VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek: I ] T. Molenaar, Leede 18, Rotterdam-Z.
Mej. P. C. V. te M. vraagt of Jozef wel tegen zijn broeders mocht zeggen: „Gij zijt verspieders!'' Hij wist toch wel, wat ze kwamen doen? Was dit geen valse beschuldiging?
Antwoord: Het behoeft helemaal geen valse beschuldiging te zijn, want het vermoeden hier uitgesproken kon waar zijn, omdat er toen van de zijde van Arabië reeds aanvallen geschied waren en het in die dagen meermalen gebeurde, dat de zwakkere plaatsen werden onderzocht, om van daaruit het land te overweldigen. Jozef voegt erbij: „Gij zijt gekomen, om te bezichtigen waar het land bloot is, d.i. waar het land het gemakkelijkst kan binnen getrokken worden.
Matthew Henry merkt bij deze tekst het volgende op: „Hij toonde zich zeer streng en hard jegens hen; zijn wijze van spreken zelfs, in aanmerking genomen de plaats die hij bekleedde, was genoeg om hen te verschrikken, want hij sprak hard met hen, vers 7. Hij beschuldigde hen van boze bedoelingen tegen de regering, vers 9, behandelde hen als gevaarlijke lieden: Gij zijt verspieders, betuigende bij het leven van Farao, dat zij dit waren, vers 16. Maar waarom was Jozef zo hard tegen zijn broeders? Wij kunnen er ons verzekerd van houden, dat het niet uit wraakzucht was met de begeerte hen thans te vertreden, die tevoren hem vertreden hadden; hij was geen man van zulk een gemoedsaard. Maar het was No. 1 om de vervulling zijner dromen te doen uitkomen. No. 2 om hen tot bekering te brengen. No. 3 om een bericht uit hen te krijgen nopens de toestand van zijn familie, die hij zeer verlangend was te kennen. Zij zouden ontdekt hebben wie hij was, indien hij hen ondervraagd had als een vriend, en daarom ondervraagt hij hen als rechter. Zijn broeder Benjamin niet bij hen ziende, begon hij hen misschien te verdenken, dat zij ook hem uit de weg hadden geruimd, en daarom geeft hij hun de gelegenheid om hem van hun vader en broeder te spreken. In Zijn Voorzienigheid schijnt God soms hard te wezen voor hen, die Hij liefheeft en spreekt hard met hen, voor wie Hij toch grote genade heeft weggelegd."
Ik denk hierbij ook nog aan de geschiedenis van de Heere Jezus met de Kananese vrouw, een geschiedenis, die u kenten die ik niet nader behoef te verklaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1959
Daniel | 8 Pagina's