Kijk achteruit - Kijk vooruit
De spoorbomen zijn dicht. Het verkeer stopt....
Even later dendert een trein voorbij. Chauffeurs, motorrijders, fietsers en enkele voetgangers maken zich weer gereed om verder te gaan. De stilstand was maar even, en toch voor de meesten weer al te lang: de motoren werden niet afgezet, maar bromden door, want het was toch maar even. Het jachten over de wegen wordt weer op dezelfde wijze voortgezet. Waarom ook niet? Er is haast, want er is zo heel veel te doen. Tijd is geld! En er is tijd te kort. Hier geen tijd voor en daar geen tijd voor!
Oudejaarsdag! De spoorbomen zijn even dicht. Even maar. Er is maar een korte tijd van bezinning. Straks vliegt het jaar voorbij, als de trein waarop werd gewacht. De weg ligt weer open voor het nieuwe jaar. De oude kalender is afgescheurd, de nieuwe hangt met een dik blok te wachten om ook opgescheurd te worden, op dezefde manier als de voorganger.
Niet lang wachten bij cle spoorbomen.... Maar goed, dat cle treinen zo vlug gaan, want wat hebben we aan dat wachten!
Sta niet te lang stil bij het Oudejaar. Het wordt zo sentimenteel en je gaat dan aan je einde denken en dat komt toch wel (wordt gezegd), maar we geloven het niet. Niet lang je bezinnen want dat vergalt het leven. Naar nieuwe verten razen, naar nieuwe belevenissen: wie weet wat er voor ons klaar ligt. Een donkere toekomst! Ach, clat is al zo vaak gezegd, en het is alles toch nog mee gevallen. Niet te somber, daar is geen tijd voor. Voort moeten we! We leven in het atoomtijdperk en alles gaat angstaanjagend vlug. De aarde staat op het punt om te ontploffen. De springstoffen stapelen zich op in Oost en West. Laten we nog van het leven maken wat er van te maken is!
Dus geen bezinning? Hoe eerder clie spoorbomen open gaan hoe liever?
Alleen maar vóór je kijken, en niet eens terug op cle afgelegde weg? Is er dan gans geen dankbaarheid voor de zee van tijd, die we ontvingen? Of is die tijd verbeuzeld soms? Dan is er opnieuw nog een kans, als onze klok nog niet wordt stil gezet.
De slachtoffers van cle ramp in Fréjus hebben geen tijd meer. Op het onverwachts werden ze weggesleurd cloor het kolkende water of verbrijzeld onder de vallende stenen van hun huis.
Sta even stil en Iaat clie trein voortrazen. Kijk achter je. Wat een kansen zijn er geweest en hoeveel voorrechten hebben we ontvangen.
Denk eens aan cle vluchtelingen, clie bij honderden saamhokken in een kamp in een vreemde omgeving. Wordt je woning clan geen paleis en is je vaderland je dan niet lief? Hoor een Jood in de ballingschap zingen:
Rusten in 't leven kan ik niet. Rusten in de dood wil ik niet. Mijn angst en wroeging ban ik niet. Mijn doffe klagen stil ik niet.
Hij heeft geprobeerd om iets van het leven in de verstrooiing te maken, maar:
Bij wijn en wellust heb ik mij gelegd. Bij wijn en wellust is de nacht vergaan, 's Morgens ben ik wreed opgestaan.
„Is dit alles? " heb ik gezegd.
Hij hoorde in Jeruzalem thuis, maar was naar Amsterdam gegaan. Als hij in de hoofdstad was, verlangde hij naar Jeruzalem en was hij daar aangekomen, clan moest hij weer terug naar Amsterdam: type van een wandelende Jood:
Die te Amsterdam vaak zei: „Jeruzalem" En naar Jeruzalem gedreven kwam, Hij zegt met een mijmrende stem: „Amsterdam. Amsterdam."
Kijk achter je. Ga het ziekenhuis eens binnen. Hoor je goed?
Nu glijden de tijden zo langzaam aan, De dagen, cle tragen, ze willen niet gaan En lang - lang - lang zijn cle uren der nachten.
Sommigen zijn aan cle rand van de wanhoop en zien geen enkel lichtpunt meer in het leven:
Het leven wordt toch waar ik toef Naar mijn behoef, wel veel te droef Dan dat ik 't meer begere.
Doch wordt mij lacy! niet gevraagd Of 't mij behaagt, of 't mij behaagt In zo groot leed te leven, — En schoon 't geplaagde hart al niet Van zulk verdriet de reden ziet, Toch moet ik verder streven.
Kijk achter je, naar de weg, die pas is afgelegd. Naar de duizenden, die het minder hebben. Dan komt er wellicht een beetje dank in het hart voor de weldaden, die onverdiend werden genoten. Aan dankbaarheid en aan tevredenheid is zo groot gebrek in onze tijd.
En als je dan goed achter je hebt gekeken, dan mag er geen klacht komen in het hart en op de lippen: alles wat we ontvingen was louter gunst!
Kijk clan eens vooruit! Daar liggen nieuwe kansen!
En dan als mensen, die nergens recht op hebben, het nieuwe jaar in. Dat zullen we alléén niet kunnen. Gelukkig, als we dat weten!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1959
Daniel | 8 Pagina's