Zending in Rhodesia De laatste plaatsen op de rondreis
De kerkdienst verliep rustig. Een oude beruchte regenmaker, die blijkbaar voor de eerste keer een kerkdienst bijwoonde, hield zich erg kalm. Hij ging eerst aan de vrouwenkant zitten, met zijn rug naar de spreker gekeerd. Het was alles vreemd en ongewoon voor hem. Na de dienst was hij vlug verdwenen, zodat er geen gelegenheid was met hem persoonlijk te spreken. Misschien dat de Heere hem gewillig maakt om zich geheel te geven aan de dienst van Koning Jezus.
Na de dienst was de toeloop om medische hulp te verkrijgen weer geweldig. Niet minder dan dertig tanden en kiezen moesten getrokken worden. Na de tandentrekkerij kregen de wonden en zweren een beurt. Wat een mensenleed!
Bij Van Woerden kwam de mistroostige gedachte op, dat alle ernst van de prediking weg was en dat er alleen aan het zieke lichaam werd gedacht. Onder de bedrijven door, sprak Van Woerden hierover met ouderling Mpofu.
„Wees getroost, " antwoordde deze. „Ik hoorde zo juist een gesprek tussen een paar vrouwen. Eén ervan waarschuwde de anderen op zeer ernstige wijze, omdat ze maar over hun zieke lichamen klaagden. „Heb je dan niet gehoord, " zei ze, „wat dominee Mzamo vanmiddag onder de preek zei? Zijn jullie dat dan alweer vergeten? Je zieke lichaam kan je maar voor enige tijd tot last zijn, maar als de Heere je niet bekeert, zal je zieke ziel voor eeuwig in de hel omkomen. Je bent zo bezorgd over je kinderen niet. Als de Heere je kinderen zaligt en jezelf niet, dan zullen die kinderen in de eeuwigheid van een ander zijn. Zelf in de hel en je kinderen in de hemel! Het leven is zo kort en spoedig moeten we allen sterven."
Toen Van Woerden dit hoorde, was het voor zijn ziel als water op een dorstig land. De Heere gaf hem weer moed en kracht om verder te gaan.
Na de plaats Mateshaneni, waar het verblijf slechts enkele dagen was, werd Mano Mano bezocht. Het was toen 21 maart van het vorige jaar (1958). We zullen Van Woerden weer een eindje zelf aan het woord laten:
„Ik ben juist begonnen met typen hier. Terwijl ik hier zit in de schaduw van de struiken nabij de school, verzamelt de zwarte schooljeugd zich rondom mij. De kinderen hebben natuurlijk nog nooit een typemachine gezien. In stille bewondering staren ze naar dit wonder. Vooral wanneer het belletje gaan bij het eind van de regel, wekt dit enorme verbazing.
Vanmorgen vroeg op jacht geweest. Helaas, niets anders dan een jong hert kunnen schieten. Het verschaft ons in ieder geval een behoorlijke vleesmaaltijd.
De klas is weer begonnen. De nieuwsgierige jeugd heeft me weer met rust gelaten, zodat ik mij wat beter concentreren kan.
Zoals ik reeds schreef, had ik mij trachten voor te bereiden op een preek over de Samaritaanse vrouw. Gewoonlijk geef ik mijn tolk een briefje, waar ik cle psalmen en het hoofdstuk op geschreven heb. Ik had er duidelijk op gezet: oh. 4 tot aan vers 43, met als tekst: oh. 4 : 42.
Zodra Mpofu begon te lezen, merkte ik, clat hij vanaf vers 43 tot aan het eind van het hoofdstuk ging lezen. Hoewel ik hem gemakkelijk had kunnen stoppen, voelde ik daar niet de vrijmoedigheid toe. Onder het lezen en zingen daarna bracht ik enkele benauwde ogenblikken door. Onder het zingen was Mpofu plotseling stil, keek verschrikt op het briefje, boog zich naar mij over en fluisterde ontsteld: „Ik heb het verkeerde gedeelte gelezen."
Onder het spreken gaf de Heere mij enig licht over cle hoveling en zijn zieke kind, zodat ik mij gedrongen gevoelde de mensen met grote ernst aan te spreken. Ik voelde duidelijk, dat cle Heere mij wilde laten zien, dat de Heilige Geest niet afhankelijk is van mijn studie en voorbereiding, hoewel het mijn plicht is mij voor te bereiden. Zoekt in gebeden degenen te gedenken clie Gods Woord prediken, daar zij aan bizondere en ongewone verzoekingen bloot staan.
Direct na de dienst eiste het medische werk mijn volle aandacht. Geen tijd voor een kop thee. Een slok water uit de waterzak en enkele zouttabletten verfristen mij voldoende om vijftien tanden en kiezen te trekken en een groot aantal patiënten te zien. Mijn gebrekkige medische kennis maakt dit werk zo erg moeilijk. De mensen zien naar mij op, alsof ik hen direct van alle kwalen af kan helpen. Er zijn er zovelen voor wie ik niets kan doen. Trachoma is een wrede oogziekte hier. Na verloop van tijd keren de oogleden zich naar binnen, zodat de oogharen onophoudelijk over de uiterst gevoelige cornea wrijven. Dag en nacht pijn aan het oog en binnen enkele jaren blind.
Verbaast u zich dus niet, dat ik 's nachts dikwijls niet slapen kan en deze hulpelozen niet uit mijn gedachten kan krijgen. Binnen weinige jaren zal hun lichamelijk lijden voorbij zijn en het is te vrezen, clat voor velen dan een eeuwigheid van zielelijden zal aanvangen."
De 22ste maart, 's avonds om half zeven, was Van Woerden weer in Mbuma, het beginpunt van de rondreis, terug gekeerd. De laatste week had hij niet minder dan 70 tanden en kiezen getrokken. Bovendien had hij 350 patiënten behandeld, voor zover deze te behandelen waren.
Toen hij thuis kwam, vernam hij dat ds. Fraser ziek was. Overspannen werd algemeen gedacht. Geen wonder, want de zorg voor alles is zeer groot en voortdurend zijn er grote problemen, waarvoor een oplossing gevonden moet worden. Op dat ogenblik zou men niet geloofd hebben, clat de predikant het volgende jaar zou sterven, zoals wij al hebben gehoord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1959
Daniel | 8 Pagina's