JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De hoela-hoepel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De hoela-hoepel

6 minuten leestijd

RONDKIJK

De hoela-hoepel heeft zijn intrede gedaan in ons land. Tot in de kleinste dorpjes ziet men kinderen, opgeschoten jongens en meisjes er mee ronddraaien. En niet alleen kinderen, maar ook volwassenen. Er blijkt uit, dat grote mensen ook nog wel iets van het kind hebben. Op zichzelf is dat niet zo erg — werden we maar als een kindeke — doch wanneer dit zich uit in enthousiast kinderspel, wordt het „kinderachtig." Jan Luiken, vermaard plaatsnijder en dichter in de 17e eeuw heeft in een van zijn werkjes spelende kinderen afgebeeld, knikkerend, bikkelend en hoepelend met telkens een toepasselijk vers er onder; bij het opgroeien laat hij zien, dat het kinderspel van lieverlede wordt losgelaten en er meer bezinning komt op de werkelijkheid van het leven. De apostel Paulus zegt ergens in de Corintherbrief in overdrachtelijke zin: „Toen ik een kind was sprak ik als een kind, overlegde ik als een kind; maar nu ik een man geworden ben, zo heb ik teniet gedaan hetgeen eens kinds was. Maar dat blijkt in onze tijd alzo niet te zijn. Er is niets tegen dat een kind met een hoepel speelt; als grote mensen dat doen wordt dat kinderachtig en een beetje zot. Men schaamt zich er niet voor om openbaar op straat de hoepels om de heupen te laten draaien. Maar er zit ook nog een andere kant aan de hoela-hoepel.

Prof. dr. J. Waterink beantwoord in het Centraal Weekblad, (uitgaande van de Ger. Kerken) de vraag: „Hoe is het te verklaren dat volwassen mensen het ineens zo pleizierig vinden om te spelen met een draaiende hoepel rond hun heupen? " De professor zoekt in zijn. antwoord naar de psychologische achtergronden van de uit Amerika overgewaaide „hula hoop" of de hoela-hoepel. Hij noemt deze plotseling opgekomen rage allereerst de aantrekkingskracht van het nieuwe, dat aangediend wordt als een middel om slank te blijven of te worden. Het is bovendien makkelijk te leren; met een beetje oefenen is men na vijf minuten de kunst machtig.

Prof. Waterink ziet er echter een tweede element in, wat toch wel een bedenkelijke kant heeft. In de draaibeweging der heup die regelmatig moet worden volgehouden, omdat anders de hoepel niet meer blijft draaien, ziet hij stellig een element dat op een of andere manier verbonden is met een sexuele prikkel, al zullen er zijn, die zich van dat feit niet volkomen bewust zijn. Daarin zit nu juist het geraffineerde bij deze en dergelijke spelletjes aldus Prof. Waterink, die overigens helemaal niet enthousiast is over deze hoelahoepel-rage. Er liggen stellig gevaren in dit „spel" zo zegt hij.

Uw rondkijker kan begrijpen dat kinderen uit „bewegingsdrang" gek met zo'n hoepel zijn. Maar dat „grote mensen" dit doen is wel zeer dwaas en tekent de geest van onze tijd. Misschien verdwijnt het spel weer, even vlug als het gekomen is. Op de gevaren die er in schuilen mag echter wel gewezen worden. Onze Catechismus, Zondag 41 geeft als antwoord op de 109e vraag: „Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren, daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten en wat de mens daartoe trekken kan. Onder het laatste is veel begrepen. Ook het gebruik van de hoela hoepel, als dit sexuele prikkels verwekt.

Damesweekbladen

Bladerend in diverse kerkbladen die uw rondkijker leest, trof hij in „Hervormd Nederland" een artikel aan over „Het vrouwenblad in het Christelijk gezin." Omdat daarin ernstige waarschuwingen worden gericht tegen het lezen van de bepaalde dames weekbladen, achten wij het de moeite waard er een stukje uit over te nemen. Hier volgt het:

„Dit zou tenslotte niet zo erg zijn, wanneer de uitgevers van deze tijdschriften zich in hun publicaties beperkten tot de uitgave van een vrouwenblad, dat wij als „vakblad" voor de huisvrouw zouden kunnen omschrijven. Een blad dus, met mode-, keuken-en andere praktische huishoudelijke rubrieken. Niets is echter minder waar. Teneinde hun greep op hun lezeressen te verstevigen worden er regelmatig artikelen gewijd aan gezins-en huwelijksproblemen en zelfs de kalverliefdes van 16 en 17jarigen worden zeer serieus ontrafeld. Dit gebeurt dan meestal aan de hand van brieven van abonnees, die hun vragen anoniem aan de redacties van deze tijdschriften voorleggen.

Deze eveneens meest anonieme redacties van de in zeer grote oplagen in ons land verspreide damesbladen, vormen echter geen garantie voor de aanvaardbaarheid van het geschrevene. Hierbij komt nog, dat de exploitanten van deze massabladen in de samenstelling van hun edities doelbewust zich richten tot de jeugd en dan dus speciaal tot de oudere meisjes uit de gezinnen.

Hoe vaak zal het niet gebeurd zijn, dat deze grotere kinderen zich buiten hun ouders om, richtten tot de redactrices van de zogenaamde correspondentierubrieken om antwoord te krijgen op vragen, die zij toch in de eerste plaats hun ouders moesten voorleggen . . .

Daarom willen wij dit korte stukje besluiten met de ouders te wijzen op hun verantwoordelijkheid, die zij ongetwijfeld dragen voor de lectuur, hun huis binnenkomt." die

Onze meisjes kunnen dit ter harte nemen, maar zéker ook de ouders, die het abonnementsgeld betalen! Bladen als „Margriet", „Libelle" e.d. zien we vaak liggen in de huiskamers ook van de leden onzer gemeenten. Vaak zijn het roomse uitgevers die deze weekbladen exploiteren. Men leest die bladen omdat er zulke mooie breipatronen in staan of modellen voor dameskleding om zelf te naaien — maar de rest — neem alleen maar de feuilletons met zeer erotische inslag haalt men ook het huis binnen. Dat is zielsverdervende lectuur, die uit onze huizen dient te worden geweerd.

Luther en de Paus in 1958

Luther is er deze keer met de verkiezing van de nieuwe Paus maar slecht afgekomen! Herdenking van de Hervormingsdag raakte er door op de achtergrond, zowel in de Chr. pers als voor de radio. Waarnemer, in de rubriek „Uit het Kijkvenster" in het Chr. Streekblad „Eilanden-nieuws", waarschuwt de protestanten op hun zaak te letten. Hij schrijft: „De chr. radio-vereniging kon Luther niet herdenken. Men heeft die uren geruild met de roomse radio omdat zij wijlen de Paus moesten herdenken! Nu zal de chr. radiovereen. er a.s. zondag iets over zeggen, (dat was dan vorige week zondag R.) Over de hervorming namelijk. Luther treft het dus na zijn dood nog slecht; de overleden paus is hem voor. O, gij christelijke radioheren, voelt gij het niet aan? Luther moet ditmaal zijn gemak maar eens houden. De geleende uren hoopt men in 1959 te gebruiken om Calvijn te gedenken. Die was 10 juli 1509 geboren. Als er dan maar weer niet iets in Rome gebeurt, je weet maar nooit." Zo is het maar net. Tot de volgende keer.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1958

Daniel | 8 Pagina's

De hoela-hoepel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1958

Daniel | 8 Pagina's