JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bernardus Smyiegeli

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bernardus Smyiegeli

6 minuten leestijd

Smytegelt als prediker

(ui).

Van de ongeveer 500 preken die we van Smytegelt bezitten, heeft hij zelf er niet één persklaar gemaakt. Bij testament had hij bepaald, dat al zijn eigen preken, preekschetsen en andere manuscripten onder zijn drie erfgenamen moesten worden verdeeld, echter onder deze voorwaarde, clat zij die alleen voor zichzelf mochten gebruiken en in geen geval uitlenen, overschrijven of laten drukken. Indien ze deze voorwaarde niet wilden aanvaarden, dan moesten al zijn papieren worden vernietigd. Dit laatste is vermoedelijk gebeurd.

Smytegelt, die een geringe dunk van zichzelf had, vond z'n preken blijkbaar niet de moeite waard. De Heere heeft echter op een andere wijze gezorgd, dat ze voor het nageslacht bewaard zijn gebleven. Dertig jaar lang heeft een zekere Mejuffrouw Maria Boter te Middelburg met grote nauwkeurigheid Smytegelt's leerredenen opgetekend. Smytegelt wist dat wel en had er ook geen bezwaar tegen, mits zij ze maar voor zichzelf hield. Soms hielp hij haar wel bij cle uitwerking van haar aantekeningen. Na zijn dood wist evenwel een zekere D. Eversdijk te Sluis beslag te leggen op de handschriften van Maria Boter en deze maakte ze voor cle pers gereed.

Hiermee is het „probleem-Smytegelt" gegeven. Telkens weer werd de vraag naar de authenticiteit aan de orde gesteld. Zijn de preken inderdaad van Smytegelt of. ... zijn ze van Maria Boter? Smytegelt's opvolger, Ds. de Beveren, die zowel cle prediker als cle „stenograaf" heeft gekend, verklaarde nadrukkelijk clat cle preken „echt" zijn en er is voor ons geen reden om de verklaring in twijfel te trekken.

Dus bezitten we cle preken van Smytegelt in de vorm, waarin ze van de Middelburgse kansels zijn uitgesproken. Tegenover dit voordeel staat het nadeel, dat de preken soms een slordige indruk maken. De beste improvisatie blijft spreektaal en spreektaal leent zich zelden om ongepolijst gedrukt te worden. Terecht zeggen de uitgevers van „Des Christens enige troost" (Verklaring van de Heid. Cateli.) in hun voorwoord: „Wij denken clat cle spreker, indien hij de uitgever van zijn predikatieën had willen zijn, niet overal dezelfde uitdrukkingen gebruikt

zou hebben, die worden." nu gemeen gemaakt

Groot moet volgens tijdgenoten de indruk geweest zijn die Smytegelt's prediking maakte. Hij preekt „uit het hoofd" en dat was in zijn dagen iets ongewoons; de meeste predikanten schreven hun preek uit en lazen hem, meer of minder opvallend, vóór. Dat wil echter niet zeggen, dat Smytegelt geen studie van zijn preken maakte; aan elke preek, zomaar voor de vuist weg uitgesproken, was een zorgvuldige voorbereiding voorafgegaan.

Als jong predikant had Smytegelt zich „een lijmerige preektoon" aangeleerd. Toen hij later de gemaaktheid daarvan inzag, begon hij eenvoudig en natuurlijk te spreken. Hij beschikte over een machtig stemvolume, dat echter verminderde, naarmate hij ouder werd. Zijn gebaren waren, vooral in zijn jeugd, heftig; hij had de gewoonte, met de voeten te stampen en met zijn vuisten op de Bijbel te slaan!

Wat de vorm van zijn preken betreft, neemt Smytegelt onder de „oude schrijvers" een uitzonderingspositie in. Ilij was wars van vertoon van geleerdheid op de kansel. Citaten uit de Griekse en Romeinse schrijvers of voorbeelden uit de mythologie van de Oudheid, (waarmee Hellenbroek zozeer zijn lezers vermoeide) komen bij Smytegelt nooit voor. Hij was een volksredenaar, die de taal van zijt tijd en van zijn volk sprak. Zijn preken bevatten nogal wat dialectische (en dus Zeeuwse) eigenaardigheden: „in plekke van" voor „inplaats van"; „diere" voor „duur"; „gerogt" voor „geraakt"; „langen" voor „halen", enz.

Opvallend in Smytegelt's preken is zijn grote Bijbelkennis. De vele teksten, die aangehaald worden, dienen steeds om zijn beweringen met Gods Woord te staven en om Schriftplaatsen met elkaar te vergelijken. Dat is een bepaalde reaktie tegen de allegorische predikwijze van de Coccejanen, die nogal dorre beschouwingen hielden over de verbondsleer. Smytegelt geeft exegese, ontleedt de tekst van vers tot vers en zelfs van woord tot woord, maar verliest daarbij toch de betekenis, de strekking en het verband niet uit het oog. Zowel de verklaring als de toepassing is praktisch en „op-de-man af."

Smytegelt had nog de goede Reformatorische gewoonte, seriepreken te houden. Wij kennen dat gebruik alleen nog in de vorm van de zgn. Bijbellezing, waarbij een bepaald Bijbelboek systematisch verhandeld wordt, telkens een aantal verzen. Deze methode heeft hij ook toegepast in „Des Christens heil en sieraad" (45 preken over 2 teksten) en in „Het gekrookte riet" (145 preken over 1 tekst), doch hierbij is hij niet ontkomen aan een zekere motto-prediking. Het is 1111 eenmaal onmogelijk 145 keer over één tekst te preken, zonder op zijsporen te geraken. De tekst is dan ook in de meeste preken niet meer dan uitgangspunt.

De verklaring van de tekst wordt in Smytegelt's preken steeds voorafgegaan door een inleiding over een tekst, die met het onderwerp verband houdt. Dat korte preekje vooraf begint meestal met het traditionele: „Wij lezen.. . . ' (waaraan de mensen bij leesdienst altijd dadelijk Smytegelt herkennen!)

Hoewel de verklaring tussen de regels door wel wat toepasselijke opmerkingen bevat, eindigt de preek toch zelden zonder „een woord tot een stichtelijk slot." Daarin worden naar aanleiding van de tekst onbekeerden, bekommerden en bevestigden vermaand, onderwezen en vertroost. Bijna altijd besluit Smytegelt zijn preek met het stereotiepe: „De Heere zegene Zijn Woord, tot Zijn eere, om Zijns Zoons wille. Amen."

Smytegelt's prediking was in hoge mate aktueel. Dat bewijzen de vele boeteen biddagspreken in de „keurstoffen" en in „Een woord op zijn tijd." Wie oproept tot bekering en heiliging des levens moet ook de zonden bij de naam durven noemen. Anders ontaardt de boeteprediking in vage klachten en vrome wensen, waardoor de gemeente niet wakker geschud wordt. Smijtegelt ontzag echter geen mens. Of zijn kritiek nu de regenten gold, of het volk, of de predikanten, hij zweeg niet, als hij meende te moeten spreken. Hij zei vaak: „Vergt nooit van ons om ontrouw te zijn. Waarom zouden we met u verloren gaan? Uw haat verdienen we niet; uw gunst zoeken we niet. Prediken is een gevaarlijke en een moeilijke bezigheid. Weet ge wat veel helpt? De gebeden der vromen en Gods goedkeuring, dat loon O O'

verzoet alles!" Verbluffend was Smytegelt's kennis van de binnen-en buitenlandse politiek, waarvan hij op biddagen nogal eens een staaltje gaf. Geen gebeurtenis in zijn stad, in ons land en in de wereld ontsnapte aan zijn aandacht. De regenten en de aanzienlijke burgers haatten hem, omdat hij hen, ook op politiek en economisch terrein zo ongezouten de waarheid durfde te zeggen. Vrees voor volksoproer heeft hen er waarschijnlijk van weerhouden, Smytegelt uit de stad te verbannen of het zwijgen op te leggen, anders had hij wellicht hetzelfde lot ondergaan als de predikanten Joh. Teellinck en Abr. v. d. Velde, die in 1660 door de overheid gedwongen waren, Utrecht te verlaten.

In woord en wandel gaf Smytegelt zelf het goede voorbeeld. Hij was van mening, dat er geen slechter voorbeelden zijn dan predikanten, die een losbandig leven leiden, „want", zo drukte hij het kernachtig uit, „men kijkt meer naar de zon, wanneer ze eclipseert, dan wanneer ze schijnt." En hoewel hij op de kansel scherp kon zijn, in het dagelijks leven was Smytegelt een beminnelijk mens, die evengoed met zijn minderen als met zijn meerderen kon omgaan. Zo moesten, volgens zijn levensbeschrijvers, „zelfs openbare goddelozen zeggen: Smytegelt is een godzalig predikant; die praktiseert hetgeen hij leert."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1960

Daniel | 8 Pagina's

Bernardus Smyiegeli

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1960

Daniel | 8 Pagina's