De Synode van Embden
(Slot)
Wij hebben in het begin van deze serie artikelen gezegd, dat wij de les voor het heden uit de geschiedenis van deze Synode willen trekken.
Wij willen daarin vanzelf kort zijn, maar enkele lijnen doortrekken tot de huidige omstandigheden.
Wij letten dan op het geloof van onze Vaderen. Wij hebben U gewezen op de grote ellende, die er in de tijd, dat de Synode samenkomt, in ons land heerste. Toch gaat men dan, toen alles zo uitzichtloos scheen, de kerkeordening opstellen voor een kerk, die naar menselijke gedachte op het punt staat onder te gaan; . Zij hebben niet gemeend daarmede eens te moeten wachten, totdat alles vrede zou zijn, maar terwijl een stroom van bloed en tranen vloeide kwam men samen, zelfs met levensgevaar, om te bouwen aan de Kerk des Heeren, ja om zelfs de classicale indelingen voor deze Kerk te maken. Dit geloof zou ons, in het heden zijnde, wel mogen toespreken om toch nimmer aan de Kerke Gods te wanhopen, want door deze daad hebben de Vaderen betuigd: De Kerk gaat niet onder, omdat God er voor zorgt.
Ten 2e merken wij op, dat al geloofden zij dat God voor Zijn Kerk zou zorgen, dit geloof hen niet lijdelijk deed zijn, maar zij het werk ter hand namen, dat zij wisten, dat gedaan en verricht moest worden. Dit lere ons om niet op de wolken te zien noch op de winden, maar immer de hand aan de ploeg te slaan, wanner het de zaken van de Kerk betreft.
3e De Vaderen hebben gestreefd naar de eenheid van alle Gereformeerde belijders. Dan moeten wij wel beschaamd zijn, wanneer wij nu naar Gereformeerd Nederland kijken. Wij hebben de verscheurdheid aanvaard, helaas, die er om de zonden is en zijn helaas maar al te zeer met eigen kerkelijk leven tevreden. Het zou mij een groot genoegen doen, als dit onderwerp ertoe zou bijdragen dat ook in de harten van onze jeugd de gedachte leven ging, die onze vaderen tot zulke grote daden dreef, namelijk dat zij, die ééns geestes zijn, ook in Nederland, toch ook in één verband mochten samenleven.
4e De Vaderen waren wars van alle indepententisme. Men zocht de eenheid en het verband en men boog tezamen voor het gezag van de meerdere vergaderingen. Wij doen er goed aan, om na zovele verscheuringen, ook in de laatste tijden daarop te letten. Wanneer wij het streven der vaderen verstaan, zullen wij de noodzaak van het samenleven gevoelen. Dan moeten wij wars zijn van allerlei eigendunkelijke acties, die de eenheid van het lichaam des Heeren te niet doen. Niet dan om zeer gewichtige redenen mogen wij cle band met de Kerk te niet doen.
De Vaderen achten het kerkverband van heel grote waarde. Bewust hebben zij daarnaar gestreefd en dit gezocht ook in de moeilijkste dagen van het bestaan van cle Kerk van Nederland en in de ure der beproeving van het gehele volk.
Tenslotte spreek ik de wens uit, dat deze artikelen ertoe bijdragen mogen om in de harten van onze jeugd niet alleen liefde tot de waarheid, maar ook liefde tot cle Kerk, zoals die zich naar Gods Woord openbaart, te verwekken of te versterken. Daar er zulk een groot terrein braak ligt, zou ik er mee verblijd zijn, wanneer de belangstelling voor de ontwikkeling van de kerkelijke instellingen en regelen er door verlevendigd worden mag, opdat ook onze jeugd, aanstonds leden van onze kerken, liefde ook voor het verband der kerken mogen omdragen in hun hart; ja, opdat zij als lidmaten der gemeente, misschien als ambtsdragers, de kerkelijke ordeningen beminnen mogen, want God zegt, dat ook in zijn Kerk alles met orde zal moeten toegaan, . De beginselen van de Kerkregering zijn aan het Woord ontleend; de regelen der kerkorde zijn op die beginselen gegrond, maar de betrachting van cleze regelen tot het welzijn van de kerk en tot ere des Heeren kan alleen dan plaats vinden, wanneer wij van Gods instellingen hebben leren zingen:
Ik ben verblijd, wanneer men mij godvruchtig opwekt, zie wij staan gereed, om naar Gods huis te gaan. Kom, ga met ons en doe als wij, Jeruzalem, dat ik bemin, Wij treden Uwe poorten in, Daar staan, o Godsstad onze voeten, Jeruzalem is wel gebouwd, Wel saamgevoegd, Wie haar [beschouwt, Zal haar als Bouwsheers kunstwerk [groeten. De stammen naar Gods Naam [genoemd Gaan derwaarts op, Waar elk zich [buigt, Naar de ark, die van Gods gunst [getuigt, Daar elk Zijn Naam belijdt en roemt, Want d' achtbre zetel van het gericht,
Is daar voor Davids huis gesticht; De rechterstoelen staan daarbinnen, Bidt, met een algemene stem, Om vrede voor Jeruzalem Het ga hun wel, die U beminnen.
Dat vreed' en aangename rust En milde zegen U verblij Dat welvaart in Uw vesting zij, In uw paleizen vreugde en lust Om vriend en broederen spreek ik nu De vrede zij en blijv' in U Nooit moet haar nijd of twist [verkloeken, Om 's Heeren huis in U gebouwd Waar onze God Zijn woning houdt, Zal ik het goede voor U zoeken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1958
Daniel | 8 Pagina's