JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het ambtsgebed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het ambtsgebed

5 minuten leestijd

RONDKIJK

Het ambtsgebed in de gemeenteraden een aangelegenheid is die in ons land vele jaren her de aandacht heeft getrokken en dit nog steeds doet. Er is veel tegenkanting tegen een openbaar gebed vooral van die bestuurders, die met God en Zijn gebod geen rekening wensen te houden. Wie de eed niet wil afleggen, maar met een belofte volstaat, miskent God en wil Hem ook niet in het openbaar aanroepen. Maar anderzijds is het een verheugend verschijnsel dat het ambtsgebed in vele openbare colleges in ons land nog in ere is. Er blijkt uit, dat het als hoogst nodig wordt gezien bij de vervulling van de ambtelijke taak ter behartiging van de belangen van het algemeen, de hulp en de bijstand des Heeren in te roepen. Eigen onvolkomenheid en steil diepe afhankelijkheid aan God als het hoogste Wezen, die alles bestuurt en regeert, komt er in uit of behoort er althans in uit te komen.

Er is over het ambtsgebed in Nederland een studie verschenen van Mr. K. Groen, ouddirecteur van de Doctor Abraham Kuyper Stichting, uitgegeven bij de Uitgeverij van Keulen N.V. te Den Haag, waarin een schat van zeer bijzondere gegevens over het ambtsgebed in voorkomen. De oud-griffier van de Eerste Kamer, Prof. mr. A. L. de Block laat aan deze studie een „Ten geleide" vooraf gaan, waarin hij de betekenis en de hoge waarde van het ambtsgebed omschrijft. Hij zegt daarin o.i. zeer terecht: „Zo houdt het uitspreken van het ambtsgebed in de vergadering van een vertegenwoordigend college in, dat men zich bij de beraadslaging wenst te doen leiden door de geboden Gods en bij het licht daarvan zijn besluiten wenst te nemen."

Er wordt wel eens aangevoerd ook door Christelijke mensen, ik geef voor die ambtsgebeden niet veel, het is een vorm en een sleur maar daarom moeten ze niet worden nagelaten. Wij bidden ook vaak voor het eten, bij het naar bed gaan of opstaan, dat ons hart er niet bij is — wat wel niet is te prijzen — maar wat niettemin een eis is om het te blijven doen. Bij het bestuderen van het boek van mr. Groen valt te bespeuren, dat er t.o.v. de ambtsgebeden in de Hoge Colleges van Staat een teruggang merkbaar is. De zittingen van de Staten-Generaal werden in vorige eeuwen steeds met gebed aangevangen. En het was een gebed vol eerbied, een vragen om verlichting van het verstand bij het nemen van besluiten, die strekkende zouden mogen zijn tot eer en verheerlijking van 's Heeren Naam. Als we dat lezen komen we tot de overtuiging dat we wel een eind zijn afgezakt.

In de Franse tijd blijkt het ambtsgebed door de Godsontkenning, door het ni Dieu ni Maïtre algemeen te zijn afgeschaft en heeft daarna veel strijd gekost om het weer in te voeren. Een strijd, die we uit diverse gemeenteraden in ons land wel zullen kennen. De Hoge colleges voeren het ambtsgebed niet meer, maar in vele gemeenten is het gelukkig bestendigd gebleven. Van linkse zijde tornt men daar vaak tegen op — men komt dan met de Bijbeltekst uit Matth. 6 : 6. „Maar gij dan, als gij bidt, ga in uw binnenkamer." M.a.w.: odsdienst is een privaatzaak. Als ge behoefte hebt bidt dan eerst thuis, óf doe het voor uzelf in de raad, maar doe het niet in het openbaar. En — betrek ons er alsjeblieft niet in, want wij geloven niet aan God!

Om aan dezen tegemoet te komen, is in sommige gemeenten in het reglement van orde het „stil gebed" voorgeschreven. De voorzitter vraagt dan voor de aanvang van de zitting en daarna een ogenblik stilte, waarin dan ieder die wil voor zichzelf een gebed kan uitspreken. Dit „stil bidden" is echter geen ambtelijk gebed, omdat men dan niet als raad of als college zijn afhankelijkheid van God uitspreekt.

Een tegenstander van het ambtsgebed in de gemeente Heemstede, die het de leden thuis wilde laten doen, beweerde: , , 't is toch hetzelfde, of men het thuis doet of hier!" Het antwoord van een ander lid was hierop: „wij zitten hier als raad, als overheidsorgaan, als college dat God moet erkennen en Hem verantwoording schuldig is. Thuis kan men God niet als raad erkennen."

Het ambtsgebed is niet altijd ingevoerd op voorstel van de raadsleden, maar ook wel op verzoek van kerkeraadsleden. Te Doorn b.v. werd het ingevoerd op verzoek van de kerkeraden der Hervormde en Gereformeerde Kerk ter plaatse. Over de formulering van de ambtsgebeden zijn vaak meningsverschillen gerezen.

Slechts een heel enkele gemeente in ons land heeft in het reglement van orde het recht tot het doen van een „vrij" gebed, maar in de meeste gevallen leest men dan toch een formulier.

Op enkele interessante zaken, die wij in dit boek — dat overigens een studie-en geen leesboek is — vonden, willen wij een volgende keer terugkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1958

Daniel | 8 Pagina's

Het ambtsgebed

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1958

Daniel | 8 Pagina's