Maria Stuarf II de Engelse Oranjeprinses
(2).
liet is te begrijpen, dat Maria zich in een moeilijke toestand bevond want haar vader en haar gemaal waren eikaars tegenstanders. Maar nu prins Willem er een gewoonte van ging maken, de zaken met haar te bespreken, koos zij steeds stelliger voor hem partij.
Jacobus II trachtte echter zijn oudste dochter, buiten prins Willem om, te bewegen terug te keren in de schoot van de alleen waarzaligmakende Moederkerk. Haar vader beriep zich op de onfeilbaarheid van de Katholieke Kerk. De Bijbel was een verboden boek, cle geestelijken verklaarden immers de Heilige Schrift aan de leken.
Maria was het niet eens met het standpunt van haar vader. Zij schreef naar Engeland: „Ik was nog jong, toen ik mijn land verliet, maar ik heb er niet achtergelaten de lust om wel onderwezen te worden, noch de middelen daartoe. Ik heb mij boeken aangeschaft en heb mij omringd van lieden, die zeer wel in staat waren de moeilijkheden, die ik ontmoette, toe te lichten. Maar ik was niet gezind, noch ben daartoe opgelegd om te geloven op het gezag van anderen; want in de Heilige Schrift heb ik gelezen, dat ik mijns zelfs zaligheid moet werken met vreze en beven en clat een iegelijk rekenschap zal moeten geven van zijn daden. Ik meende dus verplicht te zijn zelve te waken voor het heil mijner ziel en ik prijs den Heere daarom, clat ik, door Zijne genade geleerd, geen protestante ben omdat ik in die leer ben opgevoed, maar omdat ik door eigen oordeel overtuigd ben, dat ik zodoende op de rechte weg ben."
Met kloppend hart zag Maria de verwarring in Engeland toenemen. Geen ambt van enige betekenis bleef in protestantse handen. Ronduit werden de protestanten voor de keus gesteld: bekering of ontslag. De verdeeldheid tussen Jacobus II en het volk steeg met de dag. In deze grote nood vestigde het Engelse volk het oog op de prins van Oranje. Zij vroegen de Prins om met een legermacht over te komen om het protestantse volk tegen de roomsgezinde regering in bescherming te nemen.
Maar.... Jacobus II zat niet stil, want.. Plotseling werd het Engelse volk opgeschrikt. Het bericht dat de koningin moeder hoopte te worden snelde door het land.
Alleen prinses Maria was niet geschokt. In haar memoires schreef zij: „God heeft mij een tevreden gemoed gegeven en geen andere begeerte dan die om mijn Schepper te mogen eren en mijn eer onbevlekt te bewaren. Ik heb genoeg aan de staat, waartoe het de Heere behaagd heeft mij te verheffen en waar ik Hem beter dienen kan dan zo ik op een hogere plaats gesteld was; en gold het alleen mij zelve, ik zou even vurig als de koning begeren, dat hem een zoon mocht worden geboren. Maar hoe onverschillig ik eerst ook ben geweest, ik gevoelde, dat ik dat niet mocht blijven, want cle zaak van cle protestantse godsdienst hangt er aan, zodat ieder, die daaraan wel wil, noodzakelijkerwijze ontrust moet zijn door de gedachte aan een mogelijke rooms-katholieke troonopvolger. Maar God zij geloofd, ik mag mij op Hem betrouwen en in clat vertrouwen ben ik zo verzekerd, clat Hij Zijn Kerk behouden zal, tenzij cle zonden van het volk Zijn toorn over haar brengen, clat ik, al zie ik een zoon geboren worden, niet zal versagen, hoe beducht ik ook moge zijn voor de indruk, die de geboorte van een zoon zal maken op de kleinmoedigen en kleingelovigen."
Enige tijd later schonk de Engelse koningin het leven aan een zoon. Het volk geloofde er echter niets van. Allerlei geruchten doorkruisten het land, maar het rechte wist niemand.
„Ik ben overtuigd, " schreef prinses Maria, „clat God, als er bedrog is, niet zal toelaten, dat het bedekt blijve; daarover gevoel ik mij niet bezwaard; en ik dank de Heere voor de prins en voor mij, dat geen van ons beiden hierbij op eigen belang bedacht is, maar alleen op dat van de Kerk van onze Heere en ook dat stellen wij geheel in Zijn handen.... Maar te moeten denken, clat mijn vader schuldig is aan zulk afschuwelijk wanbedrijf, clat er menselijkerwijs gesproken geen ander middel is om Kerk en Staat te redden, dan dat mijn echtgenoot mijn vader ga onttronen met geweld, dat is te vreselijk en zou ondragelijk zijn zonder goddelijke bijstand en zonder een vast en onwankelbaar vertrouwen in Hem, die Zijn ontfermende genade uitbreidt over al wat Hij geschapen heeft." Inderdaad, niet Jacobus II, maar God Zelf schrijft de Historie....!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1959
Daniel | 8 Pagina's