JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe denkt men over de dood?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe denkt men over de dood?

7 minuten leestijd

(5).

Bijbel en dood.

Het wordt nu hoog tijd om te zien, hoe cle Heilige Schrift zich bezig houdt met clat probleem, dat al zo lang het menselijk denken geboeid gehouden heeft, n.1. cle dood.

We behoeven niet lang te zoeken. Op cle eerste bladzijde van de Bijbel wordt reeds een tip van cle sluier opgelicht en wordt ons althans cle oorsprong van cle dood met grote ernst aangewezen: Maar van de boom cler kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven." (Gen. 2 : 17). Hier wordt ons dus cle dood getoond als een niet •natuurlijk verschijnsel, maalais iets clat geheel en al samenhangt met o o de zedelijke norm en met cle overtreding van clie norm. Paulus zegt daarvan: Daarom, gelijk door een mens de zonde in cle wereld ingekomen is en door cle zonde de dood; en alzo cle dood tot alle mensen doorgegaan is, in welke allen gezondigd hebben." (Rom. 5 : 12). In het gesprek van Eva met de slang komt tot uitdrukking: wijfel aan Gods Woord, zelfhandhaving, gretig luisteren naar de vurige lastertaal van cle boze, alsof God cle grote belager van de mens O O zou zijn; het is gaan staan op een plaats, waar de mens zich tegen God zelf met list te verweren heeft. Het is een „als God willen zijn". Dat is de eerste, cie alle wereldgeschiedenis beheersende daad van cle mens, en uit die daad vloeit cle dood voort. „Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende, baart zonde; en cle zonde voleindigd zijnde, baart de dood." (Jac. 1 : 15). Wanneer cle mens in cle onbeschutheid van de zelfhandhaving gaat staan, clan grijnst de dood hem aan. Al clie slijtageverschijnselen en ziekteverschijnselen waarover wij spreken, zijn tenslotte niets anders clan cle gevolgen van dat éne: Want Mijn volk heeft twee boosheden gedaan: ij, cle Springader des levenden waters, hebben zij verlaten om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen

water houden." (Jer. 2 : 13). Nu is het opvallend, dat als de Bijbel spreekt over cle voltrekking van het vonnis over de gevallen mens, hij de dood schildert op een uiterst natuurlijke wijze. „In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren." (Gen. 3 : 19). Uiterlijk bezien ligt het bijna voor cle hand, dat cle mens, clie uit de aarde is voortgekomen, van clie aarde leeft, ook tenslotte tot de aarde terugkeert. Alleen maar, hier wordt clit ene opzettelijk niet vermeld, clat toch de kern van het geheim van cle mens uitmaakt, clat hij weliswaar uit de aarde genomen is, maar clat hij tot stand gekomen is door een bijzondere wilsclaad Gods: En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze." (Gen. 1 : 27) „Voorts heeft God in zijn neusgaten geblazen de adem des levens." (Gen. 2 : 7). Hier wordt alleen nog maar dat ene gezegd, clat cle mens uit de aarde is, maar (lat andere wordt niet meer vermeld. Is clat, omdat cle mens zich die kroon zelf van het hoofd genomen had? Hij had zich schorten van boombladeren gemaakt, omdat hij bang was. Hij dorst niet meer zoals hij was te staan voor Gods aangezicht, maar hij was weggekropen achter cle natuur, hij had zich verslingerd aan zichzelf, aan cle duivel en aan cle wereld. En nu zal straks clie aarde hem weer opnemen in haar schoot,

ze zal het hare weer opeisen. Daarom schijnt cle dood, ondanks het wonder dat erin schuilt, iets vanzelfsprekends, iets normaals, iets natuurlijks.

Nergens komt dat schijnbaar natuurlijke van de dood in de Bijbel scherper tot uitdrukking dan in het boek Prediker. We doen slechts een greep: Ik zeide in mijn hart van cle gelegenheid der mensenkinderen, dat God hen zal verklaren en dat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn aan zichzelven. Want wat cle kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook cle beesten, en enerlei wedervaart hun beide; gelijk clie sterft, alzo sterft deze en zij allen hebben enerlei adem en cle uitnemendheid der mensen boven de beesten is gene; want allen zijn zij ijdelheid. Zij gaan allen naar één plaats; zij zijn allen uit het stof en zij keren allen weder tot stof." (Pred. 3 : 18-20). Dit klinkt wel zeer absoluut en beangstigend. Wil ook de Prediker O O ons leren, dat met de dood alles uit is en dat in de dood cle mens geheel en al wordt weggevaagd? Kennelijk niet, want als er één ding is, waarop hij de volle nadruk legt, dan is het dit: Want God zal ieder werk in het gericht brengen met al wat verborgen is, hetzij goed of hetzij kwaad." (Pred. 12 : 14) In zijn aangrijpende, beeldrijke schildering van cle dood, die hij ons geeft in het laatste hoofdstuk van zijn boek, keert weer terug de uitdrukking: En clat het stof wederom tot de aarde keert, " maar daar wordt er ook aan toegevoegd: en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft." (Pred. 12 : 7) Het: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren" is wel een verschrikkelijke waarheid, maar het is niet alles, er is in cle dood nog iets anders, we zouden het haast iets „geheimzinnigs" willen noemen en het is juist daarom, dat het vraagstuk van de dood cle mens zo menigmaal bezig houdt.

De gelovigen van het Oude Testament hebben nog niet de volle rijkdom van de waarheid gezien. Er is voortgang geweest in de openbaring. Dit geldt ook ten aanzien van het raadsel van de dood. Telkens weer worden woorden gevonden, die gewagen van de hoop, clie over het graf heengrijpt, b.v. Ps. 16 : 9—11: Daarom is mijn hart verblijd en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen. Want Gij zult mijn ziel in cle hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk."

Toch wordt over het algemeen in het Oude Testament gesproken over de dood op een voorzichtige en donkere wijze. Het wordt aangeduid met uitdrukkingen als: de geest geven, verzameld worden tot zijn volkeren, naar de doden toe moeten, een eeuwige slaap slapen enz.

De vraag of cle levenden met de doden nog contact kunnen opnemen wordt ook in het Oude Testament met grote soberheid aangeroerd. Zeker is, dat het raadplegen van de dode voorouders, clat bij zoveel volken voorkomt, met klem verboden wordt. „Onder u zal niet gevonden worden clie cle doden vraagt." (Deut. 18 : 10, 11) Jesaja zegt: .... zal men voor de levenden de doden vragen? " (Jes. 8 : 19) Al is het dan verboden, clat betekent nog niet, clat het ook uitgesloten is. Hoofdzaak moet ons echter wezen, dat, terwijl onder alle heidense volken het raadplegen van de doden, het zich te slapen leggen bij het graf van de voorouders, om in cle droom een aanwijzing te ontvangen, behoort tot de doodgewone verschijnselen, in de Bijbel de grens tussen de wereld der levenden en die der doden zeer scherp getrokken wordt. Er is geen verband meer en als het er nog zou kunnen zijn, clan mag het er in alle geval niet zijn.

De volgende keer hopen we D.V. te

zien, dat in het Nieuwe Testament het raadsel van de dood tot in zijn schuilhoeken wordt doorlicht.

Zult Gij aan doelen wond'ren doen? Ztth G' overleed'nen doen verrijzen? Om hier Uw grote naam te prijzen? Zal 't graf Uw wijze raad bevroen? Zal daar Uw goedheid zich [ verspreiden? Zal 't woest verderf Uw trouw [ verbreiden? (Ps. 88 : 7)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1959

Daniel | 8 Pagina's

Hoe denkt men over de dood?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1959

Daniel | 8 Pagina's