De nederheid aangezien
.... omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien. . . (Luk. 1 : 48a).
We beleven tijden van de allergrootste betekenis. Zo is in deze dagen de verheffing van Maria, de moeder des Heeren wel zeer in het middelpunt van de belangstelling. Och! laai dat ons niet erwonderen. Rome heeft het Woord van God verlaten en kan niet anders verwachten dan het rechtvaardig oordeel des Heeren: Die God verlaat heeft smart op smart te vrezen.
De lichamelijke ten-hemel-opneming van Maria wordt nergens in de Schrift geleerd, maar dan ook nergens.
Slechts menselijke fantasie denkt zulks uit. Uiterlijke pracht en praal, zonder enige inhoud, moet de arme mens imponeren.
Veiliger gaan we als we ook hier het getuigenis des Heiligen Geestes omtrent Maria beluisteren.
Want ook het woord, dat Maria sprak, is geinspireerd. God de Heilige Geest laat het haar zeggen, clat cle Heere de nederigheid van Zijn dienstmaagd heeft aangezien.
een, niet omdat zij nederig was heeft le Heere haar verkoren.
Het aangenomen worden tot genade geschiedt uit het eeuwig vrije van Gods welbehagen. De Heere doet Maria dan ook wel roemen in de genade van het deel hebben aan de zaligheid in Hem en niet in de eer, die haar beschoren is, de moeder des Heeren te zijn. Ook zij as van nature een kind van Adam, dood n verdoemelijk voor God. Ook zij had odig de herscheppende genade des eiligen Geestes. Dat geheim is haar ekend gemaakt, dat belijdt zij zelf. Wat en van Maria clan ook zeggen moge, elf plaatst zij zich in cle rij van hen, die eleerd hebben uit genade zalig te woren. En dat is een onfeilbaar getuigenis, etwelk cle Heilige Geest haar laat zegen.
Het getuigenis van mensen is niet onfeilbaar. De Schrift zegt, dat wij uit de vader der leugenen zijn.
Maar waar, alleen waar is het, als de Heilige Geest het zegt.
Maria zou, als ze kon horen wat van aar gezegd wordt op aarde, met al wat in haar is clat afwijzen en weerspreken.
Zij is cle koningin des hemels niet. Zij is wel in de hemel, mar alleen door de gerechtigheid van Hem, Die zij onder haar hart heeft gedragen, en do u - niets anders. Een met God verzoenc; c
vijandin, een gerechtvaardige zondares. O, dat is het wonder clat cle Heere verheerlijkt aan Zijn uitverkoren lievelingen. Die leren, dat de scheiding tussen hen en de Heere een volkomen scheiding is.
En die is nooit te overbruggen door enig werk van welk mens ook, maar alleen door Hem, die ons in alles is gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Door Hem, die aan het kruis heeft uitgeroepen: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? ", opdat wij nimrnermeer van God verlaten zouden worden.
De eeuwige God heeft in souvereine ontferming op Maria neergezien. Hoort, wat ze jubelt in blijde geloofsverrukking: „Mijn Geest verheugt zich in God mijn zaligmaker." En wat is zaligmaken? Verlossen van het grootste kwaad en brengen tot het hoogste goed. Het grootste kwaad is cle zonde, het hoogste goed is genade.
We walgen van de profaniteit waarover bij Rome gesproken wordt over de heilige zaken. Het grieft ons diep wanneer op zulk een wijze God gelasterd wordt en de mens Maria verheerlijkt.
Zeker, zij is een van God verkorene ter zaligheid en tevens de verkorene om Hem voort te brengen naar het vlees, die haar en aller uitverkorenen zaligmaker is.
Hij heeft verstrooid — zo zegt ze zelfs in vers 51 — cle hoogmoedigen in de gedachten hunner harten.
En zeker, Elizabeth heeft haar genoemd cle gezegende onder de vrouwen. Waarom? Alleen daarom, dat Elizabeth de vervulling van Gods beloften, van ouds aan Zijn kerk gegeven, in vervulling zag gaan. Samen zijn zij verblijd geweest
over dat heil en in verwondering en verootmoediging heeft Maria voor God mogen buigen, dat de Heere haar tot zaligheid had verkoren maar ook om de moeder des Heeren te zijn.
Zoals van de Heere Jezus gezegd is in Luc. 10 : 21, dat Hij zich verheugde in de Geest, mocht Maria uit de gemeenschap aan Christus zich verheugen in dat Godswerk tot hare zaligheid.
Datzelfde mag al Gods volk smaken in zoete geloofsvereniging met Hem, die hen van de Vader is geworden tot wijsheid, rechtvaardigheid en verlossing. Maria was een zondares en is uit genade alleen zalig geworden en werpt de kroon neer voor de voeten van het Lam.
Zij is geen voorbidster en geen middelares. Men probere toch niet in menselijke eigenwijsheid het wonder te verklaren van de zondeloze middelaar uit een zondige vrouw. Men make ook het probleem niet groter door Maria zondeloos te verklaren.
Men buige voor de majesteit van Gods Woorcl. Gods lieve kinderen mogen zich door genade verblijden in dat ondoorgrondelijk geheim en met de apostelen het uitroepen: „En buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees." Door zaligmakende geloofsvereniging met Hem mogen ze het met Maria aanheffen:
Mij ziel verheft Gods eer Mijn Geest mag blij de Heer' Mijn zaligmaker roemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1959
Daniel | 8 Pagina's