Jaarvergadering Landelijk Verband van Meisjesverenigingen der Gereformeerde Gemeenten
Begunstigd door stralend zomerweer heeft het Landelijk Verband onzer meisjesverenigingen op 13 mei j.1. een zeer geslaagde jaarvergadering gehouden, ditmaal in het kerkgebouw der Gereformeerde Gemeente te Gouda en waarvoor zeer veel belangstelling was.
De leiding van deze vergadering berustte bij ds. A. Verhagen, die bij de aanvang Ps. 98 : 1 en 2 liet zingen, daarna de verzen 1 t/m 14 uit Handelingen 1 las en voorging in gebed.
In zijn openingswoord wijst de voorz. er op hoe in de natuur alles de lof des Heeren vermeldt.
En wij, zoals we bijeenzijn, leven in de tijd van de afwachting van het Pinksterfeest.
Als wij er op letten, wat Gods Woord ons zegt, dan zien we hoe ook cle discipelen wachtende bijeen waren. En aan hen heeft de Heere cle Heilige Geest geschonken.
Dat het de Heere behagen mocht met cle werking van Zijn Geest te komen in cle harten van ons opkomend geslacht; in ons aller persoonlijk leven. Dat ook bij ons, als verlegen mensen, de vraag naar voren mocht komen: „Wat moeten wij doen? "
Want, jonge mensen, wij gaan naar de eeuwigheid. Nu leven wij nog onder het aanbod van genade, onder cle liefelijkheid van het evangelie.
Dat onze ogen geopend waren over de diepte van eigen schuld en ellende, maar claar tegenover ook iets mogen zien van de rijkdom van des Geestes werking.
Zouden we elkaar dat niet gunnen? Daarin ligt alles opgesloten.
Wij hopen, clat de werkzaamheden van het Landelijk Verband mogen staan in het teken van cle vreze des Heeren. Dan is het een liefdedienst, die nooit verveelt.
Wij zullen kort zijn, want er is veel te doen op deze dag.
De sprekers heten we hartelijk welkom. Het bestuur wensen we Gods zegen toe in al hun werk.
Voor mijzelf is het niet gemakkelijk deze vergadering hier in Gouda te leiden, gelet op de toestand onzer gemeente, die straks clit kerkgebouw zal moeten overgeven.
Maar wat ons ontnomen wordt: Christus blijft, wandelend tussen de Zeven gouden kandelaren.
Van harte hoop ik, dat ons opkomend geslacht saamverbonden mag leven bij de Waarheid.
Met een hartelijk welkom aan allen, besluit ds. Verhagen zijn openingswoord.
Nadat telegrammen van H.M. de Koningin en H.K.H. Prinses Wilhelmina zijn voorgelezen, volgen notulen van de vorige landdag en het jaarverslag.
Jaarverslagen
Het jaarverslag is zeer gunstig. Er is veel samenbinding tussen de verenigingen waar te nemen. Het aantal aangesloten verenigingen is gestegen tot 40. Toegetreden zijn de verenigingen te Enkhuizen, Klaaswaal, Meliskerke, Oostvoorne, Scheveningen en Zoutelande. Daarmede is het totaal aantal leden van 526 op 635 gekomen.
Bij de nu aangesloten verenigingen zijn ook enkele vrouwenverenigingen.
Het merendeel der verenigingen (24) houdt zich bezig met naai-en breiwerk; 11 verenigingen zijn tevens studievereniging, terwijl enkele zich uitsluitend bezig houden met het behandelen van Bijbelse en maatschappelijke onderwerpen. Van 27 verenigingen is bekend dat ze totaal 1767 stuks goederen gemaakt hebben, die verdeeld zijn over 395 gezinnen. Sommige verenigingen verkopen de gemaakte goederen en geven de opbrengst voor kerk of kerkbouw, of schenken de goederen aan ons kindertehuis.
Ook ziekenbezoek, het bezoeken van ouden van dagen, het verrichten van diensten, zoals stop-en naaiwerk, hulp in gezinnen, waar dit soms zo hard nodig is, vormt voor verscheidene verenigingen een loffelijk deel van het verenigingswerk.
De jaarlijkse contactmiddag is ook dit jaar weer gehouden en betekent altijd veel voor het wederzijds begrip.
Met de wens, dat deze dag een gezegende dag mag zijn, besluit mevr. Hardon haar zeer overzichtelijk jaarverslag. De voorz. voegt nog enkele woorden aan dit verslag toe. Er zijn stormen geweest, maar het Landel. Verband is gebleven. Laten we des Heeren hand er in mogen zien. Hij schenke op deze arbeid geestelijke vruchten.
Het jaarverslag van de penningmeesteresse wijst een batig saldo aan van ƒ 87, 73, wat ƒ 20, — lager is dan verleden jaar. Bij de gehouden bestuursverkiezing zijn de aftredende bestuursleden, mej. Den Hertog en mej. Slinger, resp. presidente en penningmeesteresse van het L.V. herkozen.
Onderwerp ds. H. Rijksen
Het woord wordt nu gegeven aan ds. H. Rijksen. Deze begint te zeggen, dat inplaats van het onderwerp „Het duizendjarig rijk" door hem een ander onderwerp is genomen en dat hij nu spreken zal over „Demas".
In ons kerkelijk leven, aldus ds. Rijksen, onttrekt zich wel eens iemand als lid of dooplid, 't Gaat dan over hen, die de kerk de rug toekeren.
Dat is heel erg, en als het bekend wordt gemaakt, eigenlijk niet aan te horen en er droge ogen bij te houden.
En toch neemt men het veelal voor kennisgeving aan.
Maar Paulus heeft er onder geleden, toen Demas zich onttrok. Paulus klaagt in zijn 2e brief aan Timotheüs, hoofdst. 4 vers 10: „Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld lief gekregen en is naar Thessalonica gereisd."
Paulus zit dan in Rome gevangen en verzoekt bezoek van Timotheüs.
Wie was Demas?
Spreker tekent hem als afkomstig uit Thessalonica en uit het heidendom overgegaan tot het christelijk geloof.
In dat geloof is hij geheel opgegaan en werd zelfs een medehelper van Paulus. Zoveel verwachting had Paulus van hem, dat hij Demas in de brief aan Filemon zijn medearbeider noemt. Er is bij Paulus in het minst geen verdenking tegen Demas.
Zelfs toen Paulus in de gevangenis moest, is Demas bij hem gebleven, al was die gevangenschap niet zwaar en was er zelfs sprake van vrijheden.
Algemeen verwachtte men een spoedige vrijlating en toen dan ook Paulus' eerste gevangenschap was beëindigd, is Demas waarschijnlijk in Rome gebleven.
En bij de 2e gevangenneming onder Nero, die de kudde van Jezus vreselijk vervolgt, is Demas hem nóg trouw, met gevaar van zijn leven.
Toch was het schijn, dat gaat meer zo, denk aan Orpa; tenslotte keert zij terug. Het is bij Demas tijdgeloof, wel vreugde en spontaniteit, maar tenslotte kan hij het onder de druk niet uithouden — hij ziet gevaar en verlaat Rome. Demas is vertrokken naar Thessalonica. Hij is een deserteur.
Daarover schrijft Paulus aan Timotheüs en in zijn woorden klinkt de toon van diepe smart.
Vandaar de vraag van de diep geschokte Paulus: „Benaarstig U tot mij te komen."
Dat Demas Paulus verlaten had, was op zichzelf geen zonde, ook anderen hadden dat gedaan. Maar Demas!
De anderen verlieten hem om elders te gaan prediken, maar Demas viel terug in de tegenwoordige wereld, die hij liefhad. Wat Demas als reden ook zal hebben opgegeven: Paulus doorziet en doorvoelt hier „de tegenwoordige wereld lief gekregen."
Iets gezien te hebben van Christus en dan terug te vallen naar de tegenwoordige wereld.
Hier wordt niet bedoeld, dat hij zich is gaan begeven op het pad der zonde, in de zin als van de verloren zoon, maar wellicht als een eerzaam burger. Maar dan kan hij toch in de volle zin een wereldling zijn.
Is mijding der wereld de weg? Zoals bij de Dopersen of Rome?
Wat was de zonde van Demas? Hij had aan deze tegenwoordige wereld genoeg en vond er alles in, wat zijn hart begeerde.
Hoe is het met ons? Hebben wij aan deze tegenwoordige wereld genoeg.
Wij mogen niet generaliseren. Maar de liefde tot de tegenwoordige wereld betekent een uitermate verzoeking.
Wij hebben van alles en steeds minder wordt een beroep gedaan op onze verantwoordelijkheid.
De verleiding is groot, steeds meer in deze wereld op te gaan. Wereldgelijkvormigheid omvat veel meer dan werelds leven.
Paulus ziet uit naar de kroon der rechtvaardigheid; Demas naar het loon der wereld.
Christus bouwt Zijn kerk, ondanks en ook in het vertrek van Demas, zoals een tuinman snoeit en reinigt, opdat er meer vrucht zal zijn.
De Heere vond het nodig deze man met het masker voor, uit te zuiveren.
De anderen, die Paulus verlaten hebben zijn in Galatië en Dalmatië het Evangelie gaan brengen.
Zo waren er in het laatst van Paulus' leven dus nog lichtpunten.
Ernstig waarschuwt spreker aan de hand van „Hebt de wereld niet lief" voor de wereldgelijkvormigheicï.
Hoe nodig is het, Demas in eigen hart te leren kennen. Er mocht in ons leven een keus vallen en de Heere legge die keus in uw hart Hem volkomen en oprecht te dienen.
Na deze, met intense aandacht beluisterde lezing, verzoekt ds. Rijksen te zingen Ps. 143 : 10.
De voorz. dankt ds. Rijksen voor hetgeen hij deed horen en verzoekt eventuele vragen schriftelijk te stellen. De morgenvergadering is hiermede teneinde en wordt na het zingen van Ps. 89 vers 3 en 7 door ds. Rijksen met gebed gesloten.
Tijdens het zingen dezer verzen worden twee collecten gehouden, waarvan één bestemd is voor Gouda's Gemeente die in grote zorg verkeert. Deze collecte bracht ruim ƒ 375, — op.
Nadat de pauze is gehouden wordt de middagvergadering op gebruikelijke wijze geopend en krijgt ds. Rijksen gelegenheid de talrijke vragen te beantwoorden.
Dit geschiedt op zeer leerzame en bevredigende wijze. Het waren lang niet alle gemakkelijke vragen en ook voor deze beantwoording wordt spreker hartelijk dank gezegd.
Tweede referaat
In een volgende referaat:
„KERK EN WERELD"
tekent de heer Hoogendoorn de grote tegenstelling tussen beide.
Hij begint het begrip „kerk" toe te lichten en staat speciaal stil bij het „wezen" der kerk en haar „openbaringsvorm". Het woord wereld kennen wij in gun-
stige, maar meest in ongunstige zin. Van deze wereld, in ongunstige zin dus, is Satan de overste.
In dit opzicht botsen kerk en wereld altijd, gaat er van de wereld een vreselijke invloed uit op de kerk, terwijl de kerk, naar het schijnt, niet de minste invloed heeft op de wereld.
Maar Christus overwint in de kerk, Satan in de wereld. Ook in dit onderwerp komt de wereldgelijkvormigheid ter sprake.
Wereldgelijkvormigheid is een ontvangen en bezitten van alles, zonder er God in te erkennen. Wie alles ontvangt en
bezit, zonder erkentenis van Hem, van Wie alles komt en het dus alles aanvaardt en bezit, zoals de wereld, die is wereldgelijkvormig.
Men neemt dan gedrag, zede en levenstoon van de wereld over, menende clit met het geloof te kunnen verenigen.
Wereldzin en wereldgelijkvormigheid zijn wel onderscheiden, maar liggen vlak naast elkaar.
Gods kinderen hebben met de drang tot dit kwaad maar al te dikwijls te strijden. Ook op dit onderwerp worden nog enkele vragen gesteld en beantwoord.
Sluiting
Mej. L. Blom van Lisse brengt nog een gedicht ten gehore „Het bloed aan de deurpost", een gedicht van een veelzeggende inhoud en strekking, waarvoor zij hartelijk wordt bedankt.
Mej. W. den Hertog, presidente van het L.V. spreekt een slotwoord. Zij spreekt allereerst de meisjes van de kleine meisjesverenigingen toe en gewaagt van haar bewondering voor hun gedrag en aandacht en spreekt de wens uit dat zij straks ook leden mogen zijn van cle „grote" meisjesverenigingen, bovenal clat cle Heere in hun jeugdige harten wone en werke met Zijn Geest.
De presidente heeft het een gezellige dag gevonden en spreekt haar welgemeende dank uit voor de hartelijke ontvangst in Gouda.
We gaan weer van elkaar. Dat we veel met elkaar de Heere mogen nodig hebben. Ook in ons verenigingsleven.
Het is tegenwoordig leren hiervoor en leren daarvoor, maar laten we vooral onze vergaderingen goed bezoeken.
En bovenal: eerst zoeken het Koninkrijk Gods. Ik hoop dat de eeuwige dingen de grootste plaats in ons hart en leven mogen hebben.
Er is plaatselijk zoveel te doen, laten we daaraan toch denken en zeker onze oude en zieke mensen niet vergeten.
De Heere brenge ons veilig thuis en zegene ons in ons persoonlijk-en verenigingsleven. Er is bij de Heere een schat te krijgen voor tijd en eeuwigheid.
Na de sprekers te hebben bedankt en allen die hebben medegewerkt aan het welslagen van deze dag (o.a. de vrouwenvereniging te Gouda, kerkeraad en koster) dankt zij bijzonder ds. Verhagen voor zijn leiding en bidt hem in zijn zorgen en noden de troost van clie Geest, Die bij Zijn kerk blijft.
Enkele verzen van de Morgenzang worden nog gezongen en clan eindigt dhr. T. Molenaar met dankgebed.
Het Landelijk Verband mag terugzien op een aangename dag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1959
Daniel | 8 Pagina's