De Heidelbergse Catechismus
(20).
De inhoud.
Zoals ietier weet, bestaat de inhoud van de Catechismus uit 3 delen: ellende, verlossing en dankbaarheid. Olevianus en Ursinus volgden hierin kennelijk de apostel Paulus in zijn brief aan de Romeinen. Daarin immers wordt gehandeld over de ellende in hoofdstuk 1—3, over de verlossing in hoofdstuk 3—11 en over de dankbaarheid in hoofdstuk 12— 16.
Men heeft de opsteller wel eens kwalijk genomen, dat ze de apostolische geloofsbelijdenis, de tien geboden en het gebed des Heeren tot de grondslag van hun onderwijs hebben gebruikt. Men moet echter cle tijd van opstelling der Catechismus niet uit het oog verliezen. Ten tijde van de Hervorming sprak men wel eens over „de kleine Bijbel" en men bedoelde daarmee de geloofsbelijdenis, tien geboden, het gebed des Heeren, de instelling van Doop en Avondmaal en de kerkelijke tucht. We vinden deze stukken herhaaldelijk als synodebesluiten.
Een beschuldiging, die vooral van Lutherse kant kwam, was, dat niet de tien geboden, maar cle geloofsbelijdenis het eerst aan de orde komt. We zullen hier niet verder op ingaan, alleen opmerken, dat de Wet in haar functie als regel der dankbaarheid voor de verloste zondaar tot volle toepassing komt in de vragen 32—44. Tot de kennis van onze ellende wordt de Wet samengevat in een hoofdsom naar Matth. 22 : 37—40. De stralen van cle zon worden als het ware door een brandglas samengebundeld en oefenen des te meer kracht om het diep bederf en de grootte van onze ellende voor ons zielsoog duidelijk te maken; om ons te verlossen van alle pogen om buiten Christus om zelf de weg der verlossing te zoeken.
Meesterlijk is de eerste vraag met het antwoord. Men moet die, natuurlijk naast andere, dogmatische overwegingen, ook zien in de geest van die tijd, toen de roomse kerk de leer van de Hervorming als een hulpeloze leer beschouwden, een tijd, waarin de hervormden onder lijden, vervolging en verdrukking bijzonder troost nodig hadden. In geen leerboek van vroegere of latere tijd wordt cle inhoud en de waarde der Christelijke godsdienst zo krachtig en nadrukkelijk uitgedrukt als hier; haar oogmerk en bestemming zo innemend voorgesteld. Iemand schreef: „Die aanvang is zo kernachtig en zo eenvoudig, zo waarachtig en zo vertroostend, zo verrassend en aangrijpend, dat zij de lezer dwingt en dringt tot lezing en herlezing van dit gulden boeksken."
Zelfs zij, die de pen gevoerd hebben tegen de Catechismus, erkenden clat de 9e en 10e zondag, over de Voorzienigheid, meesterstukken zijn, ze waardig oordelende in een bloemlezing te worden opgenomen.
Eenvoudig, zoveel mogelijk met vermijding van verwarrende omschrijvingen en voor eenvoudigen onverstaanbare woorden, zoals bij Athanasius, wordt cle leer der eeuwige Godheid van Vader, Zoon en Heilige Geest uiteengezet.
In het antwoord op de kerkelijke tucht straalt wijsheid en zachtmoedigheid, nederigheid en voorzichtigheid cloor. Men weet, hoe streng de ban door pausen en keizers in die tijd werd uitgeoefend-, hoe ze meer en meer verbasterde; wie door bisschoppen of hun opperhoofd buiten de kerkelijke gemeenschap werd gesloten, was tot de rang der wilde dieren vernederd. Van dat alles vindt men in de Catechismus niets; geen spoor van zucht om met ijzeren schepters over de gewetens der mensen te heersen.
Uitnemend is in cle Catechismus de voorstelling van het ware geloof, geheel in overeenstemming met cle uitspraken van het Evangelie en de brieven van Paulus en Jacobus.
Mannelijk en toch bedaard is cle toon, waarin over cle leerstukken der roomse kerk wordt gesproken. Men verwondere er zich niet over, wanneer die ernstiger en de taal dan minder gepolijst is. Vergeten wij niet, dat de bedoeling van de ontwerpers niet slechts was om Christelijk onderwijs te geven, maar tevens de dwalingen te bestrijden. Het kan toch geen onverdraagzaamheid genoemd worden, clat zij hen, die in de leer van Rome waren opgevoed en in grote verzoeking en afval verkeerden, waarschuwden, zoals in de 11e, 24e, 29e, 30e en 35e zondag geschiedt. Ademt op het eerste gezicht het antwoord op de 80e vraag de geest van liefdeloosheid en bitterheid, dan bedenke men, dat de roomsen het zelf zo hadden uitgelokt en het was bovendien „een tijd van grote passien, tribulatie en vijandschap in de kerke Chris ti."
Is het zo, gelijk sommige willen, dat de Catechismus ook een middel moest zijn om de Lutheranen te winnen of te bewerken, dat ze gematigder over de Gereformeerden zouden denken, dan konden de opstellers zich niet gematigder, liefderijker en broederlijker hebben uitgedrukt. Met cle grootste bedaardheid, zonder enig schimp-of smaadwoord wordt over cle leer van cle alomtegenwoordigheid der menselijke natuur van Jezus gehandeld.
Met opzet worden daarbij cle gronden, die de Gereformeerden voor hun geloof hebben, opgegeven, opdat de Luthersen zouden weten, clat de eersten geenszins nlle alomtegenwoordigheid van Christus loochenen en tevens waarop hun gevoelen rustte, opdat zij zo mogelijk daardoor van de waarheid mochten overtuigd. of tenminste bewogen worden om hun Zwingliaanse broeders minder vijandig, meer verdraagzaam te bejegenen. Ten aanzien van de leer van het Heilig Avondmaal schikten zich de opstellers zoveel mogelijk naar de Lutheranen, zoveel als cle waarheid echter toeliet. Overal zijn ze bevreesd om nieuwe aanstoot te geven en wanneer zij een uitdrukking bezigden, die hard in het oor hunner tegenpartij klonk, dan volgde er wel weer eens een andere, die hun aangenamer zijn moest. Nooit heeft de Keurvorst bedoeld, zijn Catechismus tot een twistgeschrift te maken. Wanneer het zonder nadeel van zijn onkundige onderdanen kon geschieden, behandelde hij de andersdenkenden met verstandige woorden. Hij zocht geen twist, maar vrede in de kerk van Christus.
De Heidelbergse Catechismus, gezien tegen de achtergrond van zijn tijd en de toenmalige omstandigheden, is werkelijk een uitnemend geschrift en verheft zich ver boven andere uit die tijd. Hij ademt een geest van liefde en vrede. Het is een zeer warm boekje met een praktisch karakter. Hij spreekt meestal zeer direct, op de man af, tot het gelovig gemoed. Het is een grondtrek van de Catechismus, dat zijn vragen tot de gelovige gericht worden en alleen door een gelovige worden beantwoord.
Het persoonlijk aangesproken worden treft men keer op keer aan. Let eens op het dikwijls in de vragen voorkomen gij
en uw en in de antwoorden ik, mijn, wij, onze enz.
In de laatste tijd roept men wel eens om een nieuw, moderner leerboek voor de kerken; de pogingen, die daartoe ondernomen werden, hebben echter — gelukkig — nog steeds schipbreuk geleden. 't Valt ook niet mee, voor wie dan ook, om een leerboek samen te stellen, dat de Catechismus evenaart, laat staan het overtreft.
Natuurlijk is de stijl niet cle stijl van de 20e eeuw. Er zit echter zulk een schat van regieuse warmte, bezieling en overtuiging in dit oude troostboekje, dat wij het niet gaarne door een modern boek zouden vervangen zien.
En toch heeft er ook nimmer een leerboekje bestaan, dat zo heftig en bitter is aangevallen, als juist dit.
Doch daarover D.V. een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1960
Daniel | 8 Pagina's