Kerkbank in — kerkbank uit
RONDKIJK
Enige tijd geleden hebben we uit het boekje „Preekstoel op, preekstoel af", van de journalist Henk de Jong te Utrecht, in deze rubriek enige aantekeningen gemaakt. Thans is er van deze „belezen" schrijver weer een geschrift aan de markt gekomen *) dat tot titel draagt: „Kerkbank in, kerkbank uit." Er valt direkt uit af te leiden, dat het hier gaat over de kerkgaande gemeente, van wie hij in 78 bladzijden, naast meerdere goede dingen veie onhebbelijkheden in het daglicht stelt. De goede dingen zouden we dan kunnen begrijpen onder hetgeen hij opsomt in het eerste hoofdstuk, n.1. dat het kerkgaan op zichzelf prijzenswaardig kan worden genoemd al blijkt helaas, dat het bij velen vaak een sleurgang is. De volgende hoofdstukken bevatten meest alle wangedragingen onder, en ook wel na de Woorddienst, met vele voorbeelden van sermoenen die daartegen in de loop van de tijd zijn gehouden. Het euvel van „de slapende gemeente" krijgt allereerst een beurt, waarbij de schrijver meent, dat er tegenwoordig minder in de kerk wordt geslapen dan enige deccenia terug, laat staan van een paar eeuwen geleden. Toen moest ds. Smijtegelt te Middelburg (in de middagdienst) er heftig tegen te keer gaan: ge kunt het in zijn preken lezen. Ergens zegt hij: „De één heeft te veel gedronken, de ander te veel gegeten. Zij zetten zich tot slapen of zij zitten te kraken of op te rispen." Een frappant voorbeeld geeft het boekje over een dominé van de Christian Reformd Church te Roseland (V.S.), die, toen hij van de preekstoel kwam voor één ouderling zijn hand achter de rug hield en zei: „Voor U niet! Ig geef U mijn hand niet, want U hebt onder heel de preek geslapen, zodat U onmogelijk uw instemming daarmee kunt betuigen!" Van de Geref. predikant as. Lindeboom haalt hij aan, dat die niet alleen de slapers bestrafte maar ook die er naast zaten, omdat die verplicht waren hun buurman of buurvrouw wakker te maken. De weduwe van ds. Hendrik de Cock, de afgescheiden dominé van Ulrum, had altijd moeite om in de kerk wakker te kunnen blijven. Je moet er maar last van hebben. Weet U wat zij deed? Zij haalde dan een speld uit haar beugeltas en begon zichzelf te prikken. Het bleek een probaat middel te zijn.
De pronkende gemeente komt ook voor het voetjicht; oudtijds en nu nog is de kerk inplaats van een eredienst een gelegenheid om mooie kleren en hoofdtooi te tonen. Er is ook mode en „stand" in de kerk zelf: in vele grote (hervormde) kerken ziet men nog de hoge banken met luifels voor de notabelen; minder verheven het blok voor de middenstand, terwijl bedeelden achter in de kerk op onsierlijke banken moesten plaats nemen met als rugleuning alleen een smalle plank. Gelukkig is hierin verandering gekomen.
En dan de snoepers in de kerk! De schrijver constateert: „Het Nederlands kosterdom veegt 's maandags balen papier aan, afkomstig van snoepgoed." Dat is heus niet overdreven. Uw rondkijker heeft eens op een maandag het mooie nieuwe kerkgebouw van de Ger. Gemeente te Rijssen bezocht, toen de kosteres en haar helpers bezig waren met het schoonmaken van de vloeren en de „oogst" van de zondag in te zamelen. Emmers vol! We weten dat er iedere dienst ongeveer 3000 mensen ter kerk komen, waarom men zou kunnen zeggen dat het per kerkbank niet veel is. Maar als men dan een snoepje onder de preek neemt, laat men dan het papiertje in de zak steken. Dat bespaart kosters en kosteressen veel moeite en ergernis, want het kleeft wel eens ook!
Vroeger was het niet veel beter, want toen nam men een snuifje; en bij de vrouwen ging het zilveren reukdoosje, waarin een sponsje gedrenkt in eau de cologne, van neus tot neus! En de mannen namen tabak in de mond; als jongen herinnert schrijver dezes z: ch. dat er in de kerk een bordje hing met een waarschuwing tegen de pruimers: „Verboden te spuwen." Dat was wel een heel vieze beweging.
Over de pratende gemeente wordt in genoemd boekje ook nog al een en ander gelegd — wat is het praten vóór de dienst aanvangt vaak onstichtelijk. Veel goeds daarentegen over de goed beluisterende gemeente; een dominé behoeft het niet zo bezwaarlijk te vinden als er weinigen onder het gehoor zitten; het komt er maar op aan of er werkelijk afnemers zijn!
„De offerende gemeente" is in dit boekje een heel mooi hoofdstuk; er staan vele wetenswaardigheden in, hoe dit vroeger toeging en ook over de wijze van inzamelen van de gaven in de kerk. De zwiepende hengelstokken met de bengelende zakjes onderaan (waaraan soms een koper belletje hing om de aandacht te trekken dat de collectant in de buurt was en men dus zijn gave gereed moest hou den) behoren zo langzaam aan tot het verleden en hebben plaats gemaakt voor doorgeefzakjes. Daarover is echter in vele kerken nog al wat te doen geweest.
Toen wij het boekje „kerkbank in, kerkbank uit lazen, dachten wij aan de oude dominé Mackenzie (te Nieuw Beijerland overleden) onder wiens gehoor we als kleine jongen vaak hebben gezeten. Bij zijn groet aan de gemeente vóór hij de zegen uitsprak horsn we het hem nog zeggen: „Geliefde gemeente, en gij allen die gekomen zijt om de woorden des levenden Gods te horen" — met welke woorden de predikant zijn gehoor direct bij de ernst bepaalde, tot welk doel men in het huis Gods was saamgekomen. Als dat recht tot de kerkgangers doordringt, n.1. dat men daar komt om te horen wat de Heere tot de gemeente en daarmee ook tot hèm te zeggen heeft zal de lust tot slapen en snoepen er niet zijn en ook niet om zijn naam in de bank te graveren.
Getuigt de kerkbank tegen ons, dat we er uitgaan zoals we er in gekomen zijn? Of mogen we er wel eens neerzitten met een behoeftig en heilbeherig hart? Hebben we in onze kerkbank wel eens een verbeurde sabbathszegen ontvangen? Dan is het een kostelijke plaats. Dan kan men er van zeggen: De Heere was aldaar.
*) Uitgegeven bij N.V. Gebrs. Zomer en Keuning te Wageningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1960
Daniel | 8 Pagina's