JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Luther en de Bijbelvertaling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther en de Bijbelvertaling

6 minuten leestijd

(2)

Begin december 1521 verliet Luther de Wartburg voor korte tijd en bracht in het geheim een bezoek aan Wittenberg om zijn vrienden raad te geven met het oog op de onrust, die daar was ontstaan. Zij spoorden hem aan om zijn plan tot bijbelvertaling te verwezenlijken. Het leek een bijna onbegonnen werk, maar hij sloeg de hand aan de ploeg. Graag zou hij bij Genesis begonnen zijn, maar daar zag hij op zijn eentje geen kans toe. Als hij goed bezig is, vraagt hij zijn collega's, of het maar niet beter zou zijn, dat hij voorgoed terugkomt, hij kan zich dan wel verborgen houden bij één hunner en dan kunnen ze samen met het Oude Testament beginnen. In januari 1522 schrijft hij aan Amsdorf: „Wat het Oude Testament betreft, daar zal ik me maar niet aan wagen zonder uw bijstand en hulp. Ja, als het mogelijk zou zijn, dat ik bij een van u een kamer tot mijn beschikking kreeg, zou ik direct komen en met uw hulp de hele Bijbel van het begin af vertalen, zoals hij vertaald moet worden in een Duits, dat het volk lezen kan."

Men achtte zijn terugkeer echter te gevaarlijk.

Dus zou hij met het Nieuwe Testament beginnen. Zijn vriend Lang was ook juist bezig met een vertaling van het evangelie van Mattheüs. Luther zag daarin geen enkel bezwaar, integendeel: hoe meer vertalingen, hoe liever.

Gezien de vele dialecten leek het hem goed, dat elke streek zijn speciale overzetting zou krijgen. Hij kon toen nog niet vermoeden, dat zijn eigen vertaling in haar licht andere pogingen zouden verbleken. Hij schreef Lang: „Ik zal hier wel tot Pasen verborgen blijven. In die tijd wil ik proberen het Nieuwe Testament te vertalen in de taal van ons volk. Onze vrienden vragen er om. Ik hoor, dat gij met hetzelfde werk bezig zijt. Ga er mee door. O, dat iedere stad haar eigen vertaler had en dat dit boek gevonden mocht worden in alle talen, handen, ogen, oren en harten.

Beginnen met het Nieuwe Testament leek hem ook daarom gemakkelijker, omdat hij hierbij op de arbeid van Erasmus kon bouwen. In 1519 had deze zijn tekstuitgave in tweede druk doen verschijnen. De eerste tijd heeft Luther het echter zonder deze vertaling en de daarbij horende aantekeningen gedaan. Hij had n.l. slechts een overdruk alleen van de Griekse tekst, die zijn vriend Gerbel had uitgegeven en hem ten geschenke had gezonden, toen hij in Worms vertoefde. „Je hebt me een goeie vrouw gestuurd, die mij al verschillende zonen heeft gebaard, " schreef Luther hem, doelende op de hulp, die deze Griekse teksteditie hem geschonken had.

Dat hij de vertaling van Erasmus gebruikt heeft, blijkt uit verschillende plaatsen, al blijft het onbegrijpelijk, dat hij soms aan de foutieve lezing van de Vulgaat vasthoudt, ofschoon Erasmus in zijn aantekeningen uitdrukkelijk op die fouten wees.

Dit schrijft men toe aan de grote haast, waarmee hij werkte en deze is begrijpelijk, wanneer we bedenken, dat hij het hele Nieuwe Testament in elf weken in het Duits overzette. En dat in cle donkere dagen, met schaarse verlichting, terwijl het zittende leven zijn gezondheid geen goed deed en de innerlijke rust niet altijd correspondeerde met de uiterlijke Dit is een bijna ongelofelijke prestatie. Zelden of nooit zal een boek, dat zo grote invloed oefende, zo snel geschreven zijn. We vinden hier één van de voorbeelden van die fabelachtige werkkracht van Luther, die soms op bezetenheid lijkt. Daarbij bedenke men echter ook, dat hij door jarenlange omgang met de stof, zijn persoonlijke studie en zijn voorbereiding voor colleges en preken, met de tekst door en door vertrouwd was geraakt. Toch viel het hem waarlijk niet mee. Maar hij zette door met verbeten ijver. Hij moest en zou zijn volk de bron openleggen, waardoor zijn eigen leven gered was.

De Griekse tekst en de vertaling van Erasmus, in diens uitgave naast elkaar gedrukt, lagen voor hem, zodat hij ze beide in één oogopslag kon vatten. De Vulgaat had hij natuurlijk bij de hand, hij kende haar trouwens van buiten. Van beide Latijnse vertalingen maakte hij dankbaar gebruik, door zijn typisch scholastieke opleiding beheerste hij het Grieks niet in die mate als de humanisten deden. Een woordenboek heeft hij stellig ook bij zich gehad.

Zelfstandig doet hij telkens zijn keuze, soms vertaalt hij ook geheel vrij, op grond van de Griekse tekst of andere overwegingen. Een enkele maal verbetert hij fouten in Erasmus' tekst. Het was een voortdurend tegen elkaar afwegen en met elkaar verbinden, wat hij deed, daarbij geleid door zijn vermogen, om in de Grieks-Latijnse tekstcombinatie het juiste te treffen, al grijpt hij er natuurlijk soms ook wel naast.

Veel tijd om verschillende problemen te analyseren had hij niet. Maar het staat vast, dat hij het Grieks als basis nam en met de krachten en de middelen, waarover hij beschikte, de zin van de grondtekst trachtte weer te geven, daarbij de Latijnse Nieuwe Testamenten, hoewel hij er ook aan dankte, als hulpmiddelen beschouwende. Helaas zijn de handschriften van de Nieuwtestamentische vertaling verloren gegaan. Maar die van het Oude Testament zijn voor een groot deel bewaard gebleven en daaruit ziet men zonneklaar, dat Luther daar van de Hebreeuwse tekst uitging. Het ligt voor de hand om te veronderstellen, dat hij dit bij het Nieuwe Testament met het Grieks ook gedaan heeft. Daarvoor zijn trouwens bewijzen genoeg. Freijtag zegt: „Luthers Bijbel is een vertaling van de originele tekst. Dat is helder als de dag, vooral in de ingewikkelde zinsbouw van de brieven. Luther onderzocht het origineel tot in de diepte."

Heeft Luther ook gebruik gemaakt van oude Duitse vertalingen?

De meningen hierover zijn verdeeld. Over het algemeen neigen de onderzoekers de laatste tijd naar de gedachte, dat hij daar geen gebruik van gemaakt heeft.

Wel staat het vast, dat hij beïnvloed is geworden door Duitse plenaire, pericopenboeken, waarin immers een groot deel van het Nieuwe Testament voorkwam in vertalingen, die onderling nauw met elkaar samenhangen en die min of meer gemeengoed waren van het kerkvolk, althans van theologen met belangstelling voor de Bijbel.

Wat Luthers afhankelijkheid van Duitse voorbeelden betreft, kan in ieder geval gezegd worden, dat hij een „levende overlevering van de kerkelijke gebruikstaal, " waarmee hij van jongsaf vertrouwd was, ingeweven heeft in zijn overzetting. En dat spreekt ook eigenlijk vanzelf. Aan het oorspronkelijke van zijn werk doet dit natuurlijk niets af. Juist vergelijking met zijn voorlopers maakt duidelijk, hoe geniaal zijn verduitsing van het Nieuwe Testament is. Hij heeft niet alleen het hart van de tekst voelen kloppen als geen ander, hij

heeft hem ook in een Duitse vorm weten over te brengen als geen vóór hem, aldus Dr. W. ƒ. Kooiman.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1958

Daniel | 8 Pagina's

Luther en de Bijbelvertaling

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1958

Daniel | 8 Pagina's