JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE MAATSTAF bij hei waarderen van 't verleden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE MAATSTAF bij hei waarderen van 't verleden

6 minuten leestijd

(4).

Maar nu doet zich 't verschijnsel voor dat er zeer vele maatstaven te vinden zijn en ook, helaas, vaak worden toegepast. Dit is ons vijfde punt: Naar welke maatstaf meten wij? Naar één, of ook naar meerdere? Men hoort zo vaak: „Men kan een man van dat formaat niet meten naar een burgerlijke maatstaf." Maar is dit juist? Ik wil er helemaal niet over twisten wat een burgerlijke maatstaf is. Alleen: de goede christen is de beste burger. En nemen wij die burgerlijke maatstaf nu als die waannee de werkelijke christen meet — cle werkelijke christen clan zoals hij op z'n best is, om Costerus' woorden te gebruiken — dan zijn we waar we wezen moeten. Want ieder mens is uit Gods hand voortgekomen, en van ieder mens vraagt God één ding: te leven tot zijn eer. Zodat er dus voor ieder mens niet meer dan deze éne maatstaf is: datgene wat de Heere van ons eist! Waar blijft men dan met dat niet meten naar die maatstaf? Geeft God aan ons het recht om anderen de vrijheid toe te staan het minder nauw te nemen? Heft zogenaamde menselijke grootheid onze plichten tegenover God

en. onze medemensen op? Ik meen van niet!

De Zonnekoning heeft geleefd als een der grootste zwijnen der geschiedenis. Als echtgenoot en minnaar is hij zeer bepaald iets weerzinwekkends. En moeten wij dit nu voorbijgaan omdat hij paleizen, enz. heeft nagelaten clie nog indruk maken? Gaf Gocl hem dan ontheffing van het zevende gebod? Wat die paleizen aangaat, trouwens, en cle weelde die hij heeft tentoongespreid, wij weten hoezeer dit ten koste van de onderdanen ging: Terwijl de Zonnekoning zich in weelde baadde, aten onderdanen .... gras! Hebt U voor zulk een koning nog bewondering? En toch spreekt menigeen van Lodewijk de Grote!: Een duidelijk geval van zich misleiden laten door de schijn. De Zonnekoning was — wij stellen het met nadruk vast — als koning en als mens verachtelijk!

Of wilt U nog een ander voorbeeld? Bepaalde kringen stellen Bilderdijk als iets voorbeeldigs voor: Een man van vast beginsel en een voorbeeld van 'n christen! Maar wie zijn leven kent, verzucht: „Was het maar waar!" Verdiep U in het triest verhaal van allebei zijn huwelijken. Volg hem in zijn houding tegenover de regeerders van zijn tijd. Bedenk clan verder dat hij heel zijn leven keihard heeft gelogen om zijn fouten goed te praten. Wat blijft er dan nog over van zo'n man? En toch praat men maar alles goed, want: Bilderdijk was een profeet en een genie en zulk een grootheid meet men anders dan met de gewone maatstaf, zegt men dan. Maar ik vraag U opnieuw: Wie geeft U daartoe 't recht? Had Lodewijk de Veertiende een vrijbrief om te leven zo hij wou? Stond Bilderdijk soms boven Gods geboden? U merkt wel, hier zijn wij op de verkeerde weg, Er is tenslotte voor ons mensen maar één maatstaf, maar één richtsnoer waarnaar wij de daden ook van anderen beschouwen moeten: Gods geboden, dat wat onze Schepper van zijn schepsel, maar clan ook van ieder onzer eist.

Wanneer U mij tot hier toe hebt gevolgd, zult U het — hoop ik — met mij eens zijn dat er maar één maatstaf ter waardering van 't verleden is. Maar 'k haast mij U er op te wijzen clat er op die ene regel toch ook weer een zekere beperking toe te passen valt. Niet clat clie regel niet voor iedereen zou gelden, nee, dat niet. Maar in clie zin dat men hem niet maar automatisch, zonder onderscheid, gebruiken kan. Zodra wij namelijk de regel zonder veel begrip hanteren, zijn wij er toch weer vaak, althans gedeeltelijk, nog naast. Want zouden wij nu alles zonder onderscheid naar onze ene maatstaf meten, dan zouden wij niets minder doen dan onze stem verheffen tegen God! Gocl meet niet met twee maten, en toch oordeelt Hij ook niet over alles even hard. En mogen wij dan wijzer willen zijn of harder dan de Heere zelf?

'k Herinner U, om wat ik wil beweren duidelijk te maken, aan enkele bekende plaatsen uit Gods Woord. Daar is dan allereerst: clat wie cle weg geweten heeft, en die toch niet bewandeld heeft, dat die met vele slagen zal geslagen worden. En verder: Wie meer gegeven is, van die zal meer worden geëist. Wat hieruit volgt voor onze kijk op het verleden is, dat wij met milde ogen moeten zien op wijze heidenen, aan wie God Zijn geboden slechts heel vaag bekend gemaakt heeft. Maar hieruit volgt niet minder, dat wij strenger moeten zijn wanneer het christenen betreft. Doch zelfs ook clan nog is er onderscheid. Volgt men cle wegen clie Gocl met Zijn kerk gehouden heeft, clan kan men — 't zijn bekende figuren — zeggen, dat God Augustinus diep in zijn geheimenissen ingeleid heeft. Maar groter licht heeft Hij nog willen geven aan de mannen van de Reformatie, en met name aan Calvijn.

Gaat het nu wel aan om Augustinus te gaan meten aan Calvijn? Natuurlijk niet. Calvijn was meer gegeven. Wat hem gegeven was, mag men dus niet van Augustinus eisen. We kunnen nog veel verder gaan. Aan menig heidens wijsgeer lang voor Augustinus gaf God veel aan menselijke wijsheid. Maar van de laatste achtergrond van 't menselijk bestaan, van Gods bedoeling in het scheppen van de mensen, daarvan was hem niets bekend gemaakt. Mag men nu zo'n gestalte — U mag nemen wie U wilt — gaan meten met de maatstaf waar men Augusook mee meet? Niet zonder meer. Wel mag, ja moet men zeggen dat het met clie grote, menselijke wijsheid van die heiden toch nog maar iets heel bedroevends was: Dat wat het leven pas zijn waarde geven kan — of, wat nauwkeuriger: Zijn waarde kan herbergen — daar was zijn oog blind voor. En toch moet men waarderen dat hij in de duisternis nog zo veel heeft gezien. Begint men echter over Augustinus, dan ligt de zaak terstond heel anders. Men zou welhaast niet weten hoe men vergelijken moest. Aan Augustinus was veel meer gegeven. En zo gaat U maar door.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1959

Daniel | 8 Pagina's

ONZE MAATSTAF bij hei waarderen van 't verleden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1959

Daniel | 8 Pagina's