Blijdschap ondanks scheiden
„En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel. En zij aanbaden Hem en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap. (Luc. 24 : 51-52)
Als de ware PROFEF.T had Jezus Zijn discipelen geleid naar Bethanië en onderweg met hen gesproken over de dingen van het Koninkrijk Gods en hen onderwezen aangaande hun toekomstige arbeid.
Als de HOGEPRIESTER over het huis Gods zegende Hij Zijn discipelen met opgeheven handen en in hen gans Zijn gemeente van alle tijden en terwijl Hij dat deed, voer Hij op ten hemel om daar als Sions KONING plaats te nemen op Zijn middelaarstroon om Zijn gemeente van daaruit te regeren, te bewaren en te beschermen.
Hij ging als de grote Doorbreker voor het aangezicht Zijns volks heen om de hemel in bezit te nemen en voor hen plaats te bereiden.
Ja in Zijn hemelvaart herstelde Hij de breuk en bracht Hij Zijn Kerk terug in de gemeenschap des Vaders, waar wij in Adam zijn uitgevallen.
Bovendien was de hemelvaart van Christus de weg om tot Pinksteren te komen. Eerst noemt Hij ten hemel varen, eerst alzo de breuk geheeld, die er door de zonde geslagen was tussen hemel en aarde en dan kon de Heilige Geest komen.
Daarom lezen we ook in het Evangelie van Johannes: „De Heilige Geest was nog niet, omdat Christus nog niet verheerlijkt was".
Maar waar nu met de hemelvaart van de Middelaar de breuk tussen hemel en aarde geheeld is, zendt Christus Zijn Geest, door Wiens kracht Gods kinderen zoeken de dingen, die boven zijn; niet die op de aarde zijn.
Ja daar, aan des Vaders rechterhand, verheven ver boven alle overheid en macht, leeft Hij, om altijd voor Zijn volk te bidden.
Lezers, welke rijke vruchten heeft dan de hemelvaart van Christus voor de gemeente des Heeren? Kennen wij iets van die rijke troost en bate van Christus' hemelvaart in ons eigen leven? De discipelen mochten er iets van hebben, want als Christus van hen gescheiden is, lezen wij: „En zij aanbaden Hem en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap."
Zij zijn niet bedroefd, nu Christus van hen gescheiden is en nu ze dus van nu aan voor goed Zijn lichamelijke tegenwoordigheid moeten missen; neen, we lezen: Zij aanbaden Hem en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap."
„Zij aanbaden Hem". Aanbidden is iets anders dan bidden. Bidden is vragen en smeken om hetgeen men behoeft en nog niet heeft, maar aanbidden is huldigen en verheerlijken.
In het feit, dat ze niet bedroefd waren, maar Hem aanbaden, ligt dan ook het bewijs, dat de discipelen toegenomen waren in de kennis van Christus en dat zij meer en meer in Hem een Goddelijk Persoon zagen.
Daarna keerden zij weder naar Jeruzalem uit gehoorzaamheid, ondanks de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1960
Daniel | 8 Pagina's