Voor onze Knapenverenigingen
1 Samuël 6
Al de tijd (zeven maanden), dat de ark bij de Filistijnen is, hebben deze er niet anders dan verdriet van gehad. De nood is zo hoog gestegen, dat ze maar één uitweg zien: de ark moet weg. De priesters en waarzeggers moeten maar zeggen, hoe dat moet geschieden. Anders gebeuren er nog meer ongelukken (vers 2). Het antwoord is: de ark terugsturen, maar met een geschenk, als schuldoffer. Houden de plagen op, dan is daardoor bewezen, dat de God van Israël genoegen neemt met het offer en tevreden is met de terugzending van de ark. Dan zijn dus ook de plagen een bewijs van Zijn toorn geweest (vers 3).
Behalve onder de builen lijdt het land onder een muizenplaag, die nu — in de oogsttijd (zie vers 13) — de grootste schade aanricht. Daai'om moet het offer bestaan uit:5 gouden builen en 5 gouden muizen (vijf stadsvorsten, vertegenwoordigers van het volk; goud is kostbaar). Misschien zal de God van Israël door dit eerbewijs en de erkentenis, dat Hij machtiger is dan de goden der Filistijnen, Zijn druk op allen verlichten. Als waarschuwing wijzen de priesters en waarzeggers nog op de Egyptenaren, die zich verhardden, ondanks het feit, dat de Heere hen door Zijn wonderen Zijn macht deed gevoelen (vers 6, zie Exodus 10 : 2).
Een nieuwe wagen is nodig (een gebruikte kan niet aan God gewijd worden als offer), waarvoor koeien gespannen moeten worden, die nog nooit een juk gedragen hebben (die koeien zijn dus ook niet als trekdier geoefend!) Dan moet de ark op de wagen gezet worden, en het schuldoffer in een koffertje daarnaast. De kalveren worden vervolgens bij de koeien weggehaald. Gaan de koeien nu rechttoerechtaan naar Beth-Semes, dan is alles duidelijk.
Door geen mensenhand bestuurd, iopen de koeien, foeïend om hun kalveren, toch weg, zonder zich te vergissen of links of rechts een zijweg in te gaan.
De eer was wel weggevoerd (Ikabod, zie hfdst. 4 : 21 en 22), maar: e Heere zorgt hier, door tekenen en wonderen, evenals tegenover de Egyptenaren, voor Zijn eigen eer (vers 12).
De Beth-Semieten zijn verblijd. Hoe heeft de Heere alles bestuurd, dat de wagen juist stilhoudt bij de grote steen, die geschikt is om de ark er op te plaatsen. De Beht-Semieten slachten de beide koeien en offeren deze op het hout van de wagen (koeien en hout zijn al afgezonderd, gewijd aan de Heere.) Ook van hun eigen koeien geven zij slachtoffers (vers 13 t.m. 15).
Door zondige nieuwsgierigheid gedreven, komen vele Beth-Semieten de ark bekijken. De Heere is daarover vertoornd en toont dit ook door 70 mensen te doden (vers 19). Nu doen ze net als de Filistijnen: de ark moet weg, zo gauw mogelijk, want die is — volgens de Beth-Semieten — de oorzaak van deze grote rouw. Daarom wordt een boodschap gestuurd naar Kirjath-Jearim. Daar wordt de ark geplaatst in het huis van Abinadab. Diens zoon Eleazar wordt belast met de bewaking van de ark.
Vragen.
1. Kunnen we hier (vers 3 en 4) van echt schuldbesef spreken? (Denk aan Psalm 51 : 9a, berijmd).
2. Mocht de ark op een wagen vervoerd worden? (Zie o.a. Exodus 25 : 13 en 15, Jozua 3 en 4).
3. Bestaat er „toeval"? Of moeten we deze uitdrukking voor rekening van de Filistijnen laten?
4. Hoe zijn hier (vers 15) de Levieten opeens beschikbaar? (zie Jozua 21 : 13—16; lees voor het werk van de zoons van Aaron, Numeri 4 : I—20).
5. Is de blijdschap van de Beth-Semieten erg „diep" geweest? Bewijs je mening eens aan de hand van vers 19.
6. Hebben de Filistijnen zich aan het advies van de priesters en waarzeggers gehouden? (vergelijk vers 17 en 18 met vers 4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1960
Daniel | 8 Pagina's