Samenkomsten van protestanten en rooms-katholieken
RONDKIJK
Het komt tegenwoordig veel voor dat protestantse dominees en roomse priesters bij sommige gelegenheden gezamenlijk optreden. Vooral bij het kerstfeest is dit nog al in trek. Men noemt dit dan „Oecumenische kerstsamenkomsten." In het oudej aarsnummer van „Centraal Weekblad" (weekblad van de Geref. Kerken in Nederland) trekt ds. H. J. Hegger, voormalig roomskatholiek priester en thans predikant bij de Geref. kerken, hiertegen van leer.
Over deze „oecumenische" kerstsamenkomsten stelt hij twee vragen: ten eerste: is dit juist? en: is de wereld daarmee gebaat? En op die vragen geeft hij o.i. duidelijke antwoorden, die we belangrijk genoeg achten, om ze in „Rondkijk" voor het voetlicht te brengen.
Het lijkt mij, aldus ds. Hegger, dat dergelijke samenkomsten onmogelijk door ons, gereformeerden, kunnen worden goedgekeurd. En ik zou dat willen uitstrekken tot elke vergadering van een officieel karakter. Zo heb ik het meegemaakt, dat men op een conferentie van gereformeerde predikanten en werkers in de evangelisatie twee priesters een lezing liet houden, waarna dan bespreking volgde. Ook dat lijkt mij geheel in strijd met onze gereformeerde bijbelse visie.
T.o.v. de gesprekcentra is ds. Hegger gematigder, omdat die geen officieel kerkelijk karakter dragen. Daarvoor gelden z.i. niet de bezwaren, die hij hieronder opsomt. Hij schrijft dan:
Mijn voornaamste bezwaar tegen dergelijke enigszins officiële samenkomsten is, dat wij op deze manier ons enigszins mede-schuldig maken aan de verduistering van de eer van Christus, zoals die nog altijd plaats heeft in de katholieke kerk.
Hoe kunnen onze kerken officieel onze mensen uitnodigen naar een samenkomst, waarin iemand voorgaat die 's morgens nog de rnis heeft opgedragen?
Weet u wat de mis betekent? Deze priester, die dan ook voor onze gereformeerde mensen gaat spreken, heeft die morgen weer de pretentie gehad, dat op zijn woorden God een wonder deed. Hij heeft gedacht dat God hem blijvend de macht heeft gegeven om brood en wijn te veranderen in het lichaam en bloed des Heeren. Hij is na de consecratie voor dat brood en die wijn neergeknield en heeft deze materie voor het volk omhoog geheven, opdat ook het volk ervoor zou neerknielen en het zou aanbidden. Deze man heeft dus afgoderij gepleegd en heeft anderen daartoe aangezet. Natuurlijk nemen wij gaarne de goede trouw van die priester aan. Maar in zichzelf blijft het een afgoderij, en afgoderij is vervloekt, zegt onze catechismus terecht. Of durven wij, gereformeerden, het geen afgoderij meer te noemen als iemand voor een stukje brood en een beker wijn neerknielt en ze aanbidt? Waar blijven we dan nog?
Welnu, moogt u een afgodendienaar — hij weze nog zozeer te goeder trouw — de eer geven van een optreden in een vergadering, die officieel mede door onze kerken is georganiseerd?
Deze zelfde man heeft zich ook aangematigd een waarachtig offer te brengen. Terwijl de brief aan de Hebreeën zo duidelijk zegt, dat Christus zich eens en voor goed geofferd heeft, beweert hij, dat Christus die morgen Zichzelf nog eens opnieuw geofferd heeft door zijn handen en zijn mond. Hij beweert, dat hij elk moment van de dag de macht heeft om dat offer te herhalen. Kunnen wij iemand, die zulke pretenties voert — hij moge dan nog zo beminnelijk zijn — in ons midden laten optreden?
Deze man doet zelf aan beeldenverering en roept ook de mensen daartoe op. De beeldenverering is toch een gruwel in de ogen des Heeren. Waarom anders die verschrikkelijke bedreiging in het gebod: „.... tot in het derde en het vierde geslacht van hen die mij haten". De beeldenverering wordt in de bijbel dikwijls geestelijke hoererij, echtbreuk genoemd.
Welnu, als iemand in overspel leeft, dan zullen wij hem ook nooit uitnodigen om een lezing voor onze mensen te houden, Hij moge dan — indien dat mogelijk is — nog zozeer te goeder trouw zijn, iedereen begrijpt, dat dit niet kan. Maar is geestelijk overspel niet veel erger? En hoe kunnen wij dan een priester voor ons laten optreden, die in geestelijk overspel leeft en anderen daartoe aanspoort?
Ik zou dit met vele andere voorbeelden kunnen verduidelijken. Ik wil echter nog even verwijzen naar zondag 11, vraag 30, van onze catechismus. Daar staat, dat zij die hun zaligheid en welvaart bij de heiligen, bij zichzelf, of ergens anders zoeken met de daad de enige Heiland Jezus verloochenen. Als dat waar is, laten we dan die onwaarheid bij de eerstvolgende synode schrappen. Als het wel waar is — en dat is ook mijn overtuiging — hoe kunnen we dan zulke verloochenaars van de enige Heiland, Jezus Christus, „ook al roemen ze met de mond in Hem" aan ons gereformeerde kerkvolk aanbevelen om er eens naar te gaan luisteren?
Alleen het klare Woord
De tweede vraag: Is de wereld ermee gebaat? Ik meen beslist van neen! De wereld heeft het klare Woord Gods nodig. Dat tweesnijdende zwaard, dat veroordeling en genade verkondigt. We bewijzen de zoekenden geen dienst met deze manifestatie, die in zich zelf iets onwaarachtigs heeft. De wereld heeft zulk een humanistisch-aandoende beleefdheid niet nodig. Het heldere, krachtige levende Woord Gods alleen kan de wereld redden en niet de manifestatie van onze „ruimheid van blik, onze gesprekken op hoog peil, onze beschaving". Het grote gevaar is, dat het Woord Gods doodbloedt onder onze vriendelijkheid.
Denk u dat even concreet in. Daar staat op die avond een priester. En achter hem staat de leer: „Het hoogste gezag hier op aarde is de paus. Wie de bijbel leest, en vrijwillig zou gaan twijfelen aan wat de 2oaus heeft gedogmatiseerd, die gaat voor eeuwig verloren, als hij dat niet wil biechten".
En daarna treedt de dominee op. En achter hem staat de leer: „Neen, mensen, dat is niet waar. Het hoogste gezag, waaraan ook de kerk ondergeschikt is, is het Woord Gods".
Beleef dheidsspel
Zegt u nu eens eerlijk: Is de wereld met zulk een verwarrend schouwspel gebaat? Op
die avond zullen de priester en de dominee heel beleefd tegen elkaar zijn. Maar wordt hier de ernst van Gods Woord met zijn verschrikkelijke inhoud van eeuwige verwerping en zijn blijde boodschap van volkomen verlossing en eeuwig leven niet te grabbel gegooid aan een beleefdheidsspel?
En zijn onze jonge mensen daarmee gebaat? Ze moeten hun weg nog zoeken om via onze belijdenisschriften te komen tot de vaste grondslag van Gods Woord. Wat voor bezwaar kunnen we dan nog met klem aanvoeren tegen een gemengde verkering, als onze dominees aldus publiek verkeren met de priesters?
In „De Protestant", het orgaan van de Evangelische Maatschappij, lees ik: „Zoals bekend zijn echter de laatste jaren op meer plaatsen gezamenlijke advents-en kerstvieringen gehouden, o.a. in Utrecht. En waarom ook niet? Waarin we kunnen samengaan, daarin moeten we samen gaan" (21 november 1959, p. 300).
Ik kan alleen maar antwoorden: Ook deze oude burcht van reformatorisch besef, die vroeger helaas antipapistisch was, is blijkbaar door Rome veroverd. Op deze manier zal protestants Nederland weldra stormrijp zijn voor het roomskatholicisme. 't Kan verkeren."
Tot zover ds. H. J. Hegger. Wij zijn hetgeen deze ex-priester hier schrijft volkomen met hem eens en er kan op dit samengaan van protestanten met roomsen niet genoeg gewezen worden. Ds. Hegger schiet hier wel in de roos t.o.v. de Geref. kerken waaraan hij verbonden is, want daar komt dit „samengaan" nogal eens voor. Ligt er niet de uit hun kring voorkomende uitspraak: „Stoelen op een en dezelfde wortel des geloofs? " Het getuigenis van ds. Hegger dient door Protestants Nederland ter harte genomen te worden en voor goed met dit samen optrekken worden gebroken. De antithese dient steeds maar weer duidelijk gesteld. Want „Nederland moet weer rooms worden" heeft eens een r.k. staatsman gezegd, waar we al aardig naar toe gaan. En moet het protestantisme daaraan meewerken? Dat zal zuur opbreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1960
Daniel | 8 Pagina's