De Heidelbergse Catechismus
(5). Zacharias Ursinus. 1.
Was Caspar Olevianus één der opstellers van onze Heidelbergse Catechismus, de andere heette Zacluirias Ursinus, een theoloog van groot formaat, clie in de 16e en 17e eeuw grote invloed heeft uitgeoefend op het theologisch denken van honderden predikanten. Dat laat zich gemakkelijk verstaan, omdat cle Catechismus een echt volksboek is geworden, waarbij ook cle eenvoudige burger leefde, clat hij las en bestudeerde. Men denke hier ook aan de geregelde behandeling van clit Heidelbergse leerboek in de middaggodsdienstoefeningen in de kerken. De invloed is op cle duur zelfs dieper en breder geweest clan die van cle Nederlandse Geloofsbelijdenis. In 1963 hopen we D.V. het vierde eeuwfeest van de Heidelbergse Catechismus te vieren. En toch weet het Nederlandse volk meestal heel weinig van de beide jonge, godvrezende en geleerde mannen, die dit boek hebben samengesteld. Vandaar, dat we eerst het leven van Olevianus hebben beschreven en thans een begin willen maken met clat van Ursinus.
Zijn jeugd.
Zacharias Ursinus wercl geboren te Bres-
lau, dat in die dagen tot Oostenrijk behoorde. De Lutherse leer had daar al spoedig de overhand gekregen. Zijn vader heette Caspar Ursinus en zijn moeder Anna Rothe. Vader heette oorspronkelijk Caspar Bar (= Beer), maar hij had zijn achternaam omgezet in Ursinus. (Ursus is in het Latijn Beer en Ursinus betekent dan „de Beerachtige). Caspar was afkomstig uit Neustadt (Oostenrijk), had in Weenen gestudeerd en had daarna als huisonderwijzer van voorname jongelieden zijn brood verdiend. In Breslau huwde hij en trad in dienst van die stad als diakonus of uitdeler bij de stadsaalmoezenierskamer. Hij was algemeen geacht wegens zijn geleerdheid en godsvrucht. Meermalen trad hij ook op als hulpprediker. Toch bleef hij tot zijn dood in behoeftige omstandigheden verkeren.
Op 18 juli 1534 werd een zoon, Zacharias, geboren. Spoedig bleek, dat de knaap een uitstekende aanleg voor studie bezat. Hij bezocht de tot hoge bloei gekomen Elisabethschool en maakte uitmuntende vorderingen. Beeds in 1550, toen hij nog geen 16 jaar oud was, vertrok de jonge Zacharias naar de beroemd geworden hogeschool van Wittenberg, waar toen Philippus Melanchton het wetenschappelijke licht was. Meester Philippus heeft cle knaap getest en vond hem geschikt om de openbare colleges bij te wonen. Op 30 april 1550 werd hij hier ingeschreven en wijdde zich met een voorbeeldige wijze aan de studie tot augustus 1557.
Aan Melachton hechtte hij zich met innige liefde en ook de leermeester gevoelde de warmste vriendschap en belangstelling voor zijn leerling. Ursinus kon het toen in zijn studietijd reeds nooit goed verkroppen, clat men onder de ultra-Lutheranen deze trouwe vriend van Luther, deze grote godgeleerde, deze zachtmoedige leider, na Luthers dood zoveel verdriet en smaad aandeed. Reeds toen is in hem de scherpe reaktie geboren tegen het drijven der felle Luthersen en later is hij steeds een bestrijder gebleven van deze fanatieke vervolgers van Melanchton en bestrijders van 't Philippisme.
De pest, die te Wittenberg uitbrak, dwong hem naar zijn geboortestad terug te keren, doch nauwelijks had die opgehouden te woeden, of men zag hem weer aan cle voeten van de geliefde meester.
Zijn vader kon dit alles evenwel niet bekostigen. Hij had echter welgezinde beschermheren in Breslau, zoals Crato, die later als lijfarts en raadsman van de Duitse keizer tot hoge eer en aanzien geraakte. Deze Crato is niet alleen voor Ursinus, maar voor tal van Gereformeerde studenten en theologen een enorme steun geweest.
Na voltooide studie te Wittenberg, ondernam Ursinus, evenals zoveel studerenden uit die dagen, een grote reis. De middelen hiertoe verschaften hem zijn oom Bothe en andere beschermers. Van de raad van Breslau ontving hij als zijn beursstudent, verlof om deze studiereis te maken alvorens in dienst van zijn vaderstad te treden.
Eerst reisde hij met Melanchton naar Worms, waar hij het godsdienstgesprek (sept. 1557) bijwoonde en waar hij derhalve cle beroemdste godgeleerden van die tijd leerde kennen. Hij betrad hier historische grond, waar Luther in 1521 zich voor de beroemd geworden Rijksdag had moeten verantwoorden tegenover zijn beschuldigers van pauselijke zijde.
Doch Worms zou slechts de eerste rustplaats van een langdurige reis zijn. Eenmaal in het zuiden van Duitsland, zou hij niet zo spoedig terugkeren. Tot voltooiing van zijn geleerde vorming reisde hij verder zuid-en westwaarts om de beroemdste hogescholen te bezoeken: Heidelberg, Straatsburg en Bazel. Toen naar Genève. Overal verschafte hem Melanchtons schitterend getuigschrift ingang bij de beroemdste mannen. In de laatste plaats leerde hij Calvijn persoonlijk kennen. Vervolgens gaat het naar Parijs, waar hij colleges in het Hebreeuws volgde. Na enige tijd keerde hij naar zijn geliefde Zwitserland terug, waar cle vriendschap tussen hem en Calvijn zo sterk wercl, clat cle laatste hem zijn werken schonk met inschriften, clie ervan getuigden, op welke edele en diepe grondslagen hun vriendschapsverbond was gesticht. Van hier keerde hij naar zijn vaderstad terug.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1959
Daniel | 8 Pagina's