De Synode van Embden
(6).
Synode
Zo brak dan na lange voorbereidingen de dag aan, waarop de eerste synode der Nederlandse Kerken zou gehouden worden.
De eerste oktober 1571.
Helaas de vergadering ging op die dag niet door. Een van de redenen was, dat men nog wachtte op bericht van de gemeenten in Engeland. Men had van hen nog niets vernomen. Men heeft gewacht tot de 4e oktober en zij waren er nog niet, zodat men toen begonnen is zonder hen. Wij hebben alreeds gezien, dat zij niet konden komen. Het was een teleurstelling, dat de Engelse gemeenten niet vertegenwoordigd waren, omdat zij niet alleen talrijk waren, maar ook krachtige dienaren des Woords onder zich telden.
Maar er was nog een reden. Er bleek in Embden niets in gereedheid te zijn gebracht. Er was niets in orde. Hoe komt dat? Het vermoeden bestaat dat de kerkeraad van de gemeente te Embden geen gebouw wilde beschikbaar stellen. Laten wij even goed in gedachten nemen, dat wij het gedurig over de gemeenten der vluchtelingen hebben, dus Nederlandse gemeenten, die uit Nederlanders bestonden. Al die gemeenten in Wesel, Heidelberg, Frankenthal, Londen enz. waren allemaal gemeenten van Nederlanders. Daarnaast bestonden er ook gemeenten van ingezetenen. Nu wilde de gemeente van Embden, d.i. dus niet de vluchtelingengemeente, maar die van de ingezetenen, geen gebouw tot het houden van een Synode beschikbaar stellen. Althans dit is één van de vermoedens. De reden hiervan kan geweest zijn een verbod van de overheid, welke beducht was voor de macht van Alva. Toen toch graaf Adolf en Lodewijk bij Jemmingen verslagen waren had Lodewijk een toevlucht in Embden gevonden en heeft Alva gezegd, dat hij het ketterse nest van Embden zou gaan uitbranden.
De overheid kan de kerkeraad te verstaan gegeven hebben, dat men een dergelijke vergadering niet in de stad wilde toestaan. In elk geval Caspar van der Heyden deelt mede, dat hij drie dagen druk geweest is om de bezwaren uit de weg te ruimen.
De 4e oktober 1571 werd in de namiddag de eerste vergadering gehouden. De Synode heeft geduurd tot 13 oktober. De laatste besluiten zijn genomen de 11e of 12e oktober, terwijl de rest van de 12e okt. en de 13e hebben gediend om de acta vast te stellen en de copiën te tekenen. Wij weten niet hoeveel zittingen er geweest zijn en wat in iedere zitting verhandeld is.
Slechts uit de instructies van de deputaten van Keulen weten wij dat in de eerste zitting het moderamen gekozen is bestaande uit een voorzitter met 2 of 3 bijzitters en een secretaris of scriba.
Voorts dat op de derde dag alle instructies aan de scriba zijn ter hand gesteld, opdat deze de bijeenbehorende punten ook bijeenvoege, opdat men niet in een herhaling valle. Meer kunnen wij niet te weten komen over wat in de vergaderingen zou besproken zijn, behalve dan hetgeen uit de Acta blijkt, maar deze bevat enkel de genomen besluiten en niet de overwegingen en verhandelingen, die tot het nemen van de besluiten hebben geleid.
Op de vergadering waren vele bekende predikanten. Er waren 19 predikanten, 3 toekomstige predikanten, vijf ouderlingen en 2 emeritus-predikanten. Wij noemen enkele namen: Caspar van der Heyden, die tot voorzitter gekozen is; Herman Moded, Jean Taffin een Waalse predikant; die tot assessor van de voorzitter benoemd werd; Joannes Polyander, ook een Waal, die tot scriba verkozen is. Dit moderamen heeft de vergadering geleid, die de grond gelegd heeft voor de organisatie van de Nederlandse Gereformeerde Kerk. Dit was het doel van de vergadering en dat dit doel bereikt is, blijkt uit de acta. De acta zullen wij nog aan een nadere beschouwing onderwerpen.
Allereerst nog een punt, waarover de Synode besloten heeft. Namelijk, dat de eerstvolgende Synode in mei van het volgende jaar in de Paltz zou worden gehouden. Dit onder voorwaarde, dat de Engelse gemeenten mede zouden doen, anders zou de Synode in lentetijd van 1573 gehouden worden.
gezorgd hebben voor de teboekstelling en uitgave van hun kerkelijke geschiedenis. Op verschillende synoden toen kwam dit punt ter sprake. In 1845 voor het eerst. Deze synode van 1845 gaf opdracht om het kerkelijk standpunt en de geschiedenis der Geref. Gemeenten in geschriften vast te leggen, ook al met het oog op de jeugd der gemeenten, opdat zij later weten konden, wat er door het vorige, het oudere geslacht is doormaakt en doorworsteld voor het behoud van de waarheid, die overeenkomstig de godzaligheid is.
Eén onzer toenmalige predikanten, ds. W. W. Smitt, moest dit werk namens de synode doen. In record-tijd (rfc 1 maand!) heeft hij zich van cleze synodale opdracht gekweten. Hij publiceerde toen (ik vervolg mijn nummering):
19. Waar openbaart zich de Gereformeerde Kerk in Nederland? "
Wel is dit boekje klein van omvang en geen zuiver geschiedkundig werkje (het is gegoten in de vorm van een samenspraak tussen 'n Hervormde, 'n Afgescheidene en 'n lid van cle Geref. Gemeenten), maar de voornaamste kerkelijke feiten uit het tijdvak 1834—1845 zijn erin te vinden. Het is zeer leerzaam dit te lezen. Dat er in onze gemeenten vraag naar dit soort boekjes bestond, bewijst het feit, clat de oplaag toen al vrij spoedig uitverkocht was 1 ).
De tijd ging echter verder en dus de historie onzer kerken ook. Daarom kwamen op de synode van 1863 weer met cle vraag: „Geef 'n nieuw, en tot heden bijgewerkt geschiedkundig werk over onze gemeenten uit, want het boekje van ds. Smitt is allereerst verouderd en ten tweede uitverkocht." Helaas heeft men deze zaak in 1863 niet zo voortvarend aangepakt; de synode benoemde wel 'n kleine commissie van predikanten, die voor de teboekstelling moesten zorgdragen, maar daar de predikanten toen ook al meer clan genoeg op hun eigenlijke terrein (de geestelijke bewerking der gemeenten) te doen hadden, volbracht deze commissie haar taak niet. Na 5 jaar wachten was er nog niets gedaan. De synode van 1868 gaf weer 'n opdracht en nu verscheen — onder leiding en bovendien van de hand van één onzer ijverigste predikanten:
20. „De Gereformeerde Kerk in Nederland" met als ondertitel: „haar recht verdedigd en haar standpunt geschetst". Dit werkelijk sublieme boekje is geschreven door ds. N. J. Engelberts, clie destijds (1869) in Zutfen onze gemeenten aldaar diende. Als jullie, meisjes en jongens, ooit 'n goede, zuivere verdediging van ons kerkelijk standpunt en 'n juiste historische uiteenzetting willen lezen, koopt en leest dan allemaal (ja heus, ö/lemaal!) eens dit boek. Het is echt niet taai of saai, o neen. Ds. Engelberts bezat de onmiskenbare gave, de dingen duidelijk, gepast-populair en raak te zeggen en te schrijven. Zeg nu niet: „dat is niets voor mij, want als je iets niet geproefd hebt, kun je het ook niet beoordelen. Zet het op je verlanglijstje voor je eerstkomende verjaardag! Besturen onzer verenigingen, vergeet dit boekje zéker niet, ge zoudt er uw leden mee tekort doen. Het is meer dan de moeite en cle prijs waard, hoor. Ook zij, clie in onze tijd sterk twijfelen aan de rechtvaardigheid van het juiste (let wel: juiste !!) kerkelijk standpunt onzer kerkformatie, kunnen hier 'n gezonde dosis kerkelijke „vitaminen" uit halen, clie hen misschien (als zij tenminste objectief te werk gaan) zal kunnen genezen van alle halfslachtige twijfelzucht en lauwheid. Probeer daarom ds. E. 's boekje zo snel mogelijk te pakken te krijgen en lees het meerdere malen. Je verrijkt er allereerst je eigen boekenbezit mee en wat meer zegt: je verrijkt óók je kennis omtrent eigen kerkverband en clat is immers zo ontzaglijk nodig in de verwarde situatie van deze dagen, 'k Hoop binnenkort aan cle rubriek „Verenigingsnieuws" te kunnen merken, dat dit soort onderwerpen en speciaal die uit het boek van ds. Engelberts jullie interesse heeft.
Verder zijn er in de vorige eeuw nog meer boekjes en brochures van onze predikanten en leden onzer kerken verschenen, maar daar die oplagen meestal klein waren, zijn ze bijna niet meer te krijgen. Ze zijn soms zó in de vergetelheid geraakt, clat van enkele werkjes tot heden niet één exemplaar teruggevonden is. Zeer jammer! Toch geloof ik, dat er hier en daar ergens in 'n boekenkast of in 'n oude kist op zolder of in de schuur nog wel oude werkjes (erfstukken van onze overgrootvaders) liggen, die van belang zijn voor onze kerkelijke historie. Zoeken jullie eens mee? De namen van cleze boekjes kun je vinden in het boek van wijlen dr. van der Does (no. 12)
Tot slot van deze bronnenopgave:
21. „Is de Afscheiding in Nederland .... uit God of uit de mensenP" door ds. K. J. Pieters, ds. D. J. van der Werp en ds. J. R. Kreulen (1856). Dit boek, ook wel de „Apologie" (= verdediging) der Afscheiding" genoemd, is voor het recht verstaan der Afscheiding absoluut nodig om te bestuderen. Het geeft — geschreven door 3 afgescheiden predikanten — vanzelf niet het Kruisgezinde standpunt weer, maar daar wij, de Geref. Gemeenten, gemeenschappelijk met de afgescheidenen tegenover de Hervormde Kerk staan, is er voor de verdediging van ons standpunt veel wetenswaardigs in te vinden.
'k Heb nu voorlopig genoeg bronnen genoemd. Jullie kunt dus nu allemaal aan de slag. Niemand behoeft zich nu meer te beklagen, dat hij niet weet, waar hij de stof voor zo'n onderwerp vandaan moet slepen. Heb je nog moeilijkheden of wensen, schrijf even 'n briefje en ik zal proberen je te helpen. Vergeten jullie no. 20 niet?
KERKMAN,
p.a. Adm. „Daniël", Ridder van Catsweg 244a, Gouda.
*) Na bijna 110 jaar, in 1955 dus, is ds. Smitt's boekje herdrukt, zodat het thans weer in hedendaagse editie voor iedereen leesbaar is. (K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1958
Daniel | 7 Pagina's