JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Hier beneden is het niet"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Hier beneden is het niet"

4 minuten leestijd

Als een lichtende zilveren band omspant de Melkweg de hemel. In heldere maanloze nachten is de Melkweg in ieder jaargetijde te zien, maar wel moeilijk in de heldere nachten van mei, juni en juli. De geleerden in de Oudheid konden de Melkweg niet verklaren, en toch waren die op het gebied van de sterrenkunde ver gevorderd. Nadat de sterrenkijker was uitgevonden kwam er opheldering en zag men, dat de Melkweg uit een ontelbaar aantal sterren bestaat. Die sterren staan zo ver van de aarde, dat zij te zwak zijn om afzonderlijk als sterren gezien te kunnen worden.

Dit is een erg eenvoudige uitleg over de Melkweg. Zo legt Boutens het niet uit. Vorige maal hebben wij die dichter gevolgd op zijn weg uit de stad naar het open veld. Nu gaan we verder naar hem luisteren. De Melkweg ziet hij als binnen zeeën, waarin het bodemzand als een lichtend kluwen doorschemert. De zon heeft overdag de hemelruimte doorploegd en na dat ploegen komt de bloei als een gouden brand opschieten:

Rond spiegeleffen wrong van melkwegs binnenzeeën Wier scheemrend bodemzand in hellen baaiert smelt, Uit al de voren van de zongeploegde steeën Dringt gouden brand van bloei in daverstil geweld . . .

Vier beelden gebruikt de dichter om die „gouden brand" uit te beelden: tuinen, die zonder grond overgaan naar een doolhof van gangen; een orkaan, die komt aanstormen, maar verder niet kan; een hagelslag van vuur, maar die wordt opgevangen, een ondergang van vlammen, die in evenwicht schijnen gekomen te zijn:

Tuinen vergrondeloosd naar labyrinthen gangen — Een aangelaaide orkaan in harmonie gezwicht — Een vuren hagelslag in 't storten ondervangen — Een vlammen ondergang in talmend evenwicht —

Nu gaat de dichter de aarde aanspreken en vraagt, waarom zij ons als een kind heeft voldragen, om niet meer te kunnen rusten in cle donkere schoot. De aarde is donker en de dichter staat in het licht; is opgeheven in hogere sferen; denkt om de aarde niet meer, nu alles boven lokt en het is alsof we van cle aarde afscheid hebben genomen:

O blinde moeder, Aard, wat hebt gij ons voldragen Tot cle gevoeligheid van dezen zienden nood Die niet berusten kan binnen uw blauwe dagen, Die niet meer droomen wil in uwen donkren schoot?

Een nieuw beeld volgt: De dichter ziet de mensen als bleke kinderen achter de ramen zitten; ze mogen niet naar buiten en ze moeten binnen spelen. De aarde houdt ze gevangen; ze kunnen niet weg en het maakt ze wanhopig, want om de aarde, als een grote zee, spoelt cle eindeloosheid, die we met onze ogen trachten te peilen. De dichter wil wel trouw zijn aan de aarde, en desnoods blij, al is hij gebonden en kan hij niet komen tot dat grote geluk, maar hij zal toch het geluk van cle aarde beschreien, wanneer hij het vermoed geluk (het geluk in hogere sferen te zijn, ver weg van het aardse gewemel) bij benadering beschouwt:

Als bleeke kindren achter gesloten ramen Houdt ge ons een kleinen tijd met levens speelgoed zoet, En raadt de wanhoop niet, waarmede onze oogen vamen De lokkende eindloosheid die om uw woning vloedt —:

O moeder van ons hart, dat wil wel zijn uw eigen En trouw en blijgerust in zijn gebondenheid, Maar altoos weer vervalt tot dit eenzelvig zwijgen Dat om vermoed geluk 't geluk van nu beschreit.

Zwijgend ziet de dichter het schone schouwspel van cle sterrenhemel. Hij denkt aan de aarde niet meer. Hij zou wel blijvend willen zijn in deze gemoedsgesteldheid, maar clat gaat niet: hij is op de aarde en toch gevoelt hij iets van cle eeuwigheid (eindloosheid). De schepping, zo schoon, dat men ervan huivert, voert hem niet op tot cle Schepper, zodat hij niet komt tot cle belijdenis: Ik geloof in God, de almachtige, Schepper van hemel en aarde. De schepping spreekt de dichter aan, maar hij kan niet verder komen clan de sterren sprakeloos te aanschouwen. Wanneer hij verder was mogen komen, wat had clan zijn lied geklonken! „Heft uw ogen op omhoog, en ziet wie deze dingen geschapen heeft: die in getal hun heir voortbrengt, clie ze alle bij name roept, vanwege de grootheid zijner krachten en omdat Hij sterk van vermogen is: daar wordt er niet één gemist."

De dichter werd gewaar, dat hij het beste op aarde niet vond, maar iets beters, dat boven is, wercl ook niet geovnden. Dat mocht Van Lodenstein ondervinden, toen hij zong:

Hoog omhoog! mijn ziel, naar boven! Hier beneden is het niet. 't Rechte leven, lieven, loven, Is maar daar men Jezus ziet. Ach, clat aller mensen tongen, Aller englen wakkerheid Samenspanden, samenzongen Jezu lof en heerlijkheid. Waak óp, hart, mond en hand; Waak op, mijn cither, want Jezus is te loven, loven, loven; Waak all' op! Hier is stof. Zingt zonder einde Jezu lof.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1958

Daniel | 8 Pagina's

„Hier beneden is het niet"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1958

Daniel | 8 Pagina's