JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

r \ I Correapondentie noor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leed• 18. Rotterdam-ZutJ

V > L. M. te N. B. schreef een lange brief, Het voornaamste zal ik weergeven.

Het voornaamste zal ik weergeven. Het gaat over een gedeelte uit 2 Kon. 3, waar gesproken wordt over de speelman, die bij Elisa moest komen. Volgens de „Statenvertalers" zou hij dat gedaan hebben, eensdeels om zijn hart te stillen over de ongezindheid, die hij had tegenover koning Joram, anderdeels om door lofzangen en gebeden, die men speelde, zijn hart tot God op te heffen en alzo zich te bereiden, om hetgeen hem God openbaren zou in een welbereid hart te ontvangen.

In verband met bovenstaande kwam het gesprek op die vereniging op de met veel muziek en zang gepaard gaande liturgische diensten van onze dagen, alsook op de „bekeringsmuziek" van het Leger des Heils.

Bij beide zou het toch cle bedoeling zijn een zekere sfeer of stemming op te wekken waardoor de mens dan meer vatbaar zou zijn voor het evangelie.

Antwoord: Ja, wat moet ik daar nu op antwoorden? Een zekere „sfeer" of „stemming" op te wekken, waardoor de mens clan wat meer vatbaar zou zijn voor het evangelie, wil er bij mij niet in. Dat klinkt mij wat Remonstrants. „Vatbaar" is een mens van nature nooit. We liggen dood in zonde en misdaden; dat leert ons Gods Woord. Er is altijd nodig de krachtdadige werking des Heiligen Geestes, om een mens van dood levend te maken. We geloven toch niet, dat als een mens in een prettige stemming verkeert dat hij clan wel een geschikt voorwerp zou zijn voor de Heere? We moeten met die „sfeer" en „stemming" toch wel een beetje oppassen. Ik wil dit met een voorbeeld duidelijk maken. Een kantoorbediende komt na een dag van zorgen en teleurstellingen 's avonds in minder prettige stemming thuis. Zajn vrouw, die de rimpels I op zijn voorhoofd ziet, ontvangt hem al-| lerhartelijkst, schuift z'n makkelijke stoel bij, biedt hem een heerlijke kop koffie en ja.... de baas komt in een betere stemming. Hij vergeet weer zijn zorgen en voelt zich weer thuis in de huiselijke sfeer.

Wat nu die kop koffie doet en die makkelijke stoel en de liefdevolle ontvangst van moeder-de-vrouw, dat doet nu bij sommige mensen de muziek. Het is niet te loochenen welk een invloed er uitgaat op sommige muzikaal aangelegde zielen, als zij een mooie en gewijde muziek horen. Ik ken mensen, voor wie ik groot crediet heb wat hun geestelijk leven aangaat, die in moedeloze buien voor het orgel gaan zitten en de toetsen aanslaan en na wat mooie muziek gemaakt te hebben, helemaal „opgeknapt" zijn. Wat „koffie" bij de een, een „mooi boek" bij de ander uitwerkt, doet de „muziek" bij een derde.

Betekent dit nu, dat we dan wat meer vatbaar zijn voor de „Evangelieboodschap? " U voelt zelf, dat we deze kant niet opmoeten.

Maar nu de liturgische diensten. Wat daar nu van te zeggen?

Onze Geref. vaderen hebben er steeds de nadruk opgelegd, dat het karakter van de openbare samenkomst der Gemeente is: ontmoeting van God met Zijn volk. Onder het Oude Testament naderde God tot Zijn volk ook in manifestatie, thans alleen door de dienst der ambten en de verborgen inwerking van de Heilige Geest. Het zijn de dragers van het ambt, die de Gemeente bijeenroepen naar 's Heeren bevel; het is de Gemeente, die in gehoorzaamheid hieraan komt om voor Gods Aangezicht te verschijnen. Alleen in de wettige, door het ambt saamgeroepene vergadering der Gemeente kunnen Woord en Sacrament bediend en de zegen gebracht worden. In zo'n dienst moet nu tweeërlei onderscheiden worden. Eén van de zijde Gods, en één van de zijde der Gemeente. De handeling van cle zijde Gods bestaat in het brengen van Zijn Woord, van het Sacrament en van de zegen. Die van de zijde der Gemeente bestaat in het toebrengen van ootmoedige belijdenis en dank en in het opzenden van het gebed In de samenkomst der Gemeente is het dezelfde persoon, die in de Naam des Heeren spreekt, en die de tolk is van de Gemeente in haar spreken tot God. Al-

leen in het lied komt de Gemeente zelf aan het woord.

Onder het lied verstaan we dus de Psalmen, zoals die in de Geref. Gemeenten gezongen worden. Die psalmen worden begeleid door het orgel. De organist wake er voor, dat de voor-en naspelen niet te lang zijn en dat zij verband houden met de inhoud van het lied. De Gemeente volge de organist, die de zware verantwoordelijkheid heeft niet te gauw en niet te langzaam te spelen. Met hem heb ik wel eens medelijden omdat hij het de Gemeente niet gauw naar de zin kan maken. En verder gevoel ik voor de liturgische diensten, zoals die tegenwoordig gehouden worden, niets. Men blijve bij het oude. Laat de jonge mensen toch niet naar verandering staan. Ik besluit de beantwoording van deze vraag met de opmerking van Professor Biesterveld, die in zijn Geref. Kerkboek geschreven heeft: „Wel in goede orde, niet in grote vermeerdering van liturgische handelingen zoeke men zijn kracht. Men bedenke, dat ook de rijkste ritus spoedig gewoonte wordt, en clat naar ons beginsel altijd de onderwijzing door het Woord hoofdzaak blijft."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1958

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1958

Daniel | 8 Pagina's