De vier beschrijvingen van het éne evangelie
(JOHANNES)
We hebben in het voorafgaande gezien, dat Johannes met zijn Evangelie-beschrijving de gemeente tegenover allerlei dwaalgeesten wil versterken in het gelooi, dat Je^us de Zoon van God is. Maar deze dwaalgeesten die in de gemeenten van Klein-Azië, aan wie Johannes schrijft, waren ingeslopen, leerden ook, dat er een dualisme, een sterke tegenstelling bestond tussen natuur en genade, tussen het aardse en het geestelijke.
Dit dualisme werd in de dagen van Johannes geleerd door de gnostiek en later ook overgenomen door de Roomse kerk. Immers ook in de Roomse kerk vindt men heel sterk dit dualisme van natuur en genade. Het natuurlijk leven en het genadeleven zijn dan twee aparte vlakken, waarvan het laatste hoger ligt dan het eerste.
Daarom is er bij Rome geen hoger ideaal dan zich aan het natuurlijk leven te onttrekken en zich in een klooster alleen aan het genadeleven te wijden.
Ook in doperse kringen vindt men dit dualisme terug. Men heeft dan in het leven een apart vakje voor de genade en het natuurlijk leven staat daarbuiten, dat is iets van lager orde. Als men dit dualisme in de kringen der reformatie, dus in doperse kringen aantreft, ziet men dan ook meestal dat het leven in antinomiaanse richting verloopt. De reformatie heeft er echter altijd nadruk op gelegd, dat natuur en genade niet gescheiden zijn, maar dat de genade de natuur moet heiligen en wijden. Het licht der genade moet schijnen op heel het terrein van het natuurlijk leven, opdat ook de natuur, het tijdelijk leven weer in de dienst des Heeren zal staan. Tegen dit dualisme gaat ook Johannes in, in zijn Evangelie. Bij Johannes immers deed de Heere Jezus Zijn eerste wonder op een bruiloft (natuur).
Ook wijst Johannes er steeds weer op, hoe het aardse en natuurlijke beeld is van het geestelijke en hemelse. Vele voorbeelden zijn hiervoor te noemen. Als de Heere Jezus in hoofdstuk 4 met de Samaritaanse vrouw spreekt over water, laat de Heere Jezus zien, dat het water, dat toch behoort tot cle natuur, tot de sfeer van het gewone aardse leven, tegelijk afbeelding is van het levende water.
Als het in hoofdstuk 6 gaat over cle vermenigvuldiging der broden, zegt cle Heere Jezus, dat gewoon brood ook een diepere betekenis heeft, clat het symbool is van het brood uit cle hemel. Als in hoofdstuk 9 cle blindgeborene het gezicht krijgt, zegt Christus, clat blindheid een beeld is van geestelijke blindheid en clat Hij het licht der wereld is.
We bemerken bij Johannes steeds weer, hoe cle Ilcere Jezus cle gewone, aardse dingen telkens over brengt op geestelijke en hemelse dingen.
vi Daarin ligt dus een duidelijke bestrijding van het dualisme der gnostieken.
Een laatste eigenschap van het Evangelie naar Johannes is. dat hij zo met nadruk wijst op het universele, het wereld omvattende van het heilswerk van Christus. Het is immers opmerkelijk, hoe dikwijls Johannes het woord „wereld" gebruikt. Soms wordt daarmee ook wel bedoeld de Gode-vijandige wereld, die in het boze ligt (b.v. Joh. 17 in het hogepriesterlijk gebed), maar het gaat ook telkens over cle wereld in verband met het verlossingswerk van Christus.
Lees slechts Joh. 1 : 9; 1 : 29; 4 : 42; 6 : 33; 6 : 51; 8 : 12; 9 : 5; 12 : 46; 10 : 16; 11 : 51; 12 : 20-32; 17 : 20; 18 : 37. Als Johannes zo steeds weer op het Universele, het wereld omvattende van het verlossingswerk van Christus wijst, zal dit ook ten doel hebben om de heidenchristelijke gemeente te dringen tot het drijven van zending, opdat het Welbehagen Gods volvoerd worde onder alle volkeren der wereld.
Men kan het Evangelie naar Johannes als volgt indelen:
Hoofdstuk 1—12: Jezus' getuigenis in het
openbaar, waartegen het verzet van het Jodendom opkomt.
Hoofdstuk 13—21: Jezus' getuigenis in de kring der Zijnen.
Zo hebben we dus in deze reeks artikelen een overzicht gegeven over de vier beschrijvingen van het éne Evangelie. Mattheus schreef voor de Joden in Palestina om hen te overtuigen, dat Jezus van Nazareth de Christus der Schriften was, Die in het Oude Testament was beloofd.
Marcus schreef voor de Romeinen om deze te doen buigen voor Koning Jezus. Lucas voor de Grieken, terwijl Johannes Klein-Azië op het oog heeft.
De oude christelijke kerk was gevestigd in de landen rondom de Middellandse Zee, in Palestina, in Klein-Azië, in Griekenland en in Rome en dan valt het ons op dat voor elk van deze gebieden een beschrijving van het Evangelie is gegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1958
Daniel | 8 Pagina's