JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wilhelmus à Brakel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wilhelmus à Brakel

4 minuten leestijd

(I)

Zijn leven

Onder de zogenaamde „oude schrijvers" geniet de jonge Brakel nog altijd een zeer grote populariteit. Hij heeft deze niet, zoals Smijtegelt, te danken aan een ongelooflijk aantal preken, (er zijn van Brakel slechts 10 preken in druk verschenen) maar aan een dogmatischpraktisch werk onder de titel „Redelijke Godsdienst", dat in twee en een halve eeuw tijds niet minder dan 22 maal is herdrukt.

De schrijver van dit werk, Wilhelmus a Brakel, werd geboren te Leeuwarden op 10 jan. 1635. Hij was de enige zoon uit het huwelijk van Theodorus a Brakel (die we in de voorgaande artikelen besproken hebben) en van Miargaretha Homma. De vier dochters uit dit huwelijk geboren, zijn alle op jeugdige leeftijd gestorven.

Daar Brakel Senior uitsluitend gemeenten in het hoge Noorden heeft gediend, ligt het voor de hand, dat de zoon ging studeren aan de Hogeschool te Franeker. Voor de voltooiing van zijn studie echter vertoefde hij ook nog enige tijd in Utrecht.

Hij was 27 jaar oud, toen hij in 1662 het predikambt aanvaardde te Exmorra. Vandaar ging hij in 1665 naar Stavoren, dat in 1670 werd verwisseld voor Harlingen. Na een tienjarig verblijf in zijn geboorteplaats Leeuwarden (1673—1683) verliet hij Friesland om de gemeente Rotterdam te gaan dienen. Hij heeft daar nog 28 jaar geleefd en gewerkt, totdat hij op 30 okt. 1711 door de dood werd weggenomen. Brakel is dus tamelijk oud geworden (76 jaar); als we daarbij bedenken dat hij tot zijn overlijden toe gewoon dienstdoend predikant is gebleven, dan kunnen we daaruit opmaken dat hij een goede gezondheid heeft mogen genieten.

Behalve Brakel is ook zijn vrouw bekend gebleven als schrijfster van een stichtelijk werkje, dat getiteld is: „Een aandachtig leerling van de Heere Jezus Christus." Daarmee vormt Sara Nevius wel een uitzondering op de meeste predikantsvrouwen van haar tijd, die meestal zó in de schaduw van haar man leefden, dat we soms nauwelijks haar naam weten.

Brakel en de Overheid

De feiten uit Brakel's leven zijn dus spoedig verteld. Dat betekent echter niet, dat dit leven zonder schokkende gebeurtenissen is verlopen. Integendeel, Brakel was goed-Gerefonneerd, goed-Voetiaans en bovendien trouw in zijn bediening en zonder aanzien des persoons in zijn vermaning; en wie zijn taak als predikant zo opvat, heeft het meestal

niet gemakkelijk. Brakel heeft het ondervonden.

Als goed-Voetiaan, liever nog als goed-Calvinist pleitte Brakel voor het eigen recht der kerk. Andere predikanten deden dat ook, maar velen wisten wel dat men, als men de waarheid zei, geen „persona grata" was bij de overheid en als die overheid, die dikwijls de Voetiaanse predikanten ongunstig gezind was, begon te dreigen, deden ze er het zwijgen toe. Brakel heeft dat niet gedaan en daardoor kwam hij tot tweemaal toe met de overheid in conflict. Eerst in 1682 in Leeuwarden toen hij het voor de afgezette predikant Jacobus Koelman opnam en de gewaagde opmerking maakt, dat deze predikant niet door de kerk, maar „slechts" door de overheid uit z'n ambt was ontzet. Later, in 1688 betwistte hij de overheid het recht om haar goedkeuring te weigeren bij een wettige predikantsberoeping. In beide gevallen riskeerde hij schorsing met verlies van salaris, maar in het eerste geval werd hij in het gelijk gesteld en de tweede maal deed de overheid een oogje dicht. Blijkbaar was er nog enig respect voor iemand, die zijn mening durfde te zeggen en daarvoor zelfs zijn ambt in cle waagschaal stelde.

Brakel en het Labadisme

Dat Brakel, die een open oog had voor het verval in kerk en staat, aanvankelijk sympathiseerde met de Labadie, verwondert ons niet. Vooral toen de Labadisten zich in Friesland vestigden, kreeg hij de gelegenheid, van nabij met deze groep kennis te maken.

Brakel was zelfs zó onder bekoring van deze „gezuiverde" kerkgemeenschap, clat hij heeft overwogen, zich daarbij aan te sluiten. Hij heeft dagenlang gevast en gebeden om te weten te komen of het een werk uit God was. Toen hij tenslotte tot de conclusie was gekomen, dat dit streven voortkwam uit menselijke hcogmoed en zucht tot separatie, schreef hij terstond een werkje „Trouwhertige weerschouwinge tegen de Labadisten" (1683) later nog gevolgd door „Leere en Leydinge cler Labadisten" (1685). Hij kreeg te zien clat God, als Hij Zijn Kerk wil zuiveren, clat Zelf zal doen, maar dat mensen nooit de kerk mogen verlaten om een zuiverder gemeente op te richten. Scherp waarschuwt hij daartegen óók in zijn „Redelijke Godsdienst", met name in het hoofdstuk: „Dat men zich bij de Kerk moet voegen en daarbij blijven."

Dat klemt te meer, als we bedenken, dat hier een man aan het woord is, clie cle gebreken van cle kerk zag als geen ander en die zelf aan de rand van afscheiding was geweest. Maar Brakel wees een weg, die nóg uitnemender is", die van Reformatie in de kerk zelf. Voor die Reformatie heeft hij zijn leven lang in woord en geschrift geijverd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1959

Daniel | 8 Pagina's

Wilhelmus à Brakel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1959

Daniel | 8 Pagina's