Gebedsgenezing
HET WOORD IS AAN een van onze jonge vrienden der Studie-Ver. te Middelburg met zijn inleiding gehouden op de vergadering van 22 april j.1. over:
(VI).
Een hervormd predikant ds. Glashouwer, merkte in een preek over „Gebedsgenezing" op, dat hier niet geldt vergeving der zonden op de le plaats en genezing van ziekten op de 2e plaats. Beiden staan op dezelfde hoogte wat belangrijkheid aangaat. Er is geen primair en secundair.
Of deze predikant zijn Bijbel ooit goed gelezen heeft staat te bezien. Ds. Smytegeld vraagt in zijn Maandagse catechisatiën: „Wat is het belangrijkste voor de mens op aarde? " En het antwoord luidt: „Dat hij zal zalig worden." En met de Bijbel in de hand bewijzen we dit ook.
Dat dergelijke opvattingen tot grove misstanden leiden is begrijpelijk. Luistert U maar naar het volgende voorbeeld:
Kinderen op een school voor slechthorenden moeten op advies hun gehoorapparaat weglaten als blijk van geloof, dat ze weer normaal horende zullen worden. Een kind van die school komt thuis, en onder tranen, geheel overstuur, vertelt de kleine dat de juffrouw, die ook al van Osborn bezeten was, gezegd had: „Als jij niet beter wordt, kun je geen kind van de Heere Jezus zijn". Nu dragen de kinderen daar weer hun apparaten als bewijs dat God zich niet laat dwingen.
Vele jongeren die grote verwachtingen hadden van Osborn schreeuwen: „Nu weet ik het helemaal niet meer. Ik gooi alles maar overboord".
Bij deze wonderdoeners valt er niets te beluisteren voor mensen die onwaardig in zichzelf tot Jezus komen. Hier vindt men niets van: Recht en genade, zonde en vergeving, schuld en verlossing, rechtvaardigheid en barmhartigheid. Alles is gebaseerd op het aardse paradijs, wat men nooit zal vinden.
Zelfs Gereformeerde predikanten durven Osborn niet te verwerpen met zijn methoden, doch halen hun schouders op en verklaren dat hij de mensen toch naaide kerk brengt. Doch dan weten wij wel zeker dat Satan hierom lacht, de duivel vindt dit best, want deze mensen komen heus niet uit navolging van Osborn naar een kerk waar de mens op het diepst vernederd wordt en God op het hoogst verheerlijkt.
Zeker er gebeuren gebedsgenezingen, zeer wonderlijke zelfs, we hoeven hier niet verder door te gaan, daar we hiervan rotsvast overtuigd zijn, maar niet in de weg die Osborn ons wijst. Liever met een ongeneeslijk lichaam naar de hemel dan met een gezond lichaam naaide hel. Alhoewel we ten zeerste verplicht zijn de mogelijkheden die God ons schenkt te gebruiken. (Gebed en dokter, ora et labora, bidt en werk). Valt er dan van Osborn niets te leren? Ja zeer zeker, het is een les voor ons. Wanneer wij datgene, wat Gods Woord ons leert en wat we zondag op zondag horen verkondigen wat meer uitdroegen in dit leven zou een man als Osborn in Nederland geen kans gehad hebben. Daarom, wanneer we deze wonderdoeners verwerpen.... de hand ook in de eigen boezem.
Laat Osborn dan te ver gaan met zijn gebed, toch stelt zijn optreden ons voor de vraag hoe of het met ons gebed staat. Bidden we wel eens werkelijk echt, worstelen we wel eens in het gebed? Of rafelen we als schijnbaar vrome Farizeërs onze formuliergebeden op zonder nadenken?
Laten wij er dan wel om denken dat het in Gods ogen een ergernis is wanneer wij zo lauw bidden. In de Jacobusbrief (4 : 3) lezen wij: Gij bidt en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt." En in de brief aan de Laodiceers lezen wij dat ze lauw waren en dat God ze uit zijn mond zou spuwen.
Dat lauwe is er in ons ook, en is er de oorzaak van dat velen onzer wanneer ze op fabriek, school of kantoor voor de vraag gesteld worden „Wat dunkt U van Osborn? " meejubelen in het koor of de aftocht blazen. Daarom is zo noodzakelijk het onderzoek van Gods onfeilbaar woord, waarin direkt of indirekt op alle levensvragen het antwoord wordt gegeven. Verzuimt daarom toch niet deze schat, die met geen goud te betalen is, geduriglijk te onderzoeken.
En mochten we tevens dan maar veel bidden of God ons wil leren bidden, dan zullen wij weten dat Hij ons gebed altijd hoort en dat Hij het verhoort naar
Zijn wil en op Zijn tijd, wat betekent dat dit voor ons altijd het beste is.
Dan leren wij door genade met Habakuk zeggen:
„Als de vijgeboom niet bloeien zal, en de wijnstok geen vrucht geven zal, de velden geen spijs voortbrengen en er geen rund in de stalling zijn zal, zo zal ik nochtans in de Heere opspringen, ik zal mij verheugen in de God mijns heils".
Bronnen:
„Woord en wandel". K. Jongeling. „Ik zoek een mens". Ds. Overduin. Bijbelverklaring Dachsel. Matth. tm. Handelingen.
Kanttekeningen Statenbijbel.
„De Waarheidsvriend" 11/9 '58.
Leids Dagblad 30/8 '58, 10/9, 11/9.
Herv. Nederland. 14/6 '58.
Soteria. Nov. dec. '58.
Jong Gereformeerd. No. 48, 49.
Gezinsgids 29/5 en 4/6 '57.
Haagsche Courant 19/12 '58.
Div. ex. „De Wekker".
Het Parool. 7/11 '58.
2 ex. „De Spiegel".
2 nrs. „Ziekentroost",
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1959
Daniel | 8 Pagina's