Hei Verbond der genade
(9)
Uitwendig in het Verbond der Genade te zijn, als uiterlijke bondeling over de aarde te lopen, is toch nog wat anders clan een gedoopte heiden te zijn. Gods Woord te hebben, te horen, en te lezen, is toch van geheel andere orde dan een of ander bericht in de krant te lezen, of van een ronddraaiend nieuwsbulletin van een der grote kranten het laatste nieuws te lezen.
Het Woord Gods is het genademiddel waardoor Christus door Zijn Geest het nieuwe leven der wedergeboorte schenkt. Naar de autoriteit, cle kracht, en de inhoud, en het nut is het Woord Gods het woord des kruises (1 Cor. 1 : 18), het woord der verzoening (2 Cor. 5 : 19), het woord des heils (Hand. 3 : 24), het woord der genade (Hand, 14 : 3), het woord cles levens (Fil. 2 : 16).
In de prediking van Gods Woord klopt de HEERE aan het hart van cle mens door cle algemene werking van Zijn Geest. Stefanus zei tegen de Joden: Gij hardnekkigen, en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd de Heilige Geest, gelijk uw vaderen alzo ook gij." (Hand. 7 : 51). Door de bediening van het Evangelie roept God tot bekering, wordt Christus aangeboden (D.L. 3, 4-9), wordt de belofte van het Evangelie n.l. dat een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, verkondigd en voorgesteld, met bevel van bekering en geloof (D.L. 2 : 5).
Wat zal clan de Wrake cles Verbonds erg zijn, wanneer de HEERE Christus eenmaal tegen ons zal moeten zeggen, ondanks al deze ontvangen zegeningen en weldaden: eze mijn vijand, die niet heeft gewild, dat Ik over hem koning zou zijn, breng hem hier, en sla hem dood voor mijn voeten (Luk. 19 : 27).
Calvijn over het Genadeverbond
Thans willen we wat neerschrijven over het Genadeverbond, inzonderheid zoals Calvijn dit gezien heeft bij het licht van Gods Woord en bij het licht des Geestes, hetwelk hij in zulk een grote mate heeft ontvangen. De HEERE heeft Calvijn,
die zulke grote gaven had, willen gebruiken om Gods kerk de grote lijnen in Gods Woord aan te wijzen. Daarbij was hij geen systeemtheoloog, maar vóór alles een schriftuurlijk theoloog. Steeds weer vroeg hij zich af: Wat zegt God de HEERE in Zijn WOORD. Heel zijn leven is hij bezig geweest vóór alles Gods Woord te verklaren en te exegetiseren. Het ging hem niet in de eerste plaats om het systeem, maar wat leert de HEERE ons, ook al zouden de verschillende geëxegetiseerde Schriftplaatsen niet het gewenste systeem opleveren, wat de verdorven menselijke geest nu eenmaal zo gaarne wil. Calvijn drukt zich in zijn exegetische verklaringen dan schijnbaar wel dubbelzinnig uit, maar toch vindt men in al zijn geschriften de schriftuurlijke lijn. Anderzijds wordt Calvijn hierom gemakkelijk gebruikt om hem te laten zeggen wat men zelf graag wil. Inzonderheid wordt Calvijn dan eenzijdig geciteerd en aangehaald om hem voor eigen karretje te spannen, vooral als het de bedoeling is de zuivere schriftuurlijke verbondsbeschouwing te bestrijden.
Calvijn was een man met uitzonderlijke grote gaven, daarbij bedeeld met veel goddelijk licht, en een vurig brandend hart voor de eer van God en voor het welzijn van Gods kerk. Daarom is het altijd weer nuttig om naar hem te luisteren, alhoewel hij toch nooit het laatste woord mag hebben. Dat heeft altijd het Woord des HEEREN. We moeten ook oppassen niet op roomse wijze gereformeerde heiligen te kweken. Onze bel. des geloofs zegt dan ook terecht in art. 7: „Men mag ook gener mensen schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijk stellen met de Goddelijke Schrifturen, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is bovenal) noch de grote menigte, noch de oudheid, noch cle successie van tijden of personen, noch de conciliën, decreten of besluiten."
Wat betreft verkiezing en verbond is het nodig te verstaan, dat Calvijn er in onderscheidt graden of trappen. Wat cle verkiezing betreft, in zijn verklaring van Mal. 1 : 2—3 spreekt hij van vier graden. De eerste graad: od schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis, cle HEE-RE, aldus Calvijn, had ons toch even goed tot honden en ezels kunnen scheppen. De tweede graad: od nam uit de volkeren der aarde Abraham en zijn zaad tot Zijn volk aan. Zo wilde cle HEERE met geen ander volk handelen. De derde graad: akob en Ezau worden gescheiden als twee volken n.1. Israël en Edom. De vierde graad: llen, die uit Jakob voortgekomen zijn, zijn geen wettige Israëlieten, zodat in de afzonderlijke personen uit Jakob voortgekomen de genadige gunst en de zuivere barmhartigheid heerst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1959
Daniel | 8 Pagina's