Reformatie-herdenking
Waarom herdenken wij nog van jaar tot jaar op 31 oktober de hamerslagen van de monnik van Wittenberg?
Er zijn in onze dagen, die eigenlijk de kerkhervorming liever niet meer zouden herdenken, omdat zij de reformatie zien als een bedroevende scheur, die hierdoor in de christenheid gekomen is en die veeleer bezig zijn om plannen te maken voor een nieuwe eenheid van heel de zich noemende christenheid. Ik denk hier aan het streven van de „Wereldraad van Kerken" en haar aanhangers.
Wij zien echter de reformatie als een daad van Gods ontferming jegens Zijn kerk.
De Heere kwam in de reformatie Zijn kerk uit het diensthuis van bijgeloof en priesterheerschappij uit te leiden en Zijn Woord met de daarin vervatte leer van zalig worden uit vrije genade door het geloof alleen, weer op de kandelaar te stellen.
We mogen ook in onze dagen het konflikt met Rome niet verdoezelen of willen uitvagen, zoals velen trachten te doen.
Rome van zijn kant vergeet ook de taak, die zij ten opzichte van het in haar ogen afvallige protestantisme meent te hebben, nooit. Men denke slechts hoe een paar jaar geleden in ons land nieuwe bisdommen werden ingesteld (Rotterdam en Groningen) met uitgesproken missionaire bedoeling. Men denke ook aan de christenvervolging in uitgesproken roomse landen.
Rome is ook in 1959 nog altijd Rome. Zeker, zedelijke wantoestanden, die in de tijd van de reformatie de roomse kerk kenmerkte, werden later bestreden. En de contra-reformatie, die de roomse kerk op het concilie van Trente, kort na de reformatie, inzette, betekende ook een zuivering naar binnen van deze kerk.
Maar de brede kloof tassen Rome en de reformatie is daarmee niet overbrugd. Want juist ook op het concilie van Trente heeft de roomse kerk niet maar verschillende zedelijke wantoestanden in de kerk aangepakt, maar tevens heeft zij de leer der reformatie, waarin teruggeroepen werd naar het Woord-alleen en waarin de leer van vrije genade zonder de werken der wet werd gepredikt, vervloekt. Zij heeft daarover het anathema sit (het „vervloekt zij") uitgesproken.
En toen zij aldus tegenover de ware leer der Schrift haar valse leer opstelde, toen is de roomse kerk valse kerk geworden, die eigenlijk de naam van kerk niet meer kan dragen.
Sinds die tijd is het konflikt met Rome dan ook niet minder geworden, maar het heeft zich veeleer toegespitst. Steeds verder dwaalt Rome af van het vaste fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is.
Het meest wordt dit zichtbaar in de leer aangaande de maagd Maria.
Het is het noodlottige van de kerk der Middeleeuwen geworden, dat ze Maria langzamerhand liet meebeslissen over de dingen, die voor onze zaligheid nodig zijn. Er werd toen in ons land zelfs een souter van Maria gemaakt, dat is een psalmboek van Maria, waarin de psalmen van David werden omgezet, zodat ze inplaats van Israëls God, Maria verheerlijkten.
Men zette zelfs het „Te Deum", het „Wij loven U, o God", om en paste het op Maria toe.
In dat spoor is de roomse kerk al verder gegaan. Het Ave Maria is in de roomse godsdienst het beheersende gebed en de thans gestorven paus noemde Maria in 1943 „de moeder van ons Hoofd Jezus en tevens de moeder van al Zijn ledematen."
Meer en meer wordt Maria aan haar Goddelijke Zoon ter zijde gesteld. Haar onbevlekte ontvangenis is een nabootsing van Christus' wondere geboorte door de werking van de Heilige Geest, het dogma van haar ten hemel opneming een nabootsing van Christus' hemelvaart en ze wordt vereerd als koningin des hemels en middelares der zaligheid.
Het gaat hier maar niet om een uitwas, maar om het meest wezenlijke kenmerk van het geloof van de roomsen. De roomsen kennen hun twee zuilen, Jezus en Maria, het Goddelijke en het mense-
lijke. In Maria bereikt dat menselijke zijn hoogste trap. En het verdringt steeds meer het Goddelijke, het verduistert de enige verlossing van Jezus Christus.
Hier zien we, waartoe men raakt, als men het vaste fundament van Gods Woord loslaat. Dan komt men tot de vreselijkste afgodendienst.
In Markus 3 is de Heere Jezus werkzaam in een huis. Het is er zo vol, zoals we in vers 20 lezen, dat men er niet meer kon eten.
Christus is daar werkzaam in Zijn ambtstaak als de gezalfde Zaligmaker. En de bloedverwanten van de Heere Jezus, onder wie Maria, Zijn moeder, denken dat het verkeerd gaat en daarom willen zij de Heere Jezus naar buiten laten komen („Zie, Uw moeder en Uw broeders daarbuiten zoeken U").
Doch als Maria zich zo met het ambtswerk van Christus wil bemoeien, dan wijst Hij haar terug en dan vraagt Hij: „Wie zijn Mijn moeder en broeders? " De Heere spreekt hier niet als huisgenoot, maar als Middelaar Gods en der mensen. En dan breidt Hij Zijn armen uit en roept: „Zie Mijn moeder en Mijn broeders".
Jezus heeft op aarde als Middelaar een
grote familie. Dat is niet de familie van Zijn bloedverwanten, maar van hen, die door het wederbarende werk van de Heilige Geest Hem toebehoren. Daar behoort ook Maria bij, die toch Hem als haar Zaligmaker kende.
De Heere Jezus gaat hier dus duidelijk uitspreken, gelijk ook op de bruiloft te Kana, clat Maria in Zijn werk als Zaligmaker geen aparte plaats inneemt en staat haar niet toe zich met Zijn werk in te laten.
Dit vaste fundament der Schrift heeft Rome losgelaten en is zo gekomen tot een verloochening van de enige Zaligmaker.
Daarom, wat is het een levensbelang voor cle kerk der reformatie, zich te blijven gronden op het sola scriptura, het cle Schrift alleen. Maar dan ook, zoals dit de leer der Schrift is, op het sola gratia en het sola fide, het uit genade alleen en het door het geloof alleen. En dit alles clan maar niet in de verstandelijke beschouwing, maar in de beleving des harten door het toepassende werk van de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1959
Daniel | 8 Pagina's