De Gem een ie van Corinihe ten tijde van Paulus
De hiernavolgende inleiding werd gehouden op de jaarvergadering 1959 te Gouda door onze vriend G. Kortleven en is, op verzoek van de redactie, ter plaatsing in „Daniël" afgestaan.
(5).
Ook de zonde van intellectuele verheffing deed de gemeente veel kwaad.
Griekenland immers is het land der wijsbegeerte.
De drang naar kennis sprak er zeer sterk; kennis is deugd.
Men zei: als de mens het goede kent, zal hij het ook van zelf doen; de oorzaak van het misdrijf is niet te zoeken in 's mensen boze natuur, maar in zijn onwetendheid; maak de mens maar wijzer, dan wordt hij ook beter.
Intellectuele ontwikkeling stond boven aan, maakte de mens pas tot mens.
Poëzie en philosophie, rhetorica en kennis der litteratuur maken de wens vrij en groot, en moeten gepopulariseerd worden, om ook de massa in hun zegeningen te doen delen.
Nu had Paulus in alle eenvoud het evangelie des kruises aan de Corinthiërs gebracht. Het woord van het kruis, dat met zijn blijde boodschap der wederopstanding des vleses de Atheners tot spotten had gebracht, toen het hun op de Areopagus werd verkondigd.
Heel het evangelie des kruises was voor het intellectualisme een dwaasheid.
Onsterfelijkheid der ziel te leren, dat ging nog.
Maar de herrijzenis van het lichaam te geloven, was al te dwaas.
Een bewijs hoezeer ook dit intellectualisme in Corinthe nawerkte, is wel dat ook zelfs in het midden der gemeente twijfel rees aan de wederopstanding der doden.
Een twijfel die het machtige pleidooi van 1 Cor. 15 aanleiding gaf.
Deze intellectuele zelfverheffing bracht ook mede, dat de Corinthiërs zich zeer verhieven op de charismata, die in zo rijke mate in het midden der gemeente was uitgestort.
En van zelf dan, dat men onder de gaven het hoogste stelde, die het meeste opzien verwekte. En dat was wel de gave van het spreken met vreemde talen. Deed deze gave zelfs niet denken aan de mantiek der hoogste heidense priesters?
Werd nu in dat spreken met vreemde talen niet de hoogste werking des Heiligen Geestes gezien, die de beschikking over het spraakvermogen ontneemt, en dit gebruikt voor het onverstaanbare spreken, alleen door een uitlegger in gewone woorden weer te geven?
Het werd een onheilige wedstrijd wie de meeste in gaven was. En dit was aanleiding tot de grootste wanorde in de vergadering.
Bijv.: Eén had met tongen gesproken, en een uitlegger zal verklaren, en zie een ander staat op en spreekt er door heen. Of een spreker bekommert zich er niet om of er een uitlegger is, en redeneert maar voort, zonder dat iemand hem verstaat, zodat zijn woord niet tot stichting kan zijn.
De ene profeet heeft nog niet geëindigd of de ander begint al weer.
Het is zoals Paulus zegt: „Zelfs ook de levenloze dingen, die geluid geven, hetzij fluit, hetzij citer, zo zij geen onderscheid met hun klank geven, hoe zal bekend worden hetgeen gefluit of op de citer gespeeld wordt? " Paulus treedt streng op tegen deze misstand.
Hij veracht de gave niet!
Integendeel! Maar het is niet zo, dat de gaven cle meeste zijn. Er is een uitnemender weg, nml. die der liefde, de meeste van de drie deugden, die de Christen sieren.
(Slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1960
Daniel | 8 Pagina's