BIDDAG
Willig liggen verse voren stil te wachten op het zaad. Straks zal 't graan zich laten horen als de wind het ruisen laat, en uit blauwe lucht gaat gloren 't felle licht van 't zongelaat.
Laten wij met lege vaten tot de grote Gever gaan; ons alleen op Hem verlaten, wie zal zonder Hem bestaanP Meten wij met ónze maten, Zijn maat wijst iets anders aan.
Wil ons armelijke pogen met Uw gunst bekronen, Heer! Zullen w ook maar iets vermogen. Eén wenk ... en wij zijn niet meer. Leer ons opzien naar de hogen bij ons zwoegen keer op keer.
Geef ons telkens nieuwe krachten 'om te werken wat Gij eist. Leer ons trouw Uw wil betrachten, gaan de wegen die Gij wijst, onverdiende zegen wachten omdat gij genadig spijst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1960
Daniel | 8 Pagina's