JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Heidens gedoe

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heidens gedoe

4 minuten leestijd

I RONDKIJK

Als men vandaag de dag op de weg is, ziet men tientallen automobilisten die een poppetje of een of ander harlekijntje aan de achterruit van hun wagen hebben bengelen. Soms ziet men ook een namaak tijger boven de achterbank naar buiten gluren, uit de hoogte neerkijkend op de wagens, die door zijn baas worden achter zich gelaten.

Misschien behoef ik U niet te vertellen wat dit betekent, U weet het wel, het gebruik van zo'n bengelend poppetje aan de achter-of voorruit is een talisman, van wie men denkt dat een beschermende invloed uitgaat. Dat we daarover schrijven heeft tot reden, dat dit heidens gedoe meer en meer in ons land toeneemt. Ook nog wel door mensen die naar de kerk gaan en die zeggen in Gods voorzienigheid te geloven!

We herinneren ons nog dat op vele auto's in het begin van deze eeuw een gedrochtelijk figuurtje op de motorkap was geplaatst een beeldje dat „Billikers" genoemd en zo populair werd, dat zelfs een Nederlandse rubberbanden fabriek er haar naam aan ontleende. De roomsen voeren vaak een beeldje met zich mee van de H. Christophorus, de Schutspatroon van reizigers en beschermer tegen een plotselinge dood.

Ook vliegers en zeevaarders houden er vaak een talisman op na. Bekend is, dat sommige vliegeniers nooit de lucht ingaan of zij hebben een mascotte in de vorm van een of ander lederen popje bij zich. Zo weten wij van de franse vlieger Michelin, dat hij de gewoonte had alvorens op te stijgen eerst enige malen rond zijn vliegtuig te lopen, zeker om „de boze geesten" te verdrijven. Wat niet weg nam, dat hij op zekere dag naar beneden stortte en verongelukte.

Dat doet ons denken aan de gewoonte die vroeger in sommige plaatsen werd gevolgd om bij een begrafenis niet direct met het lijk door de ingang de begraafplaats op te gaan, maar eerst een paar maal het stoffelijk omhulsel er om heen te dragen. Deze heidense gewoonte paste men toe om daarmee de duivel te verdrijven.

Zo zijn er meer gewoonten die nu nog — en we nemen aan bij velen uit onwetendheid dat dit van heidense oorsprong is — worden toegepast, Afweermiddelen tegen ziekten b.v.: koralen dragen tegen stuipen, en tegen rheumatiek een stel stalen ringen (waarmee nog wel eens wordt geadverteerd). Ook zijn er nog wel die een „gestolen" aardappel in de zak dragen tegen kiespijn!

Over toverij en betoverd worden hoort men tegenwoordig niet zoveel meer; toch weten wij van iemand, nog niet eens zo lang geleden, die voorlezer was in een kerk en als amulet „om niet betoverd" te worden een penning om de hals droeg van de H. Benedictus. En iedere zondag las die man met een duidelijke en klare stem vanuit de katheder voor: „gij zult geen valse goden voor Mijn Aangezicht hebben!"

Onder oud-Israël kwamen deze heidense gewoonten ook al voor, waarom de Heere er in Zijn Woord ernstig tegen komt te waarschuwen. Op meerdere plaatsen in de H. Schrift luidt het gebod: „gij zult op geen vogelgeschrei acht geven!" Men lette toen op het geschreeuw van de vogels, om daaruit te vernemen wat in een bepaalde zaak zou gebeuren of er de toekomst uit af te leiden. Inplaats van op de Heere al zijn betrouwen te stellen van Hem alles te verwachten, in alle omstandigheden met bidden en smekingen voor Zijn Aangezicht te komen grijpt men vast aan hout en aan steen, aan levenloze dingen, alsof die redding en geluk kunnen brengen. In één adem wordt dit in de H. Schrift gerangschikt onder guichelarij, waarzeggerij, duivelskunstenarij en afgodendienst. Zo is het nu nog met al die poppetjes en harlekijnen, met mascotte's en amuletten. „Heidens gedoe" schreven we hierboven — en men schaamt zich niet, daaraan in ons zich christelijk noemend Nederland, openbaar uiting te geven. Wanneer ge een auto ziet, waarin een dergelijk poppetje bengelt, kunt ge meteen zeggen, de berijder is geen man, die de Heere vreest, maar een afgoden dienaar. Dat is niet iemand, die de tiende zondag van de Heidelbergse Catechismus onderschrijft, n.1.: „De almachtige en alom tegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met zijn hand nog onderhoudt en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen."

Onderschrijven wij dat welen komt dat in onze beleving uit?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1960

Daniel | 8 Pagina's

Heidens gedoe

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1960

Daniel | 8 Pagina's