Zending in Rhodesia
ZENDINGSPRAKTIJK
Het is heel nuttig dat we geregeld in kennis gesteld worden met de praktijk van de zending. Velen zijn van mening, dat het werk op een zendingsgebied bestaat uit Schriftuitlegging in de volkstaal en het onderwijzen van de kinderen. Er komt echter van alles kijken en vele moeilijkheden hopen zich op. Wanneer we er achter komen wat er dag aan dag gebeuren moet, kan het niet anders, of we zullen met veel respekt over de zendingsarbeiders spreken. Wat moeten deze toch een grote liefde hebben voor het werk en wat hebben ze nodig, dat bij de voortduur voor hen wordt gebeden, of de Heere ze wil bijstaan. Zouden ze soms niet moedeloos worden? Er is echter een grote troost: de Heere staat voor Zijn werk in! Toen de discipelen zich in de nacht pijnigden om het schip vooruit te krijgen, en het niet lukte, wandelde Jezus op het water langs hen heen. Ze moesten niet vrezen, maar goedsmoeds zijn: „Ik ben het!" Hun Meester had ze gadegeslagen, al was Hij niet bij hen. Al hun tobben was bij Jezus bekend, zodat ze niets behoefden te vrezen.
Het is midden maart van het vorige jaar. Toen was ds. Fraser dus nog in leven. Van Woerden heeft het plan om een week lang door het zendingsgebied te trekken. Met ds. Mzamo, de negerpredikant, die benoemd is tot inspekteur van het onderwijs, zal hij vijf scholen bezoeken.
Laten we de mensen op de voet volgen. Het beste is dan maar om te luisteren naar wat Van Woerden schrijft.
„Vanmorgen om zes uur opgestaan. Om zeven uur huisgodsdienstoefening. Kwart over zeven ontbijt, bestaande uit cornflakes, gebakken eieren met ham en brood. Wanneer onze voedselvoorraad op is, eten we eigen gebakken brood en eigen boter met een primitief soort kaas.
Na het ontbijt ging ik naar de kliniek. Een tiental patiënten wachtte daar reeds op mij. Verscheidene kinderen met brandwonden. Sommigen kwamen voor het eerst, anderen kwamen voor hun dagelijks verband. Mijn rechterhand is een negermeisje, dat verleden jaar in de vijfde klas van de lagere school is blijven zitten en daardoor de zesde en laatste klas niet meer kon doen. Zij is achttien jaar ongeveer, spreekt goed engels en is erg gewillig. Met veel geduld heb ik haar geleerd temperatuur op te nemen, verbinden en de veel kleine dingen, die in een kliniek nodig zijn, om alles klaar en in gereedheid te houden.
Nu en dan rijzen mijn haren ten berge, wanneer ik weer een nieuwe ontdekking doe van haar begrip van medisch werk. Zij ledigde b.v. iedere morgen de emmer, waarin de vuile verbanden enz. gegooid werden. Toen ik haar eens vroeg, hoe zij dat leeg maakte, zei ze heel vrolijk: „Met mijn handen natuurlijk."
Zo vond ik gisteren een vuil luciferdoosje op de vensterbank van de kliniek. Ik herkende het doosje van de vorige dag, daar een patiënt in dat doosje een stuk lintworm had gebracht. Ik had dat geval ook in de vuilnisemmer gegooid om met de rest verbrand te worden. Toen ik haar vroeg, hoe
dat lucifersdoosje daar kwam, hoorde ik tot mijn afgrijzen, dat ze het leeggemaakt had met de gedachte, dat ik het wel voor iets anders zou kunnen gebruiken.
Dit zijn zo de dagelijkse voorvalletjes, waardoor ik leren moet zeer geduldig te zijn.
Er was vanmorgen een vrouw met een groot gezwel in haar gezicht. Het bleek een abces in haar mond te zijn. De pijn was ondragelijk. Met de stille bede, dat mijn mes niet scherper zou blijken te zijn dan mijn ogen, liet ik het lancet in haar gezwollen tandvlees verdwijnen. Een golf vuilgele etter vulde plotseling haar mond. Toen alles over was, ving ik een dankbare blik van haar op.
Toen ik dacht dat ze weg zou gaan, vroeg zij of ik haar onderzoeken wilde, daar zij zwanger was. Door middel van mijn negerassisente Lucia vroeg ik hoeveel kinderen ze had gehad. Het waren er twee.
Lucia heeft met verbazend gemak geleerd om de hartslag van het foetus te beluisteren en te bepalen hoeveel maanden de zwangerschap is.
Nadat ik haar naar mijn beste weten onderzocht had, bleek dat de arme vrouw syphilis had.
Stel u voor, zeven maanden zwanger, een hevig en gevaarlijk abces in haar mond en in die toestand een afstand van veertig km lopen! Dat betekent, vóór zonsopgang van huis gaan en na zonsondergang eerst weer terug.
Niettegenstaande deze mensen veel ziekten hebben, zijn ze oersterk.
De hele morgen bleven er patiënten komen. Wanneer het even wat slapper was, verdween ik naar mijn kamer om tussen de bedrijven door de dingen klaar te maken voor de tocht van een week. Vooral het meenemen van voldoende instrumenten en medicijnen om enkele honderden patiënten te kunnen behandelen, baarde mij veel zorgen.
Om één uur hadden we een lichte lunch en konden we wat uitrusten van de drukke werkzaamheden, ieder op zijn eigen terrein.
Het was half drie toen ik eindelijk de auto geladen had en vertrokken kon naar Zenka. Ofschoon het een week lang niet had geregend, waren de karresporen in een treurige toestand. Gedeelten van de weg waren door de zware regens van de vorige weken weggespoeld. Bij een bizonder slecht gedeelte gleed de auto in een diep gat, zodat voor-en achteras op de grond rustten. Ik had een viertal lifters bij mij, zodat met vereende krachten en het gebruik van spade en krik, de wagen na drie kwartier hard werken weer vrij was. Het was half zes toen ik vermoeid en hongerig te Zenka aankwam. Ds. Mzamo ontmoette mij. Hij logeerde reeds een week in Zenka in mijn toekomstige huis, daar hij de scholen rondom Zenka geïnspekteerd had.
De volgende dag was het zondag. Veel tijd was er voor Van Woerden dus niet om zich vóór te bereiden voor de preek en het verdere werk op de komende dag. Volgende keer hopen we daar iets van te vernemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1959
Daniel | 8 Pagina's