Maria Louise
van Hessen Kassei
(I)-
Met de dood van koning - stadhouder Willem III in het jaar 1702 was het geslacht van prins Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands uitgestorven in de mannelijke linie.
Zoals prins Maurits het destijds bepaald had in zijn testament, ging de titel van prins van Oranje nu over op een afstammeling van Jan van Nassau, de elfjarige Johan Willem Friso, erfstadhouder van Friesland.
Veel meer dan de titel van prins van Oranje kreeg de jonge Johan Willem Friso niet. Het leek alsof hij aan een roof bende ten prooi was gevallen. Lodewijk de Veertiende, de koning van Frankrijk sloeg zijn slag en nam het prinsdom van Oranje in zijn bezit. De koning van Pruisen eiste op zijn beurt de gehele erfenis op en eigende zich bij voorbaat dadelijk de graafschappen Lingen en Meurs toe. De koning van Piaisen was een afstammeling van Louise Henriëtte van Oranje, de oudste dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms.
Prins Willem III had de zorg voor zijn testamentaire beschikkingen opgedragen aan de Staten-Generaal, maar deze hadden nog tijdens het leven van de Prins geweigerd Johan Willem Friso tot stadhouder te benoemen.
En nu. ... nu deden zij niets. Het was hen niet ongevallig dat een deel van de bezittingen van het Huis van Oranje in vreemde handen overging.
Het volk en het leger waren echter vurig Oranjegezind. Zij wilden Johan Willem Friso als Kapitein-Generaal en zijn benoeming tot stadhouder van alle gewesten. Zijn fiere houding in de Spaanse Successieoorlog deed zijn persoonlijk aanzien stijgen. Nooit zouden de regenten het kunnen volhouden om de prins van Oranje buiten invloed te houden. In hun hart waren zij ervan overtuigd, dat Friso de koude oorlog zou winnen. Het is dan ook niet te veel gezegd dat zijn kansen met de week stegen. Spoedig nadat Johan Willem Friso meerderjarig was geworden, vroeg hij de hand van Maria Louise de dochter van de landgraaf van Hessen-Kassei, een van de machtigste der kleinere duitse vorsten.
De landgraaf stemde toe en huwelijkte zijn dochter uit aan de prins van Oranje. En wat niet dikwijls gebeurde in de vorstelijke kringen, reeds bij de eerste ontmoeting met de jonge Prins begon Maria van hem te houden. Het huwelijk werd gesloten en in januari van het jaar 1710 hield het prinselijk paar hun plechtige intocht in Leeuwarden.
Haar geluk duurde niet lang. De Prins verliet haar om voor het vaderland te strijden. Trots vervulde haar hart als zij van zijn heldendaden bij Oudenaarde, bij Rijssel en Malplaquet hoorde.
Eenzaam was de prinses van Oranje achtergebleven op het stille prinsenhof te Leeuwarden. Groot was het verschil met de levendige hofhouding van haar vader. Hoe gezellig was het altijd in de grote kring van haar broers en zusters. Vooral haar moeder miste zij veel. In deze omstandigheden werd haar eerste kind, een dochter, geboren. De Prins was toen niet thuis. Alleen zijn talrijke brieven waren lichtpuntjes in haar somber bestaan.
Troosteloos was zij toen volkomen onverwachts het doodsbericht van haar moeder Holland bereikte. Haar gemaal begreep haar bittere smart en schreef direkt een troostende brief: „Ik hoop, dat het bericht u geen kwaad zal doen in de omstandigheid waarin gij verkeert. Geef u niet al te overmatig aan uwe droefheid over en bedenk, dat er geen wapen is tegen de dood. Wij moeten ons in alles onderwerpen aan de wil van de Heere. Daar gij een goede Christin zijt, hoop en verwacht ik, dat gij kracht zult vinden om u zelve te beheersen. Ik smeek er u om, mijn lieve vrouw om mijnentwil en ter wille van ons kind."
Een maand later wilde Johan Willem Friso zich naar Den Haag begeven om enkele geschillen over de erfenis van prins Willem III te bespreken met de koning van Pruisen die voor dit doel naar Holland was gekomen. Hij schreef naar prinses Maria dat hij misschien éven naar huis kwam.
De prinses was dolgelukkig en om toch maar geen uur te verliezen besloot zij hem tot Amsterdam tegemoet te reizen. Maar Johan Willem Friso was bezorgd voor haar gezondheid (de prinses verwachtte haar tweede kind) en ontried het haar. Hij schreef: „Ik bid u, niet ongeduldig te worden en rustig te Leeuwarden te blijven tot ik u uit den Haag schrijven zal.
Prinses Maria gehoorzaamde en wachtte
Nooit zou zij haar geliefde gemaal weerzien, want !
A. G. Eggebeen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1960
Daniel | 8 Pagina's