Juliana van Stolberg
(6).
In 1567 was de gevreesde hertog Alva in ons land gekomen om hier straf en wraak uit te oefenen. Een vreselijk benauwde tijd brak er voor ons volk aan. Er kwam geen eind aan het roven, moorden, plunderen, radbraken en andere folteringen. Vele duizenden waren het land uitgevlucht en ook de Prins was naar Duitsland uitgeweken, teneinde daar hulp te krijgen om het arme volk van deze afschuwelijke dwinglandij te verlossen. Met zeer veel moeite gelukte het de Prins een leger op de been te brengen. Zijn sieraden had hij verkocht om de nodige gelden bijeen te brengen. Zijn broer Jan had de helft van zijn landen verpand en ook andere familieleden hadden aanzienlijke bedragen geschonken. Meer dan een miljoen was door de familie bijeengebracht.
Doch alle moeite en inspanning is tevergeefs geweest. Na een jaar van ge-
weldige inspanning werd de Prins met zijn muitende troepen over de grens teruggedrongen en keerde hij zelf verslagen en ontmoedigd naar de Dillenburg terug.
Boven dit alles kwam nog de schande, die zijn vrouw, Anna van Saksen, hem aandeed. Zij vertoefde in Keulen en weigerde naar hem terug te keren. Ja, openlijk keurde zij zijn gedrag af.
In deze omstandigheden kon de Prins nergens beter zijn dan bij zijn moeder. Zij begreep hem, zij kwam niet met verwijten, zij leed met hem mee en zij bad voor hem. Zij zag, dat hem het ene nodige ontbrak, waarin zij de enige troost in leven en sterven had gevonden. Hoe worstelde zij in het gebed voor haar geliefde zoon. En hoe verheugd was zij, toen zij hem eens in zijn kamer vond met de Bijbel voor zich in de gewijde bladen lering en versterking zoekend. In die dagen schrijft zijn broer Lodewijk in een van zijn brieven: „de Prins ligt onder zware aanvechting onder het kruis gebogen en heeft grote begeerte naar de prediking van Gods Woord om zich daarin te troosten."
Door Gods genade wordt de Prins weer opgericht en weer gaat hij aan het werk om te trachten de Nederlanders te hulp te komen. Zijn broer Lodewijk zal trachten enkele steden in Henegouwen te veroveren, terwijl de graaf de Coligny met een leger Hugenoten in de Zuidelijke Nederlanden zal doordringen. Na aanvankelijk enkele successen behaald te hebben, liep ten slotte alles toch weer op niets uit. De Coligny werd vermoord in clie verschrikkelijke Bartholomeusnacht, de Prins redde ternauwernood het leven en Lodewijk kwam doodziek "p de Dillenburg aan. Men vreesde zelfs, dat hem in het geheim vergif was toegediend. Maandenlang bleef zijn toestand zeer ernstig. Met volle toewijding en cle meest tedere moederzorg heeft Juliana haar zoon verpleegd. Aan haar broer Lodewijk van Stolberg vraagt zij tijdelijk de leerlingen van haar Hofschool onder zijn hoede te willen nemen. In de brief, waarin zij dit vraagt, schrijft zij: „Ik zelf ben uw oude Juliana, die gij kent, die het trouw met u meent, het hart is goed, maar het volbrengen is, God erbarme zich, gering. De barmhartige God richtte het alles tot een zalig en goed einde."
J. v. d. Spek. t
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1958
Daniel | 8 Pagina's