JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Allerhande

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerhande

5 minuten leestijd

RONDKIJK

Dit keer is het een bonte mengeling van allerlei zaken, waarover ik iets wil zeggen. Daar ga ik dan:

Van wijlen prof. Wisse is het woord, dat de televisie „een kijkkast van de duivel is." En deze week lazen we van een Evangelist op een te Utrecht gehouden jaarvergadering van de Nederl. Herv. Bond van Inwendige Zending dat deze zich aldus uitsprak: „Er moet groot feest in de hel geweest zijn, toen de televisie werd uitgevonden!" De televisie blijkt n.1. ook in de praktijk van het evangelisatie-werk een ontzaggelijke belemmering op te leveren.

„Niet dat wij van de deur gejaagd worden, " aldus de evangelist, we mogen zelfs binnenkomen en krijgen een stoel. Er zit nog meer visite in de kamer, want men gaat straks gezamenlijk naar de televisie kijken. Dat wil dus zeggen: het gesprek voor de evangelisatie krijgt geen kans. Er wordt wat tijd „verkeken" in ons land, óók in christelijke gezinnen! Om na te denken, tot zichzelf in te keren, een degelijk boek te lezen dat op ons inwerkt, daarvoor is geen tijd.

De beelden moeten ons imponeren, aan ons voorbijflitsen, om ons nog gejaagder te maken dan onze gejaagde tijd al is. Maar onze zielszaligheid schiet er bij in.

Daar is nog iets. Televisie-toestellen zijn duur en al is het salaris slechts zo, dat in het gezin ternauwernood de eindjes aan elkaar kunnen worden geknoopt, maar er moet toch zo'n ding in huis komen. Hebt ge wel eens opgelet, hoeveel televisie-masten in de stad boven de daken van de arbeidersbuurten uitsteken? Allemaal gekocht op „afbetaling", want van normale inkomens is de luxe niet te betalen. Geestelijke, morele en ook finantiële gevaren zitten er dus in.

Men kan het wel goed praten dat men toch eigen verantwoordelijkheid heeft in de keuze wat op het scherm komt, maar men heeft het apparaat in huis. En vader en moeder is lang niet overal de baas. De „grote kinderen" hebben ook wat te zeggen — zij draaien op het scherm wat zij willen. Wie vuur in z'n boezem neemt ge weet de rest.

Op die vergadering van Herv. Inwendige Zending werd ook geklaagd dat menigeen, die van het dorp naar de stad verhuizen, de godsdienst loslaten. Er zijn velen die blij zijn, dat ze onder de dorpsgemeenschap uit zijn, die vergde, dat de kerkdiensten trouw werden bezocht. In die stad staat de kerk niet meer in het midden, zoals in het dorp; het loopt daar niet in de gaten dat men thuis blijft of elders heengaat op Gods dag — geneugten zijn er genoeg.

Die klacht moge een aansporing zijn ook voor ons „om toe te zien op elkaar." Het is nodig, wanneer een gezin naar de stad verhuist en met attestatie naar de stedelijke kerkelijke gemeente overkomt, de kerkeraad deze mensen spoedig bezoekt. Ik meen, dat ze dit wel doen, maar ze moeten het weten! En ouders hebben de plicht kennis te geven aan de betreffende kerkeraad, wanneer hun kinderen in de stad een betrekking krijgen, waar ze eens te bezoeken en na te gaan of ze ter catechisatie komen. Als vreemde jongen en meisje in de grote stad, krijgen ze dan mogelijk een vriend of vriendin uit eigen kring en kunnen bij gemeenteleden over huis komen. Dat geeft althans direct een zekere band aan het oude en vertrouwde van thuis.

Men blijft dan op het bekend terrein.

Om op het juiste terrein te blijven, waar Gods voorzienigheid het beschikt, daarover laat de directeur van de kweekschool te Gouda, de heer P. Kuyt, in het oktobernummer van „De Driestar" t.o.v. de kwekelingen een waarschuwende stem horen. Speciaal spreekt hij die leerlingen aan, die met de militaire dienst te maken krijgen. Hij wijst er op, dat er trouw van hen gevraagd wordt, trouw aan de Koningin wiens wapenrok ze zullen dragen, maar óók trouw aan de hoogste Koning, wiens merken veldteken zij op het voorhoofd hebben. En er is — zo zegt hij terecht — zoveel ontrouw in de wereld. Ontrouw in dat gene waar men thuis in is opgevoed en in hetgeen waarin de leraren hen dag in dag uit onderwijzen. En dan waarschuwt hij bijzonder voor de twee-terreinen-leer.

Wat dat voor een leer is? We laten de heer Kuijt daarover zelf aan het woord. Hij zegt: „Ook onder onze jongeren zijn er misschien wel aanhangers van deze vreemde leer. Mag ik een voorbeeld geven?

Een jongen is heel erg vervelend, brutaal en ongehoorzaam. Een uur later vraagt men hem op dezelfde plaats een gebed te doen. Want hij is bestuurslid van één of andere groep van jongeren. Hij geeft aan de uitnodiging gehoor en gaat voor in gebed.

Wanneer wij hem er dan op wijzen, dat dit niet kan samengaan, wijst hij er op, dat het laatste op een ander terrein ligt dan het verkeren als leerling in een klas. Alsof de Heere ook nog rekening zal houden met de „terreinen" waarop wij ons believen te plaatsen of waarop we menen te moeten handelen geheel naar believen!

De psalmdichter zegt: Laat de ganse aarde de Heere vrezen, laat alle inwoners der wereld voor Hem schrikken (Ps. 33 : 8). Er kunnen geen terreinen of levensvlakken zijn, of dit woord geldt daar.

Dienstplicht vraagt de mens geheel en al; hij kan dit niet hier beleven en daar er van ontslagen zijn!"

Ik meen dat dit een waarschuwend woord is, dat wij ook ter harte moeten nemen.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1958

Daniel | 8 Pagina's

Allerhande

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1958

Daniel | 8 Pagina's