JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rnhrtek oan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid

J. H. te B. vraagt of de Heilige Doop, bediend door een vrouwelijke predikant, wettig is.

Antwoord: Dit is nu eigenlijk een vraag, die thuis hoort op een kerkelijke vergadering. Ik twijfel er niet aan of deze zaak zal te zijner tijd voor onze kerken behandeld moeten worden. In afwachting van het oordeel der kerk, wil ik er toch iets van schrijven.

Ds. Rijksen heeft in de „Saambinder" iets geschreven over „De vrouw in het ambt". Daar waren we het allen mee eens. Gods Woord veroordeelt het standpunt, dat een vrouw een ambt in de kerk bekleedt. Waar dit nu zo is, zou ik geneigd zijn te zeggen, dat de doop, bediend door een predikante, onwettig is. Er kan echter een bezwaar rijzen. Hoe zit het dan met Zippora, die haar zoon ook besneden heeft? Rome beroept zich op deze geschiedenis, om de nooddoop te verdedigen. Vader Brakel verdedigt zich tegen Rome en schrijft: 't Is tegen henzelf; want ze staan niet toe, dat de vrouwen mogen dopen, als er een priester tegenwoordig is, gelijk hier Mozes uit de stam van Levi. Ten tweede is het een particulier voorbeeld, en dat van een vrouw, die het door een dolle drift in toornigheid deed, dat niet na te volgen is (Dit is ook het oordeel van Calvijn). Ten derde was de Levitische bediening nog niet ingesteld."

Nu zou de vraag kunnen rijzen of God dan geen behagen had in die daad, omdat er duidelijk staat: „En Hij (te weten „God.'') liet van hem af. „Ik zou willen antwoorden, dat Gods toorn werd gestild, niet omdat Zippora het had gedaan, maar omdat het kind besneden was. Het is hier al net mee als met de Egyptische vrouwen, die door God gezegend worden, niet omdat ze logen, maar omdat ze de Hebreeën behulpzaam waren in het behoud van hun kinderen.

Dit zijn slechts enkele opmerkingen. We wachten nu met spanning op de uitspraak van de kerken. Zo nodig kom ik er later op terug.

J. V. „Onderzoekt de Schriften" te M. schrijft: „In Exodus 32 wordt de geschiedenis van het gouden kalf behandeld. Is het naar uw mening afgoderij of beeldendienst? Indien het zuiver afgoderij geweest is, kunt u dan een voorbeeld in Gods Woord noemen van beeldendienst?

Antwoord: „De zonde van het volk Israël aan de Horeb is zonde tegen het tweede gebod. Het eerste gebod verbiedt de afgodendienst, het tweede de valse dienst van God. Het eerste gebod zegt, Wie gediend moet worden, het tweede, hoe Hij gediend moet worden. De dienst van het gouden kalf bij Horeb door Israël was volgens hen een dienen van de Heere (en niet dus van de afgoden), want zij zeiden: „Morgen zal de Heere een feest zijn." Zo ook in Jerobeams dagen. Men meende dus God wel op eigen wijze te kunnen en mogen dienen. Doch de valse dienst is voor God even erg als de afgodendienst, blijkens het telkens herhaalde: Van de zonde van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël zondigen deed."

Wijlen Ds. Kersten schrijft in zijn catechismusverklaring het volgende:

„Voorts kunnen ook Zijn Eigenschappen nimmer in beeld uitgedrukt worden. Denk b.v. aan wat Israël deed, toen het Gods Almacht in het gouden kalf meende uit te drukken: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypte hebben opgevoerd. Dit afbeelden strijdt tegen het geestelijk bestaan Gods, omdat ten eerste de Eigenschappen Gods, God Zelf zijn. Ten tweede, wanneer wij de eigen-

schappen Gods gaan scheiden, gaan we het Goddelijk Wezen aantasten, Onze catechismus zegt het ons ten rechte, dat God kan noch mag afgebeeld worden op enigerlei wijze. De Heere heeft er de vloek over uitgesproken in Deut. 27 : 15: ervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des Heeren, een werk van 's werkmeesters handen zal maken. Toch heeft het volk van Israël zich daaraan bij herhaling schuldig gemaakt. Niet, dat het direct God en Zijn dienst wilde opzeggen, maar het wilde de Heere dienen voor middel van beelden. Ik sprak reeds over het gouden kalf, daar aan de Sinaï. En straks volgt bij de scheuring van Israël Jerobeam, die de kalverendienst instelde te Dan en te Bethel. Ook Micha, van wie in de Richteren gesproken wordt, liet voor tweehonderd zilverlingen een beeld maken, hetzelfde kwaad, dat hier verboden is en dat in Israël keer op keer uitbreekt. God kan noch mag op enigerlei wijze worden afgebeeld."

Verder merk ik op, dat beeldendienst zo makkelijk liedt tot identificatie (vereenzelving) van godheid en godenbeeld. Zo ging het ook Israël. De verering Gods in gedaante van beeld, leidde tot verering van het beeld zelf en dies tot schepselaanbidding, tot afgoderij. Daarom wordt de onwettige eredienst van Jerobeam door de profeten niet als een dienst Gods erkend en als afgoderij gebrandmerkt (Hosea 13 vers 2).

Daarom was het in gehoorzaamheid aan het tweede gebod, dat de Gereformeerde Reformatoren alle beelden en schilderijen en andere zinnelijke elementen, die dienen moesten om de schoonheid en plechtigheid van de Roomse eredienst

te verhogen, daaruit verwijderd hebben althans voor zover als zij voor godsdienstig gebruik waren bestemd. In gehoorzaamheid aan dit gebod was het ook, dat de diensten door hen zo eenvoudig werden ingericht, dat er geen gevaar was voor het wekken van zinnelijke aandoeningen, die geen godsdienstige waarde toegekend wordt. Zo werd ook door de oude Gereformeerden niet alleen het koorgezang afgeschaft, maar wilden ze zelfs niet, dat orgelspel het psalmgezang zou begeleiden.

In dit laatste gaan wij thans met hen niet mee, maar laat ons niet vergeten, dat ten behoeve van de eredienst de hulp van allerlei zinnelijks, zoals dat tegenwoordig in niet weinig kerken geschiedt, blijk is van diepe geestelijke armoede.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1958

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1958

Daniel | 8 Pagina's