Maria Louise
van Hessen Kassei
(II).
Twee dagen later verliet johan Willem Friso het leger om naar Holland te reizen. Op die tocht gebeurde het, dat de held, die zijn leven zo dikwijls in menige veldslag had gewaagd, bij het oversteken van het Hollandsdiep een roemloze dood vond in de golven.
Enkele dagen later ontving prinses Maria Louise het verpletterende bericht. Nu was zij na nog geen drie jaar gehuwd te zijn geweest, weduwe geworden. Het leed van de geslagen prinses van Oranje is met geen pen te beschrijven. Toch was zij niet opstandig maar fluisterde met bevende lippen: „De Heere doe wat goed is in zijn ogen.''
Zes weken later schonk zij het leven aan een zoon. Al haar liefde ging nu over op haar kinderen.
Toen de kleine Willem vijf jaar was, kwam hij zo ongelukkig te vallen, dat men voor zijn leven vreesde. Gelukkig kwam hij er weer bovenop, maar zijn lichaam bleef voorgoed gebrekkig en verwrongen, terwijl zijn zwakke gezondheid regelmatig reden tot ongerustheid was.
Doch niet alleen met haar kinderen, ook
met staatszaken moest de prinses zich bemoeien, want enkele dagen na Willems geboorte werd zij aangesteld tot gouvernante. Met grote nauwgezetheid wijdde Maria Louise zich aan haar taak. Omringd door uitstekende raadslieden liet zij zich voortdurend voorlichten en nog denkt men in de provincie Friesland aan het bestuur van „Marijken Meu." Zo gingen de jaren voorbij en was de tijd gekomen dat Willem zijn studies moest aanvangen. Dit betekende dat Maria Louise haar geliefde zoon moest afstaan. Met weemoed in het hart liet zij hem naar de hogeschool te Franeker vertrekken.
Afwisselend woonde zij op het Huis te Dieren, op het Loo of op het Groot Kasteel van Breda.
Ook haar dochter ging haar verlaten. De jonge prinses Amélia huwde met de erfprins van Baden-Durlach. Eenzaam bleef Maria Louise nu achter. Haar kinderen hadden hun bestemming gevonden.
In 1734 ging de lievelingswens van de prinses in vervulling. Prins Willem huwde met een dochter van de koning van Engeland, Georges, de tweede uit het huis van Hannover. Eerst had de Franse koning Lodewijk XV getracht haar te verschalken, maar omdat het meisje niet rooms wou worden, is het niet doorgegaan. Koning Georges gaf onmiddellijk zijn toestemming omdat de huwelijkscandidaat een Oranje was. Hij dacht steun te vinden om zijn koningshuis steviger op de troon te brengen.
De Staten-Generaal zagen het met lede ogen de huwelijksbesprekingen aan. Zij lieten de Engelse gezant een resolutie overhandigen waarin zij ronduit verklaarden dat de prins van Oranje nooit een regerend vorst zou worden. Het antwoord dat Georges gaf laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Hij liet de Heeren antwoorden: dat hij, „ten uiterste gesupreneerd was over de resolutie, omdat hij niet zag, wat recht de Staten konden hebben om presentatiën te doen tegen de beschikkingen in zijne familie." Het huwelijk werd gesloten en na de voltrekking verzuimden de Staten niet de koning van Engeland hun gelukwensen aan te bieden, er bijvoegende: „dat vermits Zijne Majesteit eene vrije Republiek als de hunne verkozen had als verblijfplaats voor zijne dochter, zij hoopten, dat zij daar vinden zoude al 't genoegen hetwelk de gelegenheid der plaatse en de tegenwoordige gesteldheid der regering, welke ons ter harte gaat, haar zullen kunnen geven."
Deze woorden waren kenmerkend voor de ontvangst, die de jonge prinses wachtte in haar nieuwe vaderland.
Een reeks van vernederingen moest de prinses ondergaan bij haar aankomst in Holland. Op haar doorreis naar Friesland werd haar door de Staten van Holland geweigerd de voornaamste steden te bezoeken. Den Haag en Amsterdam waren voor haar verboden terrein. Alleen mocht zij zich in Amsterdam inschepen op het jacht dat haar naar Friesland brengen zou. De magistraat van de stad deed niet eens de moeite haar te verwelkomen.
Schoonmoeder Maria Louise wachtte de jonge vrouw Anna van Hannover op in Harlingen en eerst toen kreeg zij een waardige ontvangst. Hoe het verder met Anna van Hannover verlopen is, willen wij D.V. later in enkele artikelen vertellen. Nu gaan wij verder met moeder Maria Louise.
A. G. Eggebeen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1960
Daniel | 8 Pagina's