JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De kracht des geheds

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kracht des geheds

7 minuten leestijd

„Een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. Elia was een mens van gelijke bewegingen als wij, en hij bad een gebed dat het niet zou regenen; en het regende niet op aarde in drie jaren en zes maanden. En hij bad wederom en de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort." (Jac. 5 : 16b—18)

De God des Verbonds heeft in het natuurverbond met Noach, na de zondvloed, vastgelegd dat zaaiing en oogst, koude en hitte, droogte en regen, zomer en winter, dag en nacht, niet zullen ophouden. Zaaitijd en oogsttijd is tevens gebedstijd van de vierde bede, door de grote Voorbidder in hart en mond van Zijn gemeenten gelegd: „Geef ons heden ons dagelijks brood, " dat is: Wil ons met alle nooddruft des lichaams verzorgen, opdat wij daardoor bekennen, clat Gij de enige oorsprong alles goeds zijt, en dat noch onze zorg en arbeid, noch Uw gaven, zonder Uw zegen ons gedijen, en clat wij derhalve ons vertrouwen van alle schepselen aftrekken en op U alleen stellen. Het gebed is één van de vele gouden schakels in de keten van Gods raadsvervulling, ook wat betreft de tijdelijke of lichamelijke nooddruft. Het gebedsleven wordt dan ook in de Catechismus het voornaamste stuk der dankbaarheid genoemd, hetwelk God van ons vordert.

In onze tekst dringt de apostel Jakobus dan ook bijzonder aan tot het gebed en wijst tevens aan wat een krachtig geloofsgebed van een rechtvaardige vermag bij cle grote Hoorder der Gebeden, wijl Hij het geroep Zijns volks hoort en verhoort. Welk een licht doet het woord Gods over ons gebedsleven opgaan tot onderzoeking en zelfbeproeving; in dit licht bemerken wij hoe krachteloos ons gebedsleven is, een ijdel verhaal van woorden, harteloos en reukeloos, dikwijls meer een toespraak tot, clan een aanspraak van God. Alle gebeden met gebedsbegaafdheid en bewogenheid uitgesproken zijn geen krachtige gebeden hoe strelend clie ook zijn mogen voor het niet geestelijk onderscheiden oor; in het oor van Hem, Die cle harten proeft klimmen ze niet op als toegericht welriekend reukwerk wat Hem aangenaam is en verhoord wordt. De oorzaak van ons krachteloos gebedsleven is dit: we missen van nature alle rechte kennis van onze nood en ellendigheid, zijn rijk en verrijkt en hebben geen dings gebrek, zijn onwetend van onze ellendigheid, jammer, armoede, blindheid en naaktheid; mitsdien zijn we vreemdelingen van een krachtig geloofsgebed.

Doch ook na ontvangen genade wordt zo weinig bemerkt het doorgaande werk der ontdekking aan onze geestelijke nood en ellendigheid, wel heel holle klachten over ellende, doch geen grondige kennis van: „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods." Hoe noodzakelijk toch is voor Gods kinderen dat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen, om des te begeriger te zijn om de vergeving der zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken.

Geen ander doel heeft het ontdekkend, ontblotend, ontgrondend en uitbrandend werk des Geestes in het hart en leven van Gods volk om door deze weg Christus te verheerlijken als dierbaar, beminnelijk, gepast en noodzakelijk. Alleen in deze weg leren Gods kinderen van alles en van zichzelf buiten Christus afzien en in hun binnenste heft cle Geest des gebeds in onuitsprekelijke zuchtingen hun ziel op in een krachtig gebed: oor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats Uwer heiligheid. (Psalm 28 : 2).

Een krachtig gebed is een aanhoudende werkzaamheid der ziel gelijk we dat zien bij Abrahams voorbede voor Sodom en Gomorra, tot zesmaal toe hief hij zijn smeking op tot cle Engel des Verbonds om de steden te sparen terwille van tien rechtvaardigen die er mochten wonen. Denk ook aan Jacobs worstelingen te Pniël, merk op zijn innerlijke aankleving cloor gebed, zeggende: ik zal U niet Iaten gaan tenzij dat Gij mij zegent. Lees ook Mozes' gebedsworstelingen om Israëls behoud, alsmede ook die van Sa-

muël, Elia, Eliza, ja al de profeten. Welk een vermogen heeft toch een krachtig opgebonden gebed. Daardoor is Petrus uit de gevangenis verlost, zijn sterke banden geslaakt, geprangde harten verheugd, vijanden beschaamd en op de vlucht gedreven.

Een krachtig gebed is ootmoedig, eigen onwaardigheid kennend, en belijdend niet meer dan stof en as te zijn. Hoor het krachtig gebed uit het hart en de mond van de zeer gewenste man Daniël: „Bij U, o Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten." Hoe verfoeien al Gods heiligen zichzelf in het ware buigen en zuchten tot God waarin zij tevens het zoet geestelijke genot smaken van:

Wat blijdschap smaakt mijn ziel, Wanneer ik voor U kniel.

O, het zijn de hoogtijden van het geestelijke leven. Een krachtig gebed heeft ook een deugdelijke pleitgrond, namelijk de gerechtigheid van Christus. Niet hun nood en ellendigheid, neen, daarin ligt hun pleitgrond niet, want dit alles vindt zijn oorzaak in hun zonde. Daarvandaan: Zo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan. Neen, in zichzelf geen bestaansrecht meer voor God, dat leren Gods kinderen aanvaarden in hun verbondsbreuk in Adam.

„Doch bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt."

De drieënige God heeft vergeving gewild, gezocht en gevonden in het volmaakt en volkomen Middelaarswerk van Hem, Die aan de, door de zonde ontstoken gerechtigheid Gods, door lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid voldeed. Een door schuldbesef vernederd en verbroken volk, buigende onder de gerechtigheid Gods als dood-en doemwaardigen, wordt deze enig geldende gerechtigheid door geestelijke verlichting bekend gemaakt. O, wonder van verlossing voor dezulken. „Ik ben het die in gerechtigheid spreekt, Die machtig ben te verlossen." Deze enige bloedgerechtigheid betalend, reinigend, en bekledend toegepast en door het geloof omhelsd, brengt Gods kinderen in een staat van verzoening en gemeenschap met God. Gods volk is een rechtvaardig volk, door toegerekende gerechtigheid om niet, gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is. Deze gerechtigheid alleen gaf hun een levensrecht, doch ook levenskracht en levensvrijmoedigheid om op deze grond toe te gaan tot de troon der genade, om daarin barmhartigheid teverkrijgen en genade te vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. Wat vermogen toch zulke bidders. Zie zo O vervolgt de apostel Jakobus in deze tekst het gebed van Elia, waarin hij bad om het oordeel van droogte. Een bede waarin hij Gods eer op het oog had en het welzijn Zijns volks, dat in Achab's dagen de Baal erkende als de God der vruchtbaarheid. Opdat het volk door deze regenonthouding zou aflaten van de afgoden en erkennen dat de Heere God is, van Wien alle goede gaven en volmaakte giften zijn afdalende. En zijn gebed is opgeklommen in de oren des Heeren Zebaoth en verhoord, want het regende niet op aarde in drie jaren en zes maanden. En nadat het volk, vergaderd op de Karmel beschaamd door de Baal en overtuigd door de vuurspraak des Heeren, erkende dat cle Heere God is, wercl Elia's smeken om regen eveneens verhoord, want de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort. Deze Elia, zo schrijft Jakobus, (hoewel een grote in het Koninkrijk Gods) was een mens van gelijke bewegingen als wij. Enerzijds om ons af te manen om van Gods heiligen halfgoden te maken en anderzijds om Gods kinderen te vervrijmoedigen daarin, dat ook Elia een mens was, aan dezelfde zwakheden en ellendigheid onderworpen als wij. Wat hij was en deed was uit dezelfde en enige genadebron als waaruit al Gods kinderen bedeeld moeten worden met genade voor genade. We wensen deze overdenking te besluiten met het geestelijk sterk verlangen der bruid uit Hooglied 4 : 16: Ontwaak, Noordenwind, en kom, gij Zuidenwind, doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien." Bijzonder de specerijengeur van het Gode welbehagelijk en krachtig gebed des rechtvaardigen, want het vermag veel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1960

Daniel | 8 Pagina's

De kracht des geheds

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1960

Daniel | 8 Pagina's