Ruimtevaart en de bijzondere genade
Ik zal ze allen tot Mij trekken. (Joh. 12-32)
Het heeft de Heere, die alles werkt ter verheerlijking van Zichzelf, behaagd de eer van Zijn Naam inzonderheid te bewerkstelligen door de verlossing der uitverkorenen uit de grootste ellenden.
Niet alleen uit de stammen Israëls zouden Gods gunstgenoten worden verzameld, clat was te gering, maar ook uit de heidenen en dat overeenkomstig Gods belofte aan de Knecht des Heeren gedaan (lees Jes. 49). Uit alle talen, natiën en volken zullen zij derhalve komen om te aanbidden Hem, die op de troon zit en het Lam.
Aan de vervulling van deze en dergelijke beloften, die voortvloeien uit Gods welbehagen en waardoor de Heere Zijn eer beoogt, is alles ondergeschikt en wel zodanig, dat zelfs alles moet medewerken ten goede voor hen die naar Gods voornemen zijn geroepen. Dat blijkt b.v. als we het oog slaan op de ontdekkingsreizen, ons allen uit de geschiedenis bekend. Er zijn tal van redenen op te noemen, waarom deze reizen vooral in de 15e eeuw en daarna plaats vonden.
Minder wordt er echter aan gedacht deze reizen in verband te brengen met Gods voornemen en met Zijn Voorzienigheid. En toch, zo kunnen we achteraf vaststellen, is dit verband er zeer duidelijk. Immers in de 16e eeuw vooral was het des Heeren tijd, dat door de werking van Gods Geest mannen werden verwekt, wier prediking bijzonder werd gezegend. Het is de tijd dat Gods Kerk op aarde een grote uitbreiding verkrijgt en wel zodanig, dat we nu kunnen zeggen, dat welhaast tot in de verste uithoeken der wereld het Evangelie bekend is.
De ontdekkingsreizigers — hiervan zelf wellicht niet bewust — blijken achteraf werktuigen te zijn geweest waardoor het mogelijk werd dat aan alle volkeren Gods boodschap kon worden verkondigd. Zo zien we hoe de ontdekkingsreizen door de Heere uiteindelijk zo zijn bestuurd, dat voor de bijzondere genade een weg werd bereid om tot de harten van Zijn gunstgenoten door te dringen. Het is niet onmogelijk, dat in de dagen van deze reizen velen het gevaar ziende waaraan mensen zich blootstelden, hun waarschuwende stem hebben verheven. Velen zijn er ook mee omgekomen, niettemin, de Heere heeft het gebruikt en wel ten goede van Zijn kerk.
Ook de ruimtevaart — aannemende, dat mensen de ruimte in zouden worden geschoten — zou een soort van ontdekkingsreis kunnen worden genoemd. Zij het, dat voorzover wij weten, in de ruimte geen atmosfeer voorkomt, nodig om de mens te doen leven, terwijl er anderzijds grote gevaren zijn, b.v. de gammastralen met voor ons dodende werking. In dat opzicht is er dus een principieel verschil met de historische ontdekkingsreizen. Doch behalve dat, zal de ruimtevaart nimmer die betekenis kunnen verkrijgen in betrekking tot de particuliere genade, zoals de ontdekkingsreizen, omdat buiten de aarde geen Adamskinderen voorkomen.
De ruimtevaart is dan ook geen middel, en kan dit ook niet zijn, dat dienstbaar is voor de uitbreiding van Gods Kerk. Voor de voortgang der bijzondere genade heeft de ruimtevaart derhalve geen betekenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1959
Daniel | 8 Pagina's