JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Herman Witsius

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herman Witsius

6 minuten leestijd

(1).

Dat Witsius onder ons een weinig gelezen schrijver is, vindt z'n oorzaak in het feit dat het overgrote deel van zijn werk (in het Latijn geschreven) een wetenschappelijk stempel draagt. Ondanks de enkele uitstekende stichtelijke werkjes van zijn hand heeft hij niet die plaats onder de Nadere Reformatoren gekregen die hij ongetwijfeld verdient.

Het is geen geringe zaak, een veelzijdige figuur als Witsius in enkele artikelen te behandelen. Niet, omdat er niet genoeg over hem geschreven zou zijn — er is al zó veel over Witsius gepubliceerd, dat we uit de ons ten dienste staande gegevens een keus moeten maken. Voor lezers die meer van hem willen weten, noem ik alvast een bron, die alle andere in betrouwbaarheid en overzichtelijkheid ver overtreft. Het is de dissertatie van dr. J. van Genderen (thans hooglelaar te Apeldoorn) getiteld „Herman Witsius." Na een uitvoerig overzicht van Witsius' leven wordt in het tweede deel de theologie van Witsius besproken, terwijl het derde gedeelte geheel gewijd is aan de betekenis en de invloed van Witsius. Niet alleen voor de kennis van Witsius en zijn werk, maar ook voor de kennis van het Gereformeerd Protestantisme in het algemeen is het proefschrift van Van Genderen zeer belangrijk.

Witsius als student

Herman Wits werd op 12 febr. 1636 te Enkhuizen geboren. Zijn vader was in deze Westfriese stad een man van gezag. Hij was schepen, zelfs enige tijd burgemeester van zijn woonplaats en diende de Kerk ongeveer 20 jaar als ouderling. Claas Wits en zijn vrouw, beiden godvrezende mannen, hadden hun oudste zoon reeds voor zijn geboorte bestemd voor de dienst des Heeren. Later spreekt Herman Witsius nog met dankbaarheid over de uitstekende opvoeding die zijn ouders hem hadden gegeven. Herman bezocht de Latijnse school in zijn woonplaats en maakte buitengewone vorderingen. Op zijn vijftiende jaar sprak hij vlot Latijn en las hij de Bijbel in de oorspronkelijke talen.

Als vijftienjarige jongen vertrok Herman Witsius naar Utrecht om er de colleges te volgen van Voetius, Hoornbeek en Leusden. Witsius had reeds als student een bijzondere voorliefde voor de Oosterse talen. Voor het Hebreeuws bestudeerde hij de geschriften van vele Joodse rabbijnen. Uit liefhebberij legde hij zich in zijn vrije tijd toe op het Syrisch en het Arabisch.

Als op zovele andere theologen heeft ook Voetius op de jonge Witsius zijn stempel gedrukt, hoewel hij voor zijn vorming ook veel aan Hoornbeek te danken had. Maar reeds als student gaf hij toch blijk van zijn lust tot zelfstandig onderzoek, want na 3Y* jaar in Utrecht te hebben gestudeerd, vertrok hij naar Groningen om daar de colleges te volgen van Samuël Maresius, Voetius' grote tegenstander! Weer een jaar later wilde hij naar Leiden gaan om daar zijn studie te voltooien, maar toen hij hoorde dat in die stad de pest woedde liet hij zijn plan varen.

Terug in Utrecht maakte hij kennis met ds. Justus van den Bogaard, die daar in 1653 intrede had gedaan. Deze boezemvriend van Van Lodenstein, door Voetius geprezen als „een zeer geleerd, zeer werkzaam en zeer bewogen prediker", maakte grote indruk op de 20-jarige Witsius en heeft voor zijn eigen geestelijk leven grote betekenis gehad.

In mei 1656 werd Witsius na volbrachte studie door de Classis Enkhuizen toegelaten tot de bediening des Woords en der Sacramenten. Hij moest echter nog ruim een jaar op een beroep wachten: in een tijd van predikantenoverschot liet een vakante gemeente niet dadelijk haar keuze vallen op een kandidaat van 20 jaar! De jonge Witsius preekte als kandidaat vaak in het Frans, o.a. in de Waalse Kerken te Amsterdam en te Utrecht. Juist toen hij op het punt stond,

een reis naar Frankrijk te maken om zijn kennis van de Franse taal nog wat op te frissen, ontving hij een beroep naar de gemeente Westwoud, een dorp tussen Hoorn en Enkhuizen. Hij nam het aan en werd er op 8 juli 1657 bevestigd.

Witsius als predikant

Het moet een ontnuchtering geweest zijn voor de jonge predikant, toen hij merkte dat de Reformatorische beginselen nog zo weinig waren doorgedrongen in zijn negentig leden tellende gemeente. De onkunde was er zeer groot; de meesten wisten niets van de hoofdzaken der religie af. Door eenvoudige prediking en catechese trachtte Witsius daarin verbetering te brengen.

Een verbeten strijd voerde de jonge dominee ook tegen de bijgelovigheden, die nog overgebleven waren uit de vóór-Reformatorische tijd, zoals het begraven op zondag, het bidden voor de doden, het dragen van lijken rond de kerk of door het kerkgebouw, enz. Speciale preken hield Witsius tegen de ontheiliging van de sabbath. Het was ook wel droevig gesteld in Westwoud: de herbergen waren zelfs onder kerktijd geopend, er werd gekaatst, er was soms 's zondags kermis, er werd gewerkt, gekocht en verkocht. Volop gelegenheid dus tot „Nadere Reformatie."

Toch behoefde Witsius niet uitsluitend „op rotsen te ploegen": Een meisje van 17 jaar werd op haar sterfbed, door middel van zijn arbeid, in de volle ruimte gesteld.

Vier jaar heeft Witsius in Westwoud gearbeid, toen leidde de weg naar Wormer, om daar de tweede predikantsplaats te gaan bezetten. 20 okt. 1661 deed hij zijn intrede.

In Wormer werd ds. Witsius opnieuw in de strijd gewikkeld, hier niet tegen een losbandige gemeente, maar tegen een lichtzinnige collega. Ds. Bernard Cleur, die al overhoop lag met de kerkeraad over een financiële kwestie, ontzag zich niet, af en toe in zeer beschonken toestand op de preekstoel te komen. De Classis Haarlem besloot tenslotte, de predikant niet af te zetten, maar een ruiling tot stand te brengen. Ds. P. Coddeüs van Wilsveen kwam naar Wormer en ds. Cleur vertrok naar Wilsveen. Hij beterde zijn leven echter niet en werd later „wegens zijn zware zonden" voorgoed uit de ambtelijke bediening ontzet („Goeie ouwe tijd" ? )

In Wormer schreef ds. Witsius zijn tractaat: „Practijcke des Christendoms", een soort leidraad (in vragen en antwoorden) voor wat wij zouden noemen „lidmatencatechisatie". Het werkje is vele malen herdrukt en zelfs in het Duits vertaald.

In 1665 kreeg Witsius bijna een beroep naar Sluis, maar omdat ds. Koelman daar zo sterk vóór was, ging de magistraat er niet mee akkoord. Toch was de naam van Witsius blijkbaar in Zeeland bekend geworden, want in 1666 ging Witsius naar Goes. Sinds kort had deze grote gemeente vier predikanten. Witsius voelde zich in Goes uitstekend thuis en ook de gemeente was zeer met hem ingenomen. Ondanks het feit dat hij er slechts twee jaar bleef, werd er 30 jaar later, toen Smijtegelt, een leerling van Witsius, er arbeidde, nog gezegd: , , 't Is of de dagen van Witsius en Barensonius zijn teruggekeerd!" (Nicolaas Barendsen was Witsius' oudste collega in Goes; hij stond er van 1643-1679).

Eind 1667 ontving Witsius een beroep naar Leeuwarden. Hij was zelf liever in „die stille haven" (Goes) gebleven, maar hij meende Gods roepstem te moeten volgen. Op 11 april 1668 werd hij in de Friese hoofdstad bevestigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1959

Daniel | 8 Pagina's

Herman Witsius

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1959

Daniel | 8 Pagina's