JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jacobus Koelman

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jacobus Koelman

5 minuten leestijd

(ii).

De balling

Na zijn verbanning uit Sluis vestigde Koelman zich te Rotterdam, waar hij huisgodsdienstoefeningen begon te houden. Zijn optreden trok echter al spoedig de aandacht van cle burgerlijke en de kerkelijke overheid. Uit vrees voor de magistraat wezen zelfs de predikanten van Rotterdam Koehnan's verzoek om tot het Avondmaal te worden toegelaten, van de hand. Van die tijd af vierde Koelman Avondmaal bij de Schotse gemeente in de Maasstad, wier predikant, de bekende Ilugh Kennedy, zijn vriend was.

Erger was voor Koelman het feit, dat zijn naam op classes en synoden in één adem werd genoemd met die van de ..separatisten" cle Labadie en den Herder. En met deze mensen wilde Koelman beslist niet over één kam worden geschoren. Als er ooit iemand is geweest, clie reden had om een „scheurgemeente" te stichten, dan was het Koelman; doch juist hij heeft het separatisme scherper veroordeeld dan iemand anders.

Typerend voor Koelman was ook zijn antwoord aan cle kerkeraad van Sluis, toen deze zijn advies vroeg inzake het beroepen van zijn opvolger. Koelman schreef, dat er helemaal geen beroep mocht worden uitgebracht, omdat er geen vakature was: Hij, Jacohus Koelman, was en bleef de wettige predikant van Sluis.... De kerkeraad heeft zich, onder druk van de magistraat, niet aan dit advies gehouden en al spoedig was de vakature vervuld.

Toen hem ook te Rotterdam het verblijf onmogelijk was gemaakt, vertrok Koelman naar Amsterdam. Vandaaruit trok hij naar Friesland om in enkele plaatsen te preken. Wilhelmus a Brakel, die toentertijd te Leeuwarden stond, liet hem tweemaal zijn beurt waarnemen. Voor dit vergrijp werd Brakel op het matje geroepen; het liep echter met een berisping af. Ook in Noord-Holland bediende Koelman van tijd tot tijd het Woord, o.a. te Amstelveen en te Middelie. Dat gaf weinig moeilijkheden, doordat de vroegere gezant in Denemarken, Koenraad van Beuningen, nu burgemeester van Amsterdam was en zijn voormalige ambassade-predikant de hand boven het hoofd hield. Koelman bewoonde een geriefelijk huis aan de Keizersgracht, voorzag in zijn onderhoud door het schrijven van boeken en het vertalen van Engelse werken en werd bovendien door vermogende vrienden finantieel gesteund.

In 16S3 trok Koelman weer eens naar Friesland en opnieuw stond Brakel hem een beurt in Leeuwarden af. Toen hij zich daarover op de classis moest verdedigen, maakte Brakel de gevaarlijke opmerking, dat Koelman nog steeds wettig predikant was, omdat hij nooit door de Kerk, doch „slechts" door de overheid uit het ambt was ontzet. De twee vertegenwoordigers van cle magistraat, die ter classis aanwezig waren, voelden zich diep beledigd en wisten te bewerken clat Brakel voor zes weken werd geschorst.

In 16S4 bracht Koelman nogeens een bezoek aan zijn geliefde Sluis en preekte er in de open lucht, vlak buiten de stad. Ook in Vlissingen vervulde hij twee predikbeurten, voor de predikanten Pots en Van Deinse. De gevolgen bleven niet uit: beide predikanten werden voor drie maanden geschorst.

Na zijn terugkeer in Amsterdam wachtten Koelman nieuwe moeilijkheden. Het houden van conventikels werd hem verboden en Van Beuningen, die inmiddels kinds was geworden, kon hem niet meer in bescherming nemen. Ook hier stelde men hem voor de keuze: zwijgen of vertrekken.

Koelman besloot toen, zich in zijn geboortestad Utrecht te vestigen — Vroeger had hij dat ook al geprobeerd, maar Voetius zag hem liever niet in Utrecht en verhinderde het. Voetius moest namelijk niet veel meer van Koelman hebben; Koelman echter bleef zijn oude leermeester hoogschatten — Koelman ging te Utrecht wonen in de Stroosteeg, vlak naast de Katharynekerk. Op 6 febr. 1695 overleed hij plotseling. Hij werd begraven in de Katharynekerk. Deze kerk, waarin twintig jaar eerder ook Voetius was begraven, is ± 1800 weer in Roomse handen gekomen.

Koehnan's opvattingen

Ileel dat moeilijke, avontuurlijke leven, was dus een gevolg van Koclman's opvattingen, voornamelijk wat het vieren van de Christelijke feestdagen en het gebruik van cle kerkelijke formulieren betrof. Met Lodenstein was Koelman van mening dat de vorm en de letter, in dit geval de feestdagen en de formulieren de geesteloosheid van cle kerk in de hand werkten. Zij hadden dus geen bezwaar tegen de inhoud der formulieren, wel tegen het gebruik (of liever tegen het misbruik) ervan. Ook in die tijd raffelden de meeste predikanten de formulieren af en het gevolg was, zoals Lodenstein het uitdrukt: „een slem - - en slenterdienst."

Koelman ging echter verder dan Lodenstein. De laatste heeft zich, ondanks bezwaren, altijd aan de formulieren gehouden; Koelman was, van zijn standpunt gezien, konsekwenter en weigerde ze te gebruiken.

Naar onze bescheiden mening hebben echter Lodenstein en Koelman één belangrijke factor buiten beschouwing gelaten, namelijk deze, clat cle formulieren waren opgesteld in een tijd, waarin veel licht heerste en clat die formulieren door alle andere godvrezende predikanten wél werden gebruikt. Zelfs mensen als Lodenstein en Koelman zouden de formulieren moeilijk met hun eigen woorden hebben verbeterd. Hun houding was wel geestelijk, maar zeker niet kerkelijk.

Anders stond het met de feestdagen. Van het begin van de Reformatie af werden cleze dagen niet gevierd. Maar om de hardigheid der harten" (het volk vierde ze immers wel) ging men er lateitoe over, op de zgn. feestdagen te preken. Koelman's weigering is dus niet praktisch, maar wel Reformatorisch geweest.

Koelman was nu eenmaal een strijdbare figuur, die misschien zijn persoonlijke opvattingen teveel als maatstaf zag. Zijn onbuigzaamheid leek weieens op koppigheid: hij was een mens als alle andere mensen. Overigens was hij in het geheel niet conservatief. Terwijl de kerk bijv. nog 100 jaren de oude psalmberijming zou zingen, pleitte hij reeds voor verbetering of vervanging van „de jammerlijke psalmberijming van Datheen." En wat belangrijker is: hij heeft de moed en de kracht gehad om alleen voor zijn overtuiging uit te komen en daaraan desnoods het ambt op te offeren, maar hij heeft ook cle rechten van cle kerk verdedigd tegen al haar aanvallers. Bovendien zijn zijn talrijke oorspronkelijke en vertaalde geschriften (waarover later meer) voor velen ten zegen ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1959

Daniel | 8 Pagina's

Jacobus Koelman

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1959

Daniel | 8 Pagina's