Herleefd verleden
(I)
Reeds enkele tientallen jaren is men bezig opgravingen te doen naar voorwerpen en resten van bouwwerken uit de grijze oudheid.
Speciale expedities oudheidkundigen uit diverse landen trekken er op uit naar de oude cultuurlanden als, Egypte, Griekenland, het land tussen de Euphraat en de Tigris, Palestina enz. Vele dingen heeft men al aan de vergetelheid ontrukt, die licht werpen op de historie van oude heidenvolken, die vele eeuwen geleden leefden.
Niemand van deze volken heeft echter de loop der eeuwen overleefd. Uit de aarde aards, zijn ze gegaan de weg der ganse aarde. Stof zijn ze geworden, zoals Gods Woord het zegt: „Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.
Zonder de ware God te kennen zijn deze arme heidenvolken neergestort in de eeuwige afgronden, want niemand zal toch zalig worden, dan alleen door Christus Jezus, de Enige Naam onder de hemel gegeven, door Wie wij, niet kunnen, maar moeten zalig worden. Velen in onze dagen spreken de heidenen zalig. Zij konden er toch niets aan doen, dat zij de Bijbel niet hadden?
Maar kan de Schepper niet doen met Zijn schepselen wat Hij Zelf wil. Het heeft de Heere goedgedacht deze oude heidenvolken Zijn Woord niet te schenken. De mens moet hier zwijgen, want wie zal Hem, de Grote Schepper van hemel en aarde ooit ter verantwoording kunnen roepen? Wij zullen met dubbele slagen geslagen worden, indien wij geen acht slaan op die grote zaligheid, want aan ons is dat Woord geschonken, al zal nooit iemand door eigen werken het Koninkrijk Gods zien.
Uit het volgende zal blijken, dat er niets bestendigs is, hier op aarde. Enkele jaren geleden hebben Britse archeologen in Griekenland op het eiland Chios opgravingen verricht en met succes. Reeds spoedig stootte men op een pilarenvoet, die de vorm had van een leeuwepoot. Volgens de geleerden dateert deze leeuwepoot als onderdeel van een heidense tempel, uit de vijfde eeuw voor Christus. Over een grote oppervlakte werden terrasmuren, eveneens onderdelen van tempels, blootgelegd. In hopen aarde en steen achter deze ruïnes werden allerlei kleine voorwerpen gevonden, die eenmaal in de tempels stonden en door de bevolking van Chios geofferd aan hun afgoden.
De meeste voorwerpen zijn beschilderde vazen, die allerlei heidense afbeeldingen voorstellen. Doch niet alleen vazen, maar ook bronzen voorwerpen werden gevonden zoals: broches, gordelgespen, oorringen, beeldjes enz. Enkele beeldjes zijn van klei vervaardigd en stellen dieren, mannen en vrouwen voor.
Op enkele vazen heeft men de naam Apollo en Hera ontcijferd. De oudheidkundigen concludeerden hieruit, dat deze tempelruïnes eenmaal aan de goden Apollo en Hera waren gewijd.
Het is te begrijpen, dat de archeologen blij waren met deze successen want het gebeurt maar al te vaak, dat zij weken, zelfs maanden moeten graven, zonder ook maar iets te hebben gevonden. Wellicht zullen deze Engelse oudheidkundigen nog veel meer aan de vergetelheid ontrukken op dit Griekse eiland. Zo ziet u, dat er niets meer dan wat puin, potjes en beeldjes van deze afgodendienst is overgebleven.
In een volgend artikel hopen wij iets te vertellen over opgravingen in het land tussen de Euphraat en de Tigris, waar eens het machtige Babel was gelegen.
A. G. Eggebeen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1958
Daniel | 8 Pagina's