltelijk bekend zijn met zijn eigen treurige toestand voor de eeuwigheid, en met cle weg der verlossing in Christus. Er zijn immers genoeg Bijbels te bekomen, en ook genoeg godsdienstoefeningen bij te wonen. Er is dus gelegenheid te over om van het Koninkrijk Gods te horen.

En zie nu eens de schrikbarende onkunde! Vlak naast ons, misschien zelfs op dezelfde trap waar wij wonen, huizen medemensen, die nauwelijks weten, dat er een God in cle hemel woont, en nog veel minder, dat zij tegenover die God in de schuld staan. De onkunde omtrent God en Zijn Woord, en omtrent eigen zieletoestand is zo ontzettend groot, clat deze waarlijk genoemd mag worden een van de koorden of banden, waarmede cle mens vastgehouden wordt in zijn vijandig bestaan tegenover de Heere.

Welk een roeping heeft dan ook de levendgemaakte cliristen tegenover die macht der onkunde. Wij zouden het de profeet wel willen nazeggen: O, gij, die des Heeren doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen!" (Jes. 62 : 6b). O, clat alle kinderen Gods meer als levende getuigen optraden, te midden van een krom en verdraaid geslacht! Wie weet, God mocht ook die getuigenissen willen gebruiken om het kwaad der onkunde in ons Nederland te bestrijden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1960

Daniel | 8 Pagina's

s Mensen onkunde De Vijanden Gods (16)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1960

Daniel | 8 Pagina's