De Gemeente van Corinthe ten tijde van Paulus
De hiernavolgende inleiding werd gehouden op de jaarvergadering 1959 te Gouda door onze vriend G. Kortleven en is, op verzoek van de redactie, ter plaatsing in „Daniël" afgestaan.
(3).
Overal waar de apostel spreekt over het eertijds der gemeente, is het duidelijk, dat hij hun vroeger leven beschrijft, als zonder kennis van de enige, ware God. Zij hadden van die God kunnen weten, gelijk hij zich openbaart in de natuur. Maar de wereld heeft door de wijsheid God niet gekend, waarom het Hem behaagde door de prediking, zalig te maken die geloven.
Zij hebben de prediking van het mysterie der verlossing ontvangen als een nieuwe boodschap.
Zij moesten als jonge kinderen gevoed met melk, en niet met vaste spijzen.
Omstreeks Pinksteren van het jaar 54 gaat Paulus, nadat hij orde op zaken heeft gesteld, de gemeente verlaten, en scheept zich in naar Syrië en gaat vandaar naar Efeze.
Paulus heeft een gemeente achtergelaten, waarvan de uitwendige toestand zeer gunstig is.
In andere brieven, b.v. aan de kerk van Thessalonica, moest Paulus woorden van troost schrijven, omdat de hitte der verdrukking het goud des geloofs op de proef stelde.
In Corinthe was dit niet het geval. Het was er vrede en de gemeente kon ongestoord als gemeente van Christus leven. Zeer veel omstandigheden hebben hier toe meegedragen.
De eigenaardige samenstelling van de bevolking, die mee bracht, dat zeer veel goden werden vereerd.
De houding van Gallio, de proconsul, die niet te bewegen was om de prediking van het evangelie te bemoeilijken.
Het kwam alles de vrijheid van Corinthe's kerk ten goede.
Daarbij komt nog dat er veel rijken tot de gemeente behoorden. In de gemeente nu was bij de uitwendige bloei ook veel goeds op geestelijk gebied te roemen, al moest de lof, gelijk wij nog wel zien zullen, helaas met wat meer bestraffing gemengd zijn.
Paulus noemt haar rijk in alle rede en kennis.
Geen gave des Geestes ontbreekt. Machtige werkingen des Heiligen Geestes werden gezien. Een heilig enthousiasme heerst bij velen. Het woord der wijsheid wordt niet gemist; geloof dat als het ware bergen verzette, werd gevonden. gezondmakingen door het geloof waren niet zeldzaam; profeten stonden in het midden der gemeente op; in vreemde talen werd gesproken, en door anderen het gesprokene vertaald.
In velerlei levensverhouding was het tot een diep ingrijpen gekomen. Denk maar aan de verhouding meester - slaaf. De Christenslaaf hing meestal voor het uitoefenen van zijn geloof van zijn meester af.
De Corinthiërs echter waren op dit punt erg vrijgevig, want zij stelden er een eer in op dat punt liberaal te handelen, en zo dus het voor de slaven niet moeilijk te maken om God te dienen naar hun overtuiging.
De verhouding in de gemeente tussen de vrijen en de dienstbaren was zeer goed. De slaven werden niet met minachting behandeld; integendeel, zij werden als medebroeders beschouwd.
£ulk een slaaf was toch ook een vrijgelatene des Heeren?
In Christus' kerk, in hare vergaderingen zijn allen gelijk, samen wachtend op dezelfde glorie.
Het evangelie had ook invloed gehad op de toestand der vrouw.
We krijgen tenminste de indruk, dat de vrouw in de gemeente veel hoger gesteld werd, dan bij de heidenen.
In volle kracht werd het gemeentelijk leven gezien op de dag des Heeren, als men samen kwam tot Zijn dienst.
Laten wij ons eens in gedachten verplaatsen in een gemeentelijke vergadering in Corinthe.
Allen zijn bijeen. Er is nog geen aange-
wezen presbyter voor het arbeiden in de leer; de volle bedeling der charismata is over de gemeente uitgestort.
Allen dragen bij tot de onderlinge stichting. De één heeft een psalm. De ander heeft „een leer", ook onderscheiden in woord der wijsheid en woord der kennis. Een derde heeft een openbaring. Wat een rijkdom in onderscheidene gaven tot lering en tot vertroosting.
Maar nog is het einde er niet. Daar staat er één op, die „een taal" heeft.
De Heilige Geest ontneemt hem de beschikking over zijn tong en laat die spreken in klanken des geestes, gelijk de citerspeler de klanken te voorschijn roept door het tokkelen der snaren. De zin dezer klanken is onverstaanbaar voor de anderen.
Daarvoor echter is de gave der „uitlegging" in de gemeente geschonken.
Is het wonder, dat Paulus de Heere dankte voor de rijkdom der geestesgaven aan Corinthe geschonken?
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1960
Daniel | 8 Pagina's