Anti-semitisme
RONDKIJK
Het anti-semitisme steekt weer de kop op. Het blijkt, dat met name in Duitsland, nog sterk de Jodenhaat leeft, hoewel deze ook in vele andere landen, zelfs tot in Amerika toe, tot openbaring komt. De anti-semitische golf begon in Keulen, waar de synagoge werd beklad met hakenkruisen en met de uitroep: „Juden 'raus" (Joden er uit). Het zijn met name de aanhangers der „Deutse Reiehspartei", die dit weerzinwekkend gedoe beoefenen. Gelukkig wordt het snel de kop ingedrukt. Bondskanselier Adenauer heeft in een rede gezegd, dat ieder wie een euveldaad tegen de Joden ziet bedrijven, het recht zelf in handen moet nemen, en de dader meteen maar een flink pak slaag moet geven. Er zijn zware gevangenisstraffen gesteld op uitingen van Jodenhaat, zodat we van mening zijn, dat er voor de Joden zelf geen gevaar bestaat. Het is wel opmerkelijk, dat de haat tegen de Joden zich in meerdere landen vrijwel op hetzelfde tijdstip openbaart, wat wordt toegeschreven aan een hetze uit Moskou, waarvan volgens de dagbladen de bewijzen moeten zijn geleverd. Het zal zich echter als een boemerang tegen Rusland keren, omdat de ogen zijn open gegaan aktief te zijn, dat het nazi-regiem niet weer opnieuw aan de dag treedt. De Joden zijn de eeuwen door aan allerlei vervolgingen bloot gesteld. Aanvankelijk was het een religieus sentiment: de aanbidding van één God (Onze God is een enig Heere) werd gehaat, men vond de Joden te zelfbewust en met name de Romeinen konden hen moeilijk verdragen, omdat ze evenals de Christenen niet meededen aan de Keizercultus. Later weer wekte veel afgunst, dat de Joden hoge posities innamen in wetenschap, op gebied van cultuur en ook in het geldwezen. Meermalen trof hen het lot, dat zij als object dienen om allerlei onlust-en angstgevoelens op af te reageren. Onder het Hitler-regiem hebben niet minder dan 1/3 van alle Joden het leven moeten laten. Deze afschuwelijke daden van de nazi's liggen nog zo vers in het geheugen van de gehele wereld, dat de Joden o.i. op het ogenblik geen gevaar hebben te duchten.
De Staat Israël
De laatste jaren zijn vele Joden uit alle landen van de wereld naar Palestina getrokken. Op het ogenblik wonen er reeds ruim 2Vz miljoen Joden. Toen in 1948 Israël, met medeweten van de vergadering der Verenigde Naties een onafhankelijke Staat is geworden, heeft Ben Goerion in een rede gezegd, dat iedere Jood, waar ter wereld ook, in de Staat Israël kan worden opgenomen. En men kan er bewondering voor hebben wat in deze nog jonge Staat, die omringd is van vijanden en tegen een 60-voudige overmacht staat, wordt gepresteerd. Om een voorbeeld te noemen: in het gebied van de Karmel, waar zich grote moerassen bevonden, heeft men vruchtbaar land weten te maken, door gebruik van een tunnel, (die er nog lag van de Romeinen) waardoor het water naar zee kon worden afgevoerd. Tegen de erosie heeft men bomen geplant en het land bebost. Er zijn moderne fabrieken verrezen, in het gespleten Jeruzalem met z'n prikkeldraadgrens midden door het hart van de stad, zijn hogescholen verrezen en worden allerlei wetenschappen beoefend. Het grootste irrigatie-systeem van de Nageb, tovert de dorre woestijnen om tot vruchtbare landouwen. Rondom Lachis en Berseba was het in 1955 nog een echte zandwoestijn — volgens het boek Jozua hebben daar 17 steden gelegen, waarvan de geologen hebben vastgesteld, dat er 22000 mensen hebben gewoond Ben Goerion — die zeer thuis in het Oude Testament — heeft gezegd: het klimaat is niet veranderd, het was vroeger het land vloeiende van melk en honig — het kan weer zo worden! We hebben nu veel moderner middelen, er kunnen daar nu ruim een half miljoen mensen wonen!
Ieder van ons zal volle aandacht hebben voor hetgeen in de Staat Israël, het land van de Bijbel, plaats heeft en onwillekeurig rijst de vraag, wat heeft de Heere, die alle dingen regeert en bestuurt, er mee voor? De Staat Israël, die zoals prof. dr. W. J. Kooiman het eens heeft uitgedrukt meer dan enig ander land in de „politieke tochthoek" ligt, begint mee te spreken in de wereldgeschiedenis. Zal de jonge Staat, wanneer de bronnen van inkomsten door oorlogsschuldbetalingen ophouden, het volhouden en zo kunnen blijven doorgaan? We weten het niet, maar de ongelooflijke dingen die in een luttel aantal jaren zijn tot stand gekomen geven wel blijk van een geweldig doorzettingsvermogen.
Het oude Bondsvolk is ondanks vervolgingen, ondanks massamoorden op grote schaal in stand gebleven en, ofschoon dit vaak is geprobeerd, niet uit te roeien. Onze vaderen hebben wel eens uitspraken gedaan dat in het laatst der dagen vele Joden tot God zullen bekeerd worden, gebaseerd op: gans Israël zal zalig worden. Het ware te wensen. Het zou beschamend zijn voor de christenen, dat de afstammelingen van hen, die eens uitriepen: „Zijn bloed kome over ons en onze kinderen, " door dat bloed gezaligd werden. Wij voor ons geloven niet, dat de Heere met de Joden „als volk" aparte bemoeienissen heeft boven andere volken. De middelmuur des afscheidsels is doorbroken — de zaliging moet voor iedere Jood op dezelfde wijze geschieden als voor ieder ander uitverkorene, n.1. in het bloed van Hem, die zij eens verworpen hebben.
Rome en de Reformatie
In het Centraal Weekblad van de Gereformeerde kerken lazen we een artikel van de Geref. predikant ds. H. J. Hegger (ex-priester) onder het kopje: „Lokken naar buiten en dreigen naar binnen." Ds. Hegger stelt daar de vraag: Waarom is toenadering die tussen Rome en de Reformatie is gezocht, uitsluitend in het voordeel van Rome? En hij vervolgt dan:
„Wanneer een protestant trouwt in de rooms-katholieke kerk, dan blijven wij dat huwelijk toch als geldig erkennen, als het tenminste burgerlijk voltrokken is. Wanneer echter een roms-katholiek in een protestantse kerk trouwt, dan wreekt Rome dat door het huwelijk ongeldig te verklaren en op het samenleven van dit echtpaar de smaad van het concubinaat te werpen. Volgens de rooms-katholieken „hokken" zulke mensen dan maar samen, ook al zijn ze nog zo geldig voor de burgerlijke wetgever getrouwd.
Rome dringt er bij de protestanten op aan, dat ze roomskatholieke boeken zullen lezen, maar verbiedt onder bedreiging met doodzonde en hel aan de eigen mensen om protestantse boeken te lezen.
En meen nu niet, dat de Nederlandse rooms-katholieken minder intolerant zouden zijn. Krachtens de algemene bepalingen van het roomse kerkrecht is het voor een roomskatholiek alleen verboden om actief deel te nemen aan een protestantse eredienst. De Nederlandse bisschoppen hebben echter voor hun onderdanen ook nog verboden om „bij preken van ketters of schismatieken in hun kerken tegenwoordig te zijn" (zie Prov. Concilie van Utrecht p. 184, eveneens: „Het kerkelijk recht", dr. Hubertus van Groessen, uitgave Romen en Zn., Roermond, no. 675, p. 721).
Het lijkt mij, dat de Nederlandse rooms-katholieke kerk eerst dit verbod onder straf met doodzonde en hel aan hun onderdanen om een protestantse preek bij te wonen, moet afschaffen, voordat ze ons vertrouwen mogen vragen. En als ze het willen voorgeven, alsof zij de onverdraagzaamheid in andere rooms-katholieke landen betreuren, dan kunnen we dat moeilijk geloven als ze zelf hier in Nederland nog verzwarende bepalingen toevoegen aan het algemene kerkelijke wetboek van Rome. En zit daar niet een oneerlijke houding in, als je de protestanten maar tracht te lokken naar allerlei lezingen en toespraken en preken in de eigen kerk en ondertussen aan de rooms-katholieken onder bedreiging met eeuwige straffen verbiedt om naar een dominee te luisteren? Op de dag waarop ik dit artikel schrijf, lees ik in „De Rotterdammer" over een rede van mgr. B. Alfrink, aartsbisschop van Utrecht, waarin deze heeft gezegd dat tot zijn vreugde Rome en Reformatie naar elkaar toegroeien. Hij spreekt over een nieuwe geest, die zich baanbreekt in deze verhouding. Maar kunnen we dergelijke liefelijke tonen ernstig nemen, zolang deze aartsbisschop de bovengenoemde strenge bepalingen voor de rooms-katholieken van Nederland blijft handhaven? Moeten we dan niet veronderstellen dat achter deze sirenezang het streven zit om protestanten voor Rome te winnen? Is deze veronderstelling niet een eis van gewoon nuchter gezond verstand?
Neen, als het Rome werkelijk te doen was om een zuivere sfeer te scheppen tussen protestanten en rooms-katholieken, dan zouden allang allerlei denigrerende bepalingen weggenomen zijn. Dan zou toch bij voorbeeld in elk geval alvast de hatelijke bepaling van can. 2314, $ 1 geschrapt moeten zijn, waarin een protestant, door het feit zelf, dat hij „bij een nietkatholieke sekte" is aangesloten, eerloos wordt verklaard. Tot zolang meen ik dat we geroepen zijn tot de bijbelse werkzaamheid tegenover hen, die binnen willen sluipen om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespieden, en zo ons tot slavernij te brengen (Galaten 2 : 4)".
Tot zover ds. Hegger. We meenden dit stukje, dat zo duidelijk de bedoeling van Rome weergeeft, te moeten opnemen.
RONDKIJKER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1960
Daniel | 8 Pagina's