JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Merkelijk besef

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Merkelijk besef

6 minuten leestijd

(23).

P2en briefschrijver „ergens in Overijsel" maakt wat bedenkingen. Hij acht het icèl juist, wat er in de vorige eeuw geschreven en gepubliceerd werd vanwege onze gemeenten over onze verhouding tot de Afscheiding en de Herv. Kerk, maar ziet in onze tijd zoveel wijzigingen in ons kerkelijk standpunt, clat hij liever een beschaamd en droevig stilzwijgen zou wensen.

Toch acht ik dit niet juist, beste vriend. U maakt m.i. deze ö gedachtefout: clat u onze gemeenten (met hun onveranderd kerkelijk standpunt) aanrekent, wat sommige mensen (in strijd met het officiële standpunt) doen. Ik geef u direct toe: wat u zoal opnoemt, is 'n ernstige fout van dezulken. Als ambtsdragers en als leden hebben wij ons te onthouden van deelname aan kerkelijke handelingen in andere kerkverbanden. Daar horen wij ons onder géén beding voor te lenen. Waarvoor zijn we anders 'n eigen formatie? Wie er toch aan meedoet, handelt onkerkelijk (èn on-kerkrechtelijk) en diens kerkelijk besef heeft wel wat versterking nodig. Maar u zult dit wel met me eens zijn; wat enkele personen (geheel voor eigen verantwoording) doen, is niet maatstafgevend voor het geheel! Moet het geheel „zwijgen" (d.i. zijn mond houden over eigen kerkelijk standpunt, wat neerkomt op het opgeven ervan!) ter wille van die enkelingen, die beter weten konden, maar zich niet aan het kerkelijk besef storen? Dat gaat toch niet aan, dat voelt u wel.

Verder vindt u — bij inzage van ons jaarboekje, — clat onze gemeenten meer weg hebben van , , 'n samenraapsel uit verschillende kerken en groepjes" dan van 'n hechte eenheid met gemeenschappelijk verleden. Ook dit idee moet ik u helaas ontnemen. De Geref. Gemeenten zijn van oorsprong (vanaf cle vorige eeuw althans): de Kruisgemeenten en de Geref. Gem., bediend door wijlen ds. Ledeboer. Daar valt niet aan te tornen! In latere jaren zijn er diverse gemeenten bijgekomen en soms afgegaan. Dit „bijkomen" kan verschillende oorzaken hebben: b.v. door „overkomst uit ander kerkverband" of door instituering van nieuwe gemeenten (op plaatsen, waar mensen uit reeds bestaande gemeenten zich vestigden). Is er iets op tegen, als gemeenten uit andere kerkformaties tot beter inzicht kwamen en zich bij ons voegden? Overkomst om persoonlijke, subjectieve redenen (b.v. om elders de kerkelijke tucht te ontlopen, 'n predikant lieten optreden en zo 'n eigen huisgroepje vormden, vervolgens 'n kerkje bekostigden en neerzetten en later zich aansloten of zich ook wel weer onttrokken soms om weer an-

dere feiten, waaraan men zich „stootte"), dat is vanzelf afkeurenswaardig, hoewel we in deze dingen geval voor geval onderzoeken en beoordelen moeten. Op dergelijke door-en-door subjectieve handelingen rust geen zegen, dat zegt u zelf. Het is slechts het zoveelste bewijs voor mijn stelling, dat het kerkelijk besef ook in het verleden bij sommige figuren óók al zoek was, hoewel er in de vorige eeuw over het algemeen en zeer zeker in de tijd der kruisgemeenten veel gezond kerkelijk begrip was.

Maar wij moeten in onze tijd niet terugwijzen naar dit soort symptomen van 'n vroegere „vervalperiode" (inzinking van het kerkelijk leven), neen, wij moeten vérder teruggaan, naar de tijd daarvóór, toen er zegen en bloei in het kerkelijk leven was, gevolg van het bewandelen van rechte kerkelijke paden. Al-

leen dat standpunt kan representatief zijn voor onze gemeenten en alleen daarheen dienen wij in perioden van verflauwing en inzinking en afvlakking de jeugd te verwijzen.

Tot slot noemt u de zendingskwestie. Ja, ook Kerkman heeft men van Gereformeerd-kerkelijke zijde vaak voor de voeten geworpen: „Wat betekenen jullie toch eigenlijk? Een kerk, die niet het zendingsbevel opvolgt, is eigenlijk geen kerk." Ik zou willen vragen: zijn in de apostolische tijd de gemeenten Jeruzalem en Antiochië (vóórdat Paulus zijn helpers uitgezonden werden) en dan ook geen „kerk" geweest? Laten we ons niet laten vangen door zulke loze argumenten. Natuurlijk: er moet in elke kerk 'n heilige zendingsdrang leven. Leeft die er niet, dan vervalt de kerk en verwordt zij tot secte. Zo u zelf constateert, is er thans 'n zeer ernstig pogen en als u de beide zendingsdagen bezocht heeft, heeft u kunnen horen en als u ons zendinorsblad leest, heeft u kunnen lezen, O 7 dat er diverse malen openlijk erkend is, dat er sinds lange tijd ten deze 'n zware schuld op onze kerken ligt, die noodzakelijk afgelost moet worden. Maar denk nu weer niet, dat het anno 1958 voor het éérst is, dat de Geref. Gemeenten aan zending doen. Zijn we dan het werk van onze vroegere zendeling ds. Benjamin in Armenië totaal vergeten? ? Hoe blijkt het toch keer na keer, hoe goed het is, als wij onze eigen kerkelijke geschiedenis tot in onderdelen nauwkeurig kennen!

Die belijdenis van schuld (met de aandrang, dat de zaak van Sions grote koning haast, zéér veel haast heeft) stemt overeen met wat u aanhaalt (over zendingsbesef en - roeping der kerk) uit het reeds de vorige maal door mij zo brandend actueel genoemde boekje van ds. Engelberts. En.... volgens de laatste berichten, die mij heden bereikten, zal het nu niet lang meer duren, of er gaat 'n zendeling voor ons aangezicht heen om het Evangelie van vrije genade te brengen in 'n ver land. Men leze de berichten in „De Saambinder" en volge, wat zij ons dienaangaande verder meedelen zal, op de voet. Ik breng in herinnering, dat enkele jaren geleden de eerste zendende gemeente al aangewezen is, n.1. de gemeente in Rotterdam-Centrum.

Hiermee heb ik de voornaamste punten uit uw schrijven belicht. U wilde niet, dat ik in finesses zou treden, goed, aan dat verzoek heb ik voldaan. Denk niet, beste vriend, dat ik het kromme recht heb willen noemen, o neen! Wie dat doen wil onder ons, die ga z'n gang en poge dit eenmaal te verantwoorden voor den Heere. Wat fout is, wil noch zal ik onder geen conditie en onder geen omstandigheid goed redeneren. Dat ligt zeer zeker niet in mijn aard, wetend, dat God ons ook om al deze dingen eenmaal zal doen komen in het gericht. Deze wetenschap (én het dienovereenkomstig handelen) behoort mede tot het juiste kerkelijk besef. En zo'n besef leidt tot ootmoed en bescheidenheid, niet tot kerkelijke hovaardij en zelfverheffing.

p.a. Adm. „Daniël", Ridder van Catsweg 244a, Gouda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1958

Daniel | 8 Pagina's

Merkelijk besef

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1958

Daniel | 8 Pagina's