Kerken in de N.O. polder
RONDKIJK
Op een vakantietrip, die uw rondkijker heeft gemaakt, is hij weer eens in de Noordoostpolder geweest. Het is er wel een verschil met een tiental jaren terug toen de grond pas aan de zee was ontrukt. Toen was het er een wildernis van slijk en plassen, met als enig groen het overal opschietende riet. En nu, inplaats van een eindeloze woestenij, onafzienbare akkers, waar het koren, het vlas en de suikerbieten welig tieren; lange rechtlijnige geasfalteerde wegen afgezoomd met ranke populieren; mooie boerderijen met helderrode pannendaken, middenin de opkomende stad Emmeloord en een tiental dorpen op ieder van wie de bewoners van de omliggende boerderijen zijn aangewezen. In dit nieuwe land wijst uiterlijk alles op tekenen van welvaart, al zullen de pioniers die er wonen zeer zeker hun moeilijkheden hebben. Althans, naar een van onze vrienden ons vertelde, moet er hard gewerkt worden om de boerderijen rendabel te maken.
Nu zal de mens bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door de mond Gods uitgaat. Niet alleen voor het maatschappelijke maar ook voor het geestelijke leven moeten voorzieningen getroffen, Waarom er alras kerken van onderscheiding richting en ook Christelijke scholen zijn verrezen. Onze Gereformeerde Gemeenten zijn niet achter gebleven; in mei 1951 kon reeds te Marknesse een gemeente worden geinstitueerd.
En zo gaat men, naar wij op onze vakantiereis vernamen te Emmeloord ook een nieuwe kerk van plm. 300 zitplaatsen bouwen. Zoveel leden zijn er nog wel niet, het bepaalt zich tot plm. 100 kerkgangers, maar men moet op groei rekenen. Wat de financiële kant betreft hakt het er nog al in voor zo'n kleine gemeente, maar er zijn gelukkig mogelijkheden. De rijksvoorziening in de IJsselmeerpolders geeft een behoorlijke subsidie voor kerkbouw in dit nieuwe gebied, wat o.i. weer wat anders is dan rechtstreekse Overheidssubsidie bij kerkbouw, waar uw rondkijker geen erge voorstander van is. Al is het waar dat de Overheid de hand heeft te houden aan de heilige kerkdienst (art. 36 N.G.B.) het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het Woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend wordt.
Nu zit er in de steun, die de Overheid aan de kerken in de drooggelegde gronden geeft niet altijd voor „het Koninkrijk van Christus te doen vorderen" — wordt er door kerken en scholen te bouwen (en in één adem genoemd ook schouwburg, bioscoop e.a. ontspanningsgelegenheden) levensruimte voor de bevolking geschapen. Daardoor wordt de grond méér waard!
Toen Prof. Dr. J. M. van Bemmelen in 1880 verslag uitbracht omtrent het landbouwscheikunding onderzoek van de bodem van het Wieringermeer, noemde deze het een van de voornaamste faktoren voor de waarde van de gronden, er zo spoedig mogelijk kerken en scholen te bouwen.
„Niets verhoogt zozeer de waarde van de bodem" — aldus genoemd verslag — „zelfs van de schraalste, als goede middelen van vervoer en verkeer en de bewoonbaarheid uit maatschappelijk oogpunt. Daar om zij het aangewezen, niet alleen kanalen en wegen tot afvoer van producten en tot aanvoer van behoeften (in latere tijd ook mest op de schrale gronden) te maken en in de beste staat af te leveren, vóór dat de polder de bewoners geheel in handen worde gegeven, maar evenzo kerken en scholen.
Een kerk en een school op een niet te grote afstand, nevens een goede weg en een bevaarbaar kanaal, verhogen op middellijke wijze de waarde van de grond ongemeen."
Het klinkt inderdaad wel wat „ongemeen" dat hier de aanvoermogelijkheid van mest en de mogelijkheid van kerkgang in één adem worden genoemd als waardebepaling voor de landbouwgronden! Welke uitleg men ook aan deze woorden geven wil, er komt toch ook in uit dat de drooglegger van de gronden, in casu de Staat, er ook voor heeft te zorgen dat de polderbevolking zich in het kerkelijke gemeenschapsleven kan ontplooien.
Bij de ingebruikname van het kerkgebouw van de Geref. Gemeente te Marknesse riep een ouderling uit een genabuurde gemeente aan het slot van zijn toespraak uit: „Bedenk dat de kerk niet tot bloei gebracht wordt door kunstmest, maar door de Geest Gods!" *) Daarmee is zeer zeker bedoeld, dat men zich niet enkel op goede opbrengsten van de akkers dient te concentreren, al is het plicht daartoe zijn uiterste best te doen en alle geoorloofde middelen toe te passen, maar vooral ook het geestelijk leven niet te veronachtzamen.
Toen Isaak met zijn vee in het nieuwe gebied van Ber-Séba kwam (Gen. 26 : 23—25) bouwde hij daar een altaar en riep in het openbaar de naam des Heeren aan. Welnu, wij verblijden ons dat er in dit nieuwe gebied openbare samenkomsten kunnen worden gehouden om de Naam des Heeren aan te roepen en dat er behoefte is onder de bewoners naar de aloude, zuivere waarheid. Wat is dat ook voor de opkomende gezinnen— het zijn meest jonge boeren — en voor de jeugd in de N.O. polder belangrijk.
De nieuwe kerk die te Emmeloord zal worden gebouwd, bewijst dat er groei zit in de Ger. Gemeenten in de N.O. polder, al is, om met de woorden van die ouderling te spreken, de werking van Gods dierbare Geest het voornaamste. Dat is de ware fundatie voor een nieuwe kerk.
Voor de opbouw van onze gemeenten in de drooggelegde gebieden worden zoals bekend finantiële inzamelingen gehouden, waaraan wij zeker onze steun niet mogen onthouden. Het een moet met het ander gepaard gaan want de lasten zijn zwaar. En het is voor de leden van de jonge kerken in dit nieuwe ontgonnen land verblijdend en het versterke de onderlinge band, dat zij door de gemeenten in het overige deel van het land op hun eenzame post niet worden vergeten.
RONDKIJKER.
*) Naar het verslag in de „Noordoost-polder" van 12 sept. 1952.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1958
Daniel | 8 Pagina's