JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Voor de vallei

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor de vallei

4 minuten leestijd

(M. Beversluis)

We bevinden ons, laten we zeggen, op de Veluwe. Vanaf de heuvels, met heide begroeid, zien we de vallei in, die in de morgenmist is gehuld. Zo zwaar is de mist die nacht geweest, dat de bladeren van de bomen druppels laten vallen. Het is heel rustig in de vroege morgen. De reeën zijn ontwaakt en lopen langzaam over het gras onder de bomen. Dit is heel eenvoudig in proza uitgedrukt, maar hoor nu eens. als een dichter dit zegt:

Van de heuvelen der ernstige heide met het nevelend neerwaarts vérgezicht, wijst de wereld de vrede naar alle zijden. Door de mist der berken druppelen tranen. De reeën laveien door de savanen....

Hoe vredig is alles in de natuur, en hoe schoon wordt het wanneer de zon langzaam baan komt breken door de nevel, die als zijde over de takken van de naaldbomen hangt. Achter een bosje hei is een konijn wakker geworden. Het dier steekt zijn lage oren omhoog en luistert. Heel de omgeving is ontwaakt en de wereld ligt te sidderen in de verheven luister van de zonsopgang. Van blijdschap gaan de reeën huppelen.

Nu gaat de dichter het zeggen:

Dan breekt zich de zon, met schicht bij schicht, door het zijden floers. En de grijze vanen der lariksen schitteren.... Opgericht zie ik boven een heipol de lepels lichten van een luistrend konijn dat de zon ontdekt.

De wereld ligt sidderend uitgestrekt. De reeën cadansen door de savanen....

Let op de letters 1 bij „heipol de lepels lichten" en die in de andere regel nog doorklinkt bij „luist'rend". Hier kon de dichter geen „oren" schrijven: de regel zou zijn „muziek" verliezen. In de laatste regel kon ook niet staan „De reeën hupplen.... „Hier moest de letter d ingevoegd om het blijde springen van de beesten uit te zeggen: cadansen door de savanen....

Die vredige rust wordt wreed verstoord: een straaljager scheurt de lucht, een schot van een jager knalt, de korhanen laten verschrikte geluiden horen en de reeën zijn niet meer te zien, weggevlucht achter de struiken van schrik. Luister maar:

Dan nadert een donder van ver en zwelt. Een straaljager over de hellingen snelt. En ergens klinkt bot het vervolgend schot der jagers en 't balderen der korhanen.

De reeën vluchtten door de savanen.

Om het schieten der jagers uit te doen komen, is de klank ö ingevoegd: „bot het vervólgend schot."

Nu zou het gedicht uit kunnen zijn, en het opschrift zou kunnen luiden: „Verstoorde rust". Maar neen, de dichter gaat stilstaan bij de oorzaak van die wrede verstoring. En wat zou dat anders kunnen zijn dan de zonde, die de hele schepping heeft ontluisterd en de grote onrust en verschrikking teweeg bracht? Na de laatste regel, die geciteerd is, heeft de dichter dan ook wat puntjes gezet en enkele regels blanko gelaten, want nu komt cle keer in het gedicht, het vreselijke wat hij eigenlijk wil zeggen:

Het is een oer-oude tijd geschied. En we hebben het samen een naam gegeven. Eens is tegen God een zonde bedreven, zó groot, dat over dit zacht gebied het buldert en bloedt over licht en tranen.

Allerwege is vernieling gekomen: de straaljagers zijn er om te verderven en de mensen krimpen ineen en denken: „Wat moet dat worden, wanneer het menens wordt!" Alles wat leeft wordt op het alleronverwachts ten dode gedoemd. Het schot uit het gevaar van de jager is om bloed te vergieten. De dieren moeten zuchten onder de zware last, die de mens op deze wereld heeft laten komen. Zo plotseling is de vredige morgen, waarin alles zo mooi was, gruwelijk verstoord door angstaanjagend geluid in de lucht; het pas-ontwaakte konijn ligt straks te verbloeden en de reeën, van geen gevaar bewust, moeten een veiliger plaats gaan zoeken, want ook zij kunnen elk ogenblik worden getroffen door het verradelijke lood uit cle geweerlopen.

Om angst en dood nog eens te onderstrepen, laat de dichter als slot volgen:

Mijn hond besnuffelt een spoor en spiedt. De reeën rillen in de savanen.

Nu we zo ver gekomen zijn, is het goed, om het gehele gedicht nog een keer achter elkaar te lezen. Dan zullen we de zin ervan beter verstaan en aanvoelen wat de dichter ons heeft te zeggen.

Het gedicht heeft als opschrift „Voor de vallei" en is te vinden in de bundel „Kruisbogen" van Martien Beversluis.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1959

Daniel | 8 Pagina's

Voor de vallei

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1959

Daniel | 8 Pagina's