JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE MAATSTAF bij hei waarderen van 't verleden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE MAATSTAF bij hei waarderen van 't verleden

5 minuten leestijd

(3).

Op een aspekt in dit verband moet ik U echter in 't bijzonder wijzen, en dat is tegelijk ons derde punt. 't Verleden is benaderbaar, zo stelden wij, en we gaan het benaderen als mee-levend, niet als mensen die dit alles toch niet aangaat, niet als onverschilligen. Maar nu: waarom zijn wij niet onverschillig?

Hier schuilt opnieuw gevaar. Een van de meest begaafde dichters uit de wereldletterkunde heeft gezegd: Doe maar een greep in 't volle mensenleven en waar U 't neemt, is 't intressant. U hoort het: deze uitspraak is niet twijfelachtig. En, laten wij dit dadelijk erkennen, er zit een kleine waarheid in. Het mensenleven is zeer zeker belangwekkend, iets waarin men zich met genoegen kan en mag verdiepen. Verdiep U in 't bestaan der stillen in den lande, of ook: verdiep U in het leven en de daden van de groten dezer aarde. Alleen: verdiep U er dan in. Daarmee bedoel ik: blijf niet bij het uiterlijke staan, beperk uw blik niet tot de grenzen van het aardse. Want dan is 't leven toch ook weer zo heel erg intressant niet meer. Het leven van de mensen als zodanig is niet belangwekkend. Dan kan men beter spreken van schrikbarend, als men zich bepaalt tot wat men „zuiver mens'lijk" noemt. Wij weten wat er in „de mens' te vinden is! En daarom stel ik naast de absolute uitspraak die ik straks citeerde, even absoluut een andere: Niet het menselijke als zodanig, nee, alleen wat God doet, dat is intressant! En nu kunt U wel zeggen: Heel 't verleden was toch immers 't werk van God en dus behoeven we daar niet bij stil te staan, maar dan vergeet U clat het van belang is of wij deze waarheid in gedachten houden, ja dan nee. Mag ik dit even illustreren?

Er zijn verschillende figuren in 't verleden die, alleen maar menselijk bezien, U zouden kunnen leiden tot bewondering. Ik wijs U op Napoleon, een man die door heel velen vroeger is verafgood en door sommigen nog haast verafgood wordt: Iemand van zulk een afkomst, die zoiets bereiken kon! Maar niet zodra gaat men zijn leven nader bestuderen, of men gevoelt al minder neiging tot bewondering: Er is zo menig ogenblik in dit gejaagde leven, clat alles eigenlijk verloren was, maar dat, heel menselijk gesproken: 't geluk, de tegenwoordigheid van geest van een verwant, het toeslaan van een vriend, hem redde. Bedenkt men dit, dan wordt Napoleon, de man die alles kon bedwingen, al dadelijk wat kleiner in ons oog. En gaat men er clan ook nog over denken hoe die mens, door God gebruikt, zichzelf maar schuld op schuld verzameld heeft, dan blijft er van wat zo bewonderenswaardig leek totaal niets over. Dan kan men enkel huiveren, verslagen huiveren, bij 't overdenken van dit leven, dat zo'n tragische mislukking was!

Ik wil nu nog een stapje verder gaan. 't Verleden, zeiden we, was te benaderen. We moesten het benaderen door mee te leven, en dit meebeleven moest niet zijn omdat het menselijke belangwekkend was, maar omdat cle geschiedenis Gods werk laat zien en dat is interessant. Dit standpunt geeft ons als vanzelf een antwoord op ons vierde punt van overweging: Hoe moeten wij nu denken over wat de mensen — onder Gods besturing — deden? Hoe moet ons oordeel zijn? Begrijpend en vergevend, maar de zeer bekende uitspraak dat wij, als wij alles maar begrijpen, wij ook alles wel vergeven zullen? Wacht U daarvoor wel! „Alles begrijpen is alles vergeven, " wat heeft het toch — verkeerd begrepen — al een kwaad gedaan! Natuurlijk, wie zichzelf kent, staat niet klaar met stenen voor een ander, of men die ander dan in eigen tijd of in 't verleden tegenkomt. Wanneer men de omstandigheden kennen leert, wanneer men gaat begrijpen hoe die andere gekomen is tot wat hij deed, wanneer men dan cok inziet dat men zelf had kunnen komen tot wat nu die ander deed, clan spreekt men geen vervloeking meer. Maar dat wil nog niet zeggen clat men alles dan maar goed gaat keuren. Wat slecht is, wordt niet goed, als wij begrijpen hoe men tot dat slechte kwam. Wanneer wij in het dagelijkse leven, in onze eigen tijd dus, dingen zien gebeuren die wij zondig moeten achten, dan keuren wij die dingen af en clat is goed. Wanneer wij het verleden weer beleven en we zien dan iets gebeuren dat niet goed is, dan keuren wij clat evenzeer en even onvoorwaard'lijk af, al ligt het feit in jaren nog zo ver van ons verwijderd, en clat is goed. Zedelijke schuld verjaart toch niet?

Ik neem een heel eenvoudig voorbeeld, dat U allen wel bekend zal zijn. Het was begrijpelijk, ja, menselijk wel zeer begrijpelijk, clat Willem van Oranje in het rampjaar 1672 de moordenaars van cle De Witten ongestraft liet. Maar goed te keuren is het niet: Dit was een moord, een wederrechtelijke daad, waarop naar onze overtuiging maar één antwoord was te geven: Wie iemands bloed vergiet, diens bloed zal ook vergoten worden! Dit moet toch onze maatstaf zijn!

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1959

Daniel | 8 Pagina's

ONZE MAATSTAF bij hei waarderen van 't verleden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1959

Daniel | 8 Pagina's