JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De conclusie van hei ongeloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De conclusie van hei ongeloof

8 minuten leestijd

. . . mij is niet beter dan dat ik haastiglijk ontkome in het land der Filistijnen; (1 Samuël 27 : lb)

Wat is geloof? Geloof is het voor waarachtig houden van wat God beloofd heeft. Wat is ongeloof? Ongeloof is God tot e^n leugenaar maken en Zijn getuigenis voor onwaarachtig houden.

Wat is de vrucht van het geloof? Een heilige rust in de Heere, zelfs in de bangste tegenheden.

Wat is de vrucht van het ongeloof? Een onheilige onrust zich openbarende in het zoeken van een valse rustplaats voor ons vlees en het ontgaan van de beproevingen op grond van vleselijke c erleggingen.

Zolang David het geloof it beoefenen, zolang kan hij in de ge vervolgingen, waarin Saul zijn oi ; ang zoekt met een zoete rust in zijn uitroepen: ees mij genadig, o God es mij genadig, want mijn ziel b vt op U, en ik neem mijn toevlucht . de schaduk Uwer vleugelen, tob. 3 verdervingen zullen voorbij gegai zijn. Ik roep tot God, de Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleindigen zal. (Psalm 57 : 2, 3). Toen was zijn ziel verzekerd, dat God het aan hem voleindigen zou, alles, wat de Heere hem beloofd had.

Zijn ziel steunde op clat onwankelbare Woord Gods. Wat een heilzame rust verschaft dit gelovig betrouwen! Het schijnt cle wereld wonderlijk, zelfs acht men dit dwaas en zorgeloos, vermetel en hovaardig, maar het geloof, dat niet redeneert, verlaat zich op God, Zijn Woord en Zijn trouw, Zijn sterkte en waarheid. Dan wil David God laten werken en op Zijn tijd wachten. Dan behoeft hij er geen vinger naar uit te steken. Wanneer de zonen van Zeruja Saul doden willen, wanneer hij als het ware in hun hand is, dan weigert David om zijn handen uit te steken naar de gezalfde des Heeren. De Heere zal het voor mij voleinden, daarin rust zijn ziel.

Geen groter veiligheid kan ooit een ziel genieten, clan de veiligheid in cle Heere; geen zoetere rust kan ooit een ziel ervaren, dan die rust in de Heere en in Zijn deugden.

En wat een klare bewijzen schenkt de Heere van Zijn trouw. Hoe wonderlijk zijn Zijn verlossingen, ook uit de hand van Saul en uit die van al zijn vijanden. David zou wel nooit meer moeten twijfelen, maar altijd in cle Heere zich moeten verheugen. Gewis dat zou wel moeten, maar ach, clat bittere, God verdacht houdende ongeloof. Hoe bitter zijn in dit opzicht ook de ervaringen van Gods kinderen. Wat een macht kan dat ongeloof niet menigmaal ontketenen en wat droef zijn de vruchten er van, want het ongeloof doet ons altijd van de Heere afwijken tot schade van de ziel.

Het ongeloof ziet de trouwe Gods niet meer, noch ook zijn sterkte. Dat kunnen we lezen in 1 Sam. 27. Het ongeloof is in Davids hart en dan vergelijkt David niet cle sterkte Gods met die van Saul, maar dan vergelijkt hij zijn eigen krachten met die van Saul. Dan komt het ongeloof tot een conclusie: Aangezien ge toch zeker het van Saul en zijn machtig leger zult moeten verliezen, daar uw kleine kracht nooit die van Saul zal kunnen teniet doen is er geen beter ding voor U dan haastiglijk te ontkomen in het land der Filistijnen. Dit zei men in Davids hart. Tot deze conclusie komt de redenering van het ongeloof. En David

en zijn zeshonderd mannen gaan dan heen, ontwijken de strijd en gaan in rust wonen in het land der Filistijnen. Nu heeft David de Heere niet gevraagd. Neen, het ongeloof zoekt God niet, noch vraagt naar Zijn wil. Het ongeloof is wars van gevouwen handen en gebogen knieën en zingt nooit:

Heere, wijs mij toch Uwe Die Gij wilt, dat ik zal gaan. wegen,

Het ongeloof weet een weg buiten God om; het ongeloof verschaft een rust buiten God om, . Het ongeloof kan de sterkte Gods niet aangrijpen noch zelfs geloven.

Maar wat bitter zal in het einde die rust van het ongeloof zijn. Hoe smadelijk zal David dat ook ervaren, dat de weg, die hij nu gekozen heeft, hem geen rust zal kunnen verschaffen. God weet onze valse rustplaatsen wel te vinden en o, hoe zwaar zal het de ziel vallen als de Heere hem in zijn valse rustplaatsen verrassen gaat en die rustplaatsen zal gaan verdoen, want zo heeft de Heere met David gehandeld.

De rest van de geschiedenis betuigt dat ons. In welke moeilijke en gevaarlijke omstandigheden kunnen de buiten God door ons genomen beslissingen ons brengen. Eerst lezen we, dat David aan de zijde van de vijanden van het volk en de waarheid Gods komt te staan. Daar staan Davids mannen onder leiding van de man van wie eenmaal de dochteren van Israël gezongen hebben: David heeft zijn tienduizenden verslagen. O David, aan die kant hoort ge niet. Dat moeten zelfs de vijanden Gods erkennen. David ge staat aan de verkeerde zijde en daarom sturen ze David heen. En als David tot Ziklag terugkeert is Ziklag verwoest. Daar ligt zijn rustplaats. God heeft die uitgebrand. Daar staan zijn verbitterde mannen; ze nemen de stenen op om David daarmede te stenigen. Dat is de bittere vrucht van de conclusie, die hij in zijn ongeloof genomen heeft; hij meende niet beter te kunnen doen en ziet, niets bitterder had over hem kunnen komen. O, wat zal er in het hart van David omgegaan zijn in deze ogenblikken. Er staat niets over geschreven, maar we kunnen het wel weten. Was Ziklag geen spotten met hetgeen in zijn hart gezegd was: Mij is niet beter, dan dat ik haastiglijk ontkome in het land van de vijand.

Het brandende Ziklag was het einde van een lange weg, die David zonder de Heere gegaan was. We lezen niet dat David in die tijd het aangezicht van de Heere zocht, noch door middel van de efod de Heere vraagde. Het ongeloof en de beslissingen daarin genomen voeren ons steeds verder van God af. Als de Heere Zelf ons Ziklag niet gaat verbranden, zullen we daarin de valse rust, die ons rustzoekende en de strijd zo gauw moe zijnde vlees begeert, nimmer verlaten.

De Heere weet er raad op om David tot de Heere terug te brengen. Maar dat gebeurt altijd door een smartelijke weg. Het brandende Ziklag klaagt hem aan en roept hem toe, dat zijn conclusie een verkeerde was. Zijn hart heeft het al eerder geweten, maar de mens houdt het vol, totdat het niet meer kan; tot God de brand er in gestoken heeft en dan is het afgelopen. Dan lezen wij dat David bij Ziklag gaat ervaren de waarheid van het Schriftsvoord: En al hebt ge nu met vele boeleerders geboeleerd, keert nochtans weder tot Mij; keert weder, gij afkerige kinderen en Ik zal uw afkeringen genezen. Daar ervaart hij het tevens: onze ontrouw kan Zijn trouw niet teniet maken.

Dan sterkt David zich in de Heere zijn God. Dan is hij op de plaats, waar de Heere hem hebben wilde. En dan gaat de Heere Zijn trouw ook bewijzen op een wonderlijke wijze. Dan is het één na het ander bewijs van Zijn onkreukbare trouw en van Zijn goedertierenheid. Men vindt alles weder en de koningstroon, hem toegezegd, zal hij nu welhaast beklimmen.

Toch is het wonderlijk, dat vlak voor de volkomen vervulling van hetgeen God beloofd heeft, David dit doormaakt. Nu David op de troon gekomen is heeft hij niets meer te roemen in zichzelf. Want als God niet ingegrepen had, had David, zich stellende aan de zijde van Israëls vijanden, de troon van Israël voor altijd verspeeld. Nu zal hij op Israëls troon moeten en mogen zeggen: Uw trouw, Uw roem, Uw onverwinbre krachten.

Deze geschiedenis is leerzaam voor ons allen. Wanneer wij dan daarmede ook tot onszelf komen, moet het in het bijzonder zijn met deze vraag: De weg, die ik bewandel, is die door God voor mij gekozen of ga ik mijn eigen weg. Wanneer het onze eigen weg is, zal het slot ervan bitter zijn, maar als God er van weet, mijn lezer, kunnen wel zware beproevingen uw deel zijn, maar weet: Hij zal het voleindigen. Zijn trouw is groot, Zijn macht niet te begrenzen. Ook al zal er veel leed op die weg geleden worden en veel beproevingen daarop uw deel moeten zijn, weet, dat Hij de getrouwe vervuiler van Zijn Woord is, ook al schijnt het soms, dat het onmogelijk wordt. Dat scheen het voor David en zie naar het einde. Maar kies toch nimmer uw eigen weg, want deze zal bitter zijn in zijn uitkomst.

De conclusie van het ongeloof is immer ijdel, want ze vat niet in het oog Gods macht, trouw en waarheid, maar ziet alleen op de omstandigheden en op de macht van de vijand. Weet dan ook, dat Hij Die trouwe houdt en eeuwig leeft, zeker zal instaan voor Zijn Woord en dat uw ziel, geoefend in het allerheiligste geloof ook zegge: Hij zal van de hemel zenden en mij verlossen, te schande makende degene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1958

Daniel | 8 Pagina's

De conclusie van hei ongeloof

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1958

Daniel | 8 Pagina's