Kerkdienst in Grand- Rapids
De Hervormde predikant ds. J. T. Doornenbal, die een reis door Amerika maakt, heeft bij die gelegenheid Grand-Rapids bezocht en een kerkdienst bij ds. W. C. Lamain meegemaakt. In een Herv. Kerkblad schrijft ds. Doornenbal van Oene, daarover het volgende:
's Morgens was er een Engelse dienst. De grote, mooie kerk was stampvol en ik wilde wel, dat mijn lezers hadden kunnen zien hoe daar al deze mensen van vaderlandse oorsprong aankwamen in hun mooie auto's die 't hele parkeerterrein en de straat voor de kerk vullen. Allen zijn keurig gekleed, wel anders dan in Holland, maar zeer ingetogen en geen enkele vrouw was blootshoofds Ook viel 't mij op, dat niemand voor de dienst zat te praten, zoals ze dat in Oene, vermoedelijk de enige plaats ter wereld, zo allerverschrikkelijkst kunnen doen. Er was stilte en eerbied. Heel de dienst was vol wijding, orgelspel en zingen volkomen in stijl. De lezers weten vermoedelijk al wel, dat 't psalmboek van het Engelse deel van de gemeente een beetje anders is dan 't onze. Er zijn verschillende berijmingen van eenzelfde psalm, waardoor het aantal psalmen in de honderden loopt. Ook de wijzen verschillen van de onze. Over het algemeen staat deze berijming naar vorm en inhoud achter bij de onze, maar er zijn toch ook mooie verzen bij.
De preek was die morgen uit de Catechismus, die hier afwisselend 's morgens en 's avonds behandeld wordt, en wel over de le zondag, over het ware geloof,
's Middags was er een Hollandse dienst. Dan is 't niet zo vol als in de Engelse. De meeste gemeenteleden verstaan geen Hollands, maar ook zij komen 's middags bijeen en lezen een preek in de basement, een ruime zaal onder de kerk, waar ook andere samenkomsten gehouden worden. De preek in de kerk was 's middags uit Rom. 8: „Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? " Het was een biezonder opwekkende en troostvolle preek en ik moet zeggen, dat ik er veel aan had.
De avonddienst was weer Engels en de kerk was ook nu helemaal vol. Het is een schoon schouwspel, zo'n prachtige kerk, geheel gevuld met goedgeklede mensen, overstraald door helder lamplicht, allen in aandacht en eerbied gericht naar de preekstoel en luisterend naar de volle verkondiging des Woords. Het is een kerk waar de gaven van ds. Lamain ten volle tot hun recht komen. Hij heeft hier een geweldige taak te vervullen en is er voorlopig nog niet mee klaar. Grand Rapids - Jeruzalem Ds. Doornenbal vertelt van zijn bezoek aan Grand Rapids nog het volgende:
Dat bleek mij te meer, toen ik de volgende dag met hem de gemeente inging. Grand Rapids is een machtige stad met veel industrie, voor een groot deel bevolkt door Nederlandse emigranten, die het hier ver gebracht hebben. Je kunt zien, dat het een rijke stad is. Het is ook een zeer godsdienstige stad, overdekt met kerken. Het aantal Hollandse Hervormde en Geref. Kerken loopt in de tientallen en steeds worden er bijgebouwd, de één nogal mooier en duurder dan de ander. En die kerken hebben ziekenhuizen, scholen, colleges en nog veel meer. De stad wordt daarom Jeruzalem genoemd, men zou haar ook Athene kunnen noemen, want zij is alleszins gelijk als godsdienstiger. Maar de bewoners zijn er wel bij gevaren. Er zijn prachtige woonwijken met brede lanen en fraaie huizen. Alles ziet er rijk en welvarend uit en het is er een goed leven, dat merk je aan alles.
Communisme tegen de godsdienst
De Roemeense communisten hebben de confirmatie (wat te vergelijken valt met het openbaar belijdenis doen) van jeugdige leden van de Duits-Lutherse gemeente in Kroonstadt, Zevenbergen in Roemenië, trachten te verhinderen. Op velerlei wijze werden de ouders en ook de kinderen daartoe belemmeringen in de weg gelegd. Zo werd de jeugd op de zondag waarop de confirmatie zou plaats hebben „uitgenodigd" tot het deelnemen aan een (verplichte) gemeenschappelijke tocht naar de gedenkplaats van de Roemeense arbeiderspartij. Hierdoor moest de confirmatie verplaatst worden naar een avond midden in de week.
Bovendien ontvingen de ouders een week voor de confirmatie een brief van het hoofd van de Duitse school, waarin werd aangekondigd, dat zij, die aan de confirmatie zouden deelnemen, voor de op handen zijnde examens niet zouden kunnen slagen. Slechts een klein deel der ouders durfde na deze brief hun kinderen aan de confirmatie te laten deelnemen. En intussen de Westerse vrije landen maar lonken naar Chroestsjow!
Paus Johannes XXIII heeft op een audiëntie te Castelgandolfo die door meer dan 10.000 mensen werd bijgewoond, het protestantisme ervan beschuldigd, dat het Christus onrecht heeft aangedaan. De paus zei o.m. dat Christus zijn kruis niet alleen heeft gedragen, daar hij hierbij geholpen is door de Heilige Maagd. Men mag de protestanten, die zich nog steeds christenen noemen, vragen waarom zij de Heilige Maagd uit hun geloof hebben gebannen. Hiermee wordt onze Heiland onrecht aangedaan, aldus de paus.
Het is nodig deze grove beschuldiging voor het voetlicht te brengen, omdat daaruit weer eens wordt gezien hoe groot de kloof tussen het Protestantisme en Rome is.
Er is dikwijls zo'n verbroedering merkbaar tussen protestanten en roomsen: met Kerstfeest b.v. treedt men in zangdiensten e.d. gezamenlijk op. Laat ons volk toch nooit vergeten wat een R.K. staatkundige eens gezegd heeft: Nederland moet weer rooms worden! Dat is heel de toeleg en er zijn helaas zoveel protestanten die zich daarvoor lenen om dit te helpen bewerkstelligen. Sprak dr. Abr. Kuyper niet van „stoelen op een en dezelfde wortel des geloofs? " Maar onze catechismus spreekt van „een vervloekte afgoderij." Paus Johannes geeft van deze afgoderij voldoende blijk. Maar het is zo'n hard woord — dat mag tegenwoordig niet meer gezegd worden.
O ja, en nu hebben we straks weer het St. Nicolaasfeest. St. Nicolaas, die door de roomse kerk als een heilig vereerde bisschop wordt beschouwd, woonde te Myra in Klein Azië. Door zijn goedgeefsheid is een herinnerings-en feestdag aan hem gewijd, wat in Nederland tot een volksfeest is uitgegroeid.
Al denkt men daarbij niet meer aan deze „goedheilige bisschop", voor het Protestantisme zit er altijd een pijnlijke bijsmaak aan omdat er toch een element in zit van heiligen-verering. Reeds in de zeventiende eeuw protesteerden een aantal predikanten tegen deze Sinterklaasviering.
In sommige plaatsen liep het wel een beetje de spuigaten uit. Vooral in Amsterdam — maar men nu de Sint nog plechtig ontvangt — waren tal van Sinterklazen, die langs de huizen trokken met hun „zwarte pieten" om de bewoners daarmee wat geld armer te maken. En op de dom had men een „Sinterklaasmerckt" waar veel volk heentrok, bij welke gelegenheid de zakkenrollers vooraf de kaarsen uit de straatlantaarns haalden, om hun „werk" beter te kunnen verrichten.
De protestanten kwamen hiertegen in verzet. In 1613 kwam er te Amsterdam een verbod tegen het plaatsen van kraampjes op de Dam omdat daarin snuisterijen werden verkocht, waarbij men ., de kleyne kinderen diest maekte, dat Nicolaas dese hunluyden gaf."
In Arnhem werd in 1622 een verbod uitgevaardigd tegen het bakken van Sinterklaaskoeken omdat die , , 't facoen van eenighe beelden hadden en daardoor nyet alleen strydende waeren teghen alle goede orde maer oock de mensen afleidde van de waere Godsdyenst en streckte tot superstitie ende afgoderye.'
Maar het Sint Nicolaasfeest bleef. Ook in Amsterdam.
En telkenj are trokken weer een aantal predikanten naar de Edelachtbare heren Burgemeesters om hun droefheid en misnoegen over dit gebeuren kenbaar te maken. De Edelachtbaren zeiden er nota van te zullen nemen, wat dan resulteerde in de woorden: „met droefheyt te hebben gezien dat het weer erger was geweest als voor desen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1959
Daniel | 8 Pagina's